nov 07

Vorig jaar kwam er een kleine kink in de kabel maar dit jaar kreeg ik van Stoas de kans om weer naar het inspirerende Learning 2011 in Orlando te gaan. Het e-Learning congres dat ieder jaar georganiseerd wordt door Elliott Masie trekt een internationaal publiek van learning professionals. Dit jaar meer dan 2000. Vandaag (zondag 6 november) vond de opening plaats.

Mobile Learning

Vanaf vanmorgen kon elke deelnemer zijn badge en tasje ophalen (en de jaarlijkse buttons!) en ’s middags werden er voor de liefhebbers drie optionele bijeenkomsten gehouden. Ik heb me gevoegd bij het forum over Mobile Learning dat door 3 experts werd voorgezeten: Richard Culatta, Judy Brown (van ADL) en Tom King (Boeing). De eerste 45 minuten werden besteed aan een voorstelrondje. Jammer, want de 3 hebben heel wat kennis en weten de kern van mobiel leren te raken. Het was eigenlijk een soort inleiding op de andere sessies van de heren en de dame maar ze lieten al wel even zien dat m-Learning NIET het afspelen van e-Learning content op een klein schermpje was. Ze hadden direct de juiste toon te pakken! Mobiel leren vraagt echt een andere benadering waarbij o.a. performance support een grote rol speelt. De 5 momenten waarop mensen leren van Dr. Conrad Gottfredson kwamen ook aan bod:

  1. When learning for the first time;
  2. When wanting to learn more;
  3. When trying to remember;
  4. When things change;
  5. When something goes wrong.

Een aardig artikel van Gottfredson met de titel The Other Side of Learning: “Performance is Everything” vindt u hier. Tenslotte kwam er ook nog een prachtige webapp van ADL aan bod over mobile learning: de mLearningGuide.

Openingssessie

Voor mij zijn de thema’s die ik belangrijk vind en waar ik mijn sessies op selecteer:

  • mobiel leren;
  • (digital) storytelling;
  • video.

Dat samen met de veranderende rol van instructional design is voor mij de kern van de komende jaren. Masie startte vanavond Learning 2011 met een verrassende jonge violist die viool speelt op o.a. hiphop ritmes en nummers maar ook klassiek als basis voor alle muziek beschouwt. Verder kwamen er wat mensen wat vertellen rondom de thema’s die Elliott Masie toonaangevend vindt binnen e-Learning. De komende dagen (t/m woensdag) worden deze thema’s verder uitgediept. De punten die Elliott noemde:

  1. Memorization adaptions (over werking geheugen en de rol van technologie op denkprocessen);
  2. Storytelling (oeroude didactische werkvorm met nog steeds een grote zeggingskracht);
  3. Instructional Design – evolves! (de rol van kritische professional/lerende wordt groter, zelf designer zijn!);
  4. Custumerization of IT! Offordances (mensen brengen hun eigen apparaten naar hun werkplek en willen hiermee werken);
  5. Learning Systems NEXT??? (wat wordt de stap na organisatiegecentreerde LMSsen?).

Bijna bij elk punt kwam een spreker het een en ander verduidelijken. Bij het laatste punt kwam Tristan Denley aan het woord van de Peay State University die een interessante laag op zijn LMS heeft gebouwd waarbij studenten studieadvies/aanbevelingen krijgen op grond van analyse van data. Vergelijkbaar met methodieken onder sites als Amazon. Zijn goed leesbaar artikel hierover heet “The Netflix Effect: When Software Suggests Students’ Courses”.

Het enthousiasme van Elliott, de prikkelende inleiders, de variatie van werkvormen en de aardige muziek zorgde voor een goede en afwisselende start van Learning 2011. Let the music begin!

 

Tagged with: • •
sep 09

Leerstijlen zijn niet onomstreden. Toch worden ze binnen het onderwijs en in mindere mate binnen het bedrijfsleven en overheid veelvuldig gebruikt. Ook binnen e-Learning. Wie heeft er niet gehoord van lerenden die vooral auditief zijn ingesteld, een dromer zijn of met name kinesthetisch leren? Maar wat is nu de waarde en betekenis van Kolb, meervoudige intelligentie, whole brain thinking en vele andere modellen voor e-Learning?

Manier van inzetten leerstijlen

Wikipedia geeft als definitie:

Leerstijlen zijn redelijk eenvoudig in kaart te brengen. Bijna alle leerstijlentesten bestaan uit meerkeuzevragen waarna automatisch een bepaald profiel wordt gecreëerd. Een lerende wordt ingedeeld en gelabeld.  Vaak bestaat het profiel uit verschillende kenmerken en heb je sterke voorkeuren voor een bepaalde leerstijl of een combinatie van leerstijlen. Opvallend vaak worden de voorkeuren gevisualiseerd in een kwadrant.

Leerstijlen(tests) kunnen op meerdere manieren worden ingezet. Veel gebruikte manieren:

  • Om lerenden inzicht te geven in de eigen voorkeuren. De lerenden kan daar in het kader van leren leren gebruik van maken. Zo wordt het een soort meta studietool. Studietips zijn dan afgestemd op de manier waarop de lerende leert.
  • Om groepen lerenden in te delen en vervolgens gedifferentieerd les te geven. De gebruikte multimediavormen en didactische werkvormen zijn dan afgestemd op de voorkeuren en stijlen van dat specifieke groepje lerenden.
  • Om lesmateriaal gedifferentieerd aan te bieden aan een lerende met een bepaald profiel of stijl. Op die manier verloopt het leerproces effectiever en efficiënter.

Leerstijlen zijn in te delen in verschillende categorieën. Met Dr. Nadira Saab (van de Universiteit Leiden, zie profiel) heb ik jaren geleden een mooi project gedaan waarin leerstijlen een belangrijke rol speelden. Nadira verdeelde de leerstijlen onder in de volgende categorieën (met voorbeelden):

    • Zintuiglijke leerstijlpreferentie
      • DVC survey
    • Leerstijl gekoppeld aan motivatie
      • Apters’ MSP
    • Leerpreferenties
      • Kolb LSI (erg bekend en veelgebruikt)
      • Honey & Mumford LSQ (erg bekend en veelgebruikt)
      • Herrmann HBDI
      • Riding CSA
    • Leerstrategieën
      • Vermunt ILS

Onderzoek over leerstijlen

Er worden zeer veel verschillende leerstijlmodellen/testen aangeboden maar hoe kan een goede keuze worden gemaakt? Het blijkt dat er nogal wat ondeugelijke leerstijlentesten worden gebruikt. Leerstijlentesten die niet valide of betrouwbaar zijn of die bijvoorbeeld helemaal geen voorspellend vermogen hebben. Dan spendeer je dus tijd en geld in een meetinstrument terwijl je met de uitkomsten niets kunt, of zelfs een negatief effect krijgt.

Vanuit het ‘Learning and Skills Research Centre‘ hebben 4 wetenschappers (Frank Coffield, David Moseley, Elaine Hall & Kathryn Ecclestone) op kritische wijze literatuur omtrent leerstijlen onderzocht. Vervolgens worden 13 meest gebruikte modellen uitgebreid beschreven. Niet veel modellen komen ongeschonden uit de review en de implicaties van dit onderzoek reiken ver. Het onderzoeksrapport ‘Learning styles and pedagogy in post-16 learning, A systematic and critical review‘ (pdf, 182 pagina’s, 1,3 MB) is gratis te downloaden. Het bevat een hele eenduidige en heldere uitleg van de modellen en reikt criteria aan voor een vergelijk.

Als u onderstaande tabel even groot ‘opklikt’ kunt u zien dat de meeste testen maar matig scoren.

 

Leerstijlen voor de e-Learning ontwerper

Als e-Learning ontwerper kunnen we de leerstijlen goed gebruiken. Want ik heb (als e-Learning ontwerper) een blinde vlek en u waarschijnlijk ook. De afgelopen 15 jaar heb ik zelf als onderwijskundig e-Learning specialist veel e-Learning content gemaakt en ook heb ik veel ontwikkelteams binnen bedrijven en organisaties begeleid. Zelf en bij andere zie ik een groot probleem: je eigen voorkeuren en ervaringen worden vaste ingrediënten in het didactisch concept/content. Uw (en ook mijn) voorkeuren hoeven niet per se het beste leerrendement op te leveren. En ook kan het botsen met de voorkeuren van uw lerenden. En juist daarin kunnen leerstijlen een rol spelen.

U kunt leerstijlenmodellen inzetten zodat u tijdens het ontwerpen ook voldoende elementen integreert die buiten uw voorkeuren liggen. In de volgende alinea leg ik dit uit aan de hand van het Whole brain thinking model.

Voorbeeld whole brain thinking model

In 2007 heb ik een training gevolgd rondom Whole brain thinking model van Herrmann (de site van Herrmann). Zie hiervoor ook mijn Engelstalige blogpost. Ook naar dit model wordt in het bovengenoemde onderzoeksrapport nauwkeurig gekeken. De conclusie is:

Bij deze test wordt een uitgebreide set aan meerkeuzevragen afgenomen (overigens in het Nederlands) en krijg je daarna een zeer uitgebreid profiel. Het Whole Brain Thinking Model kent 4 kwadranten en je scoort vaak op meerdere kwadranten. Uit mijn test kwam het onderstaande beeld:

Bij elk van de kwadranten horen dan ook andere soorten denkactiviteiten en leeractiviteiten. Ik herken dat absoluut als ik naar mijn eigen profiel kijk, in de volgende afbeelding heb ik voorbeelden van didactische werkvormen/voorkeuren in de kwadranten geplaatst:

 

Als de varianten in e-Learning didactiek/werkvormen worden afgezet tegen de kwadranten dan ontstaat een staalkaart aan voorbeelden zoals in de volgende afbeelding:

 

 

We kregen bij de training erg veel materiaal mee om verdere inzichten te verkrijgen. Een heel praktisch hulpmiddel om beter te ontwerpen vond ik de set van kaartjes met daarop activiteiten uit de vier kwadranten. Ik scoor erg in het rode en gele kwadrant en daarom maken activiteiten in de 2 andere kwadranten niet vaak deel uit van mijn ontwerp. Als ik nu blauwe en groene kaartjes pak en daar wat activiteiten van inzet zorg ik voor een gevarieerder ontwerp. Een paar van de kaartjes vindt u in onderstaande afbeelding:

Conclusie

Hoewel veel leerstijlentesten bedroevend matig scoren in het onderzoek zijn ze toch erg bruikbaar. Misschien moet u wat voorzichtig zijn met het inzetten bij lerenden. Vooral als lerenden dan alleen maar didactische werkvormen en materialen krijgen aangeboden die aansluiten op enkel hun voorkeuren. Daarmee doet u lerenden tekort (want in mijn geval kan het geen kwaad om ook mijn niet-voorkeurs kwadranten te ontwikkelen) en maakt u door de gedifferentieerde aanpak het ontwerp- en ontwikkelproces wel erg complex en duur.

Voor u als e-Learning ontwerper is het erg handig om u bewust te zijn van uw blinde vlek en op die manier uzelf te prikkelen om een gevarieerdere aanpak te kiezen waarbij u een grotere groep lerenden aanspreekt. Dit komt het leren zeer ten goede en maakt het voor u ook veel leuker en uitdagender.

Erg benieuwd ben ik naar uw ervaringen of ideeën rondom het gebruik van leerstijlen! Hoe gebruikt u ze, of waarom gebruikt u ze niet?

Tagged with: • • •
jun 27

Met SBO (organisator van o.a. het jaarlijkse Nationale e-Learning congres) organiseer ik in het najaar een intensieve opleiding voor het ontwerpen van goede en krachtige e-Learning concepten en content. Nu zijn er wel een paar opleidingen die zich richten op e-Learning in de volle breedte (waaronder de Fontys post-hbo opleiding e-Learning) maar deze opleiding is heel specifiek gericht op onderwijskundig ontwerp. Relevant voor opleidingsprofessionals die zelf met hun organisatie content ontwikkelen. Of het nu gaat om webbased trainingen, games, podcasts, of ePubs, het komt allemaal aan bod. Ook onderwerpen als uitbesteden van contentproductie, waarde van open source en open content, mobiel leren, de onderwijskundige kracht van multimedia en de rol van innovatie binnen e-Learning worden intensief behandeld.

Voor mij is dit dé kans om ideeën die ik al lange tijd had over het ontwerpen van e-Learning nu samen met een door mij gevraagde groep gastdocenten om te zetten in een opleiding. De opleiding is door mij vanaf scratch samengesteld en vraagt een actieve rol van de deelnemers. Zo speelt video een grote rol en gaan deelnemers met een pocket camera in de hand content produceren. In de eigen organisatie worden opdrachten uitgevoerd die ervoor zorgen dat de link tussen de onderwerpen in de opleiding én de eigen praktijk optimaal is.

Trots

SBO gaf me niet alleen de ruimte om de inhoud en werkvormen optimaal in te vullen maar ook kon ik de top van Nederland op het gebied van e-Learning content/conceptontwikkeling bij de opleiding betrekken. Met trots kan ik meedelen dat de volgende gastdocenten met mij samen, van deze opleiding een ware e-Learning belevenis maken:

  • Jeroen Krouwels
    Jeroen Krouwels is afgestudeerd op het Mollerinstituut in 1987 en is in 1990 betrokken geraakt bij eerste landelijke project Teleleren (pre-internet tijdperk). Sinds die tijd is e-learning zijn passie. Lid directie PAT Learning Solutions (http://www.pat.nl). Met regelmaat spreker, dagvoorzitter, gastdocent over z’n favoriete onderwerp. Hij blogt op http://www.jeroenkrouwels.wordpress.com
  • Hans de Zwart
    Hans de Zwart is een onderwijstechnoloog en -strateeg met een passie voor open source software en het open web. In het verleden was hij onder meer docent bewegingsonderwijs en Moodle consultant bij Stoas Learning. Nu is hij Innovation Manager Global Learning Technologies bij Shell  International. Hij blogt op http://blog.hansdezwart.info
  • Fons van den Berg
    Fons van den Berg was ooit docent Nederlands en is nu Apple Education Mentor. Wat dat betekent? Vanuit een 21e-eeuwse visie op leren de professionalisering van docenten op het snijvlak van onderwijsinnovatie, creativiteit en Apple-technologie in 1:1-onderwijs vormgeven. Hij blogt op http://www.helikon.nl/blog/
  • Joris den Ouden en Douwe Beckmann
    Joris den Ouden en Douwe Beckmann van De Roode Kikker proberen met hun achtergrond in e-Learning en het onderwijs altijd de uiterste mogelijkheden op te zoeken om leerlingen intrinsiek te motiveren en leerkrachten te ondersteunen. In hun online platform EduSuite komt dit allemaal samen! http://www.deroodekikker.nl

Gevarieerde werkvormen

Samen met SBO heb ik voor kwaliteit gekozen. Ik ga voor een topopleiding. Dit is terug te vinden in de keuze van de docenten, de gevarieerde werkvormen, de goede mix tussen face-2-face en online leren, de vereiste voorkennis én inzet van de deelnemers, de gebruikte tools (supergoede leeromgeving, videoportal, mindmapomgeving, online seminars, HD-camera, MacBooks, etc.) en het feit dat hier echt geldt: Teach what you preach! Ik zal samen met de deelnemers én de docenten ervoor zorgen dat de opleiding echt een leerbeleving wordt die lang blijft plakken. Mijn doel is bereikt als er professionals deelnemen die hard aan het werk zijn en van elk moment, elke opdracht, elk voorbeeld en elke discussie niet alleen genieten maar ook direct de relevantie inzien voor hun eigen organisatie. Die energie moet tot direct toepasbare innovatieve concepten leiden. We gaan 4 lesdagen en in 1 dag zelfstudie (die bestaat uit praktijkopdrachten, zelfstudie en deelname aan online seminars) hard aan de slag en gaan voor het uiterste. Alle leermaterialen zoals WBT’s en andere zaken worden middels een Creative Commons licentie beschikbaar gesteld aan de deelnemers.

Inschrijven

De face-2-face lesdagen vinden plaats op 13 oktober, 3 november, 24 november & 15 december 2011 bij NBC te Nieuwegein en de geplande online seminars op 17 november en 8 december 2011. De keuze voor kwaliteit heeft ook een keerzijde: de opleiding vergt een investering van € 3999,- (excl. btw). Meer informatie en een mogelijkheid om in te schrijven vindt u op de SBO website die hoort bij de opleiding Onderwijskundig e-Learning ontwerper. De folder in pdf vorm vindt u hier (1,2 mb).

Tagged with: • •
mei 18

Een mock-up maken (interactieve demo/prototype van je ontwerp) van een iPad of iPod/iPhone app kun je prima doen met online of offline tools op je PC. Een paar van die tools heb ik al eens eerder besproken. Nu bespreek ik een app op de iPad waarmee je een interactieve mock-up kunt maken voor je iPhone of iPad. Er is een aantal apps die dit doen, zo is er iMockups for iPad (zie iTunes) waarmee je zelfs mock-ups van websites kunt maken en Blueprint (zie iTunes). Die laatste app gebruik ik.

Voor het ontwerp van een gewone website gebruik ik liever de online mock-up tools zoals MockFlow omdat het werken met de muis veel preciezer is en omdat het dan eenvoudig is om het ontwerp te delen. Tevens waardeer ik de schermruimte die ik op mijn MacBook Pro heb. Toch wat meer dan op de iPad.

Wat kun je met Blueprint?

Je maakt schermpagina’s aan (keuze uit iPhone of iPad schermformaat, en keuze uit staand of liggend) en die vul je vervolgens met schermelementen zoals navigatiebalken, knoppen, en ook inhoud zoals afbeeldingen of teksten. Vervolgens kun je delen van een scherm actief maken en laten verwijzen naar een volgende pagina. Je kunt veel verschillende soorten acties aan een schermelement koppelen. Zo kun je bijvoorbeeld een knop laten verwijzen naar een volgende pagina. Ook kun je aangeven dat er bij bijvoorbeeld een swipe naar links een nieuwe pagina getoond moet worden. Op het moment dat je het ontwerp wilt testen, speel je het af op je iPad en als ik dan op de knop druk of swipe gaat de app naar een nieuw scherm. Zo simuleer ik de werking van een echte app.

Hoe ziet het eruit?

In bovenstaande schermafdruk is te zien dat ik een liggend iPad scherm heb gemaakt. Ik heb een navigatiebalk onderaan geplaatst en tekst en een afbeelding daarboven. Aan de rechterkant staan alle schermelementen (Controls) die ik in kan zetten. Elk schermelement kan ik nog tot in detail aanpassen (kleur, grootte, gedrag) en zelfs kan ik nieuwe afbeeldingen op knoppen zetten.

Hier is het overzicht te zien van de verschillende pagina’s met daarbij de verbindingen. Een bestaande pagina kun je eenvoudig dupliceren en de links worden daarbij meegenomen.

Hierboven is te zien dat je aan objecten acties (Actions) kunt verbinden. De mogelijkheden zijn erg uitgebreid waardoor de app erg natuurgetrouw afspeelt.

Tenslotte hierboven de zelfde pagina waarbij een object is geselecteerd en het paneel Proporties wordt gebruikt. Je kunt tot op detail elk object qua grafische opmaak aanpassen inclusief alphawaarde (doorzichtigheid).

Plus- en minpunten

Bij het maken van een mock-up tool voor een iPad app zijn de belangrijkste voordelen van een mock-up app op de iPad t.o.v. een mock-up tool op de PC of in je browser:

  1. Je kopieert  eenvoudig screenshots van je iPad naar de app. Dit vind ik soms wel handig omdat je dan niet een hele pagina hoeft te maken. Ik heb dit o.a. gebruikt toen ik in mijn mock-up een agenda nodig had. Die kun je zelf gaan samenstellen uit de voorgedefinieerde objecten of je maakt een screenshot van een standaard agenda en gebruikt die.
  2. Het is erg handig en prettig om direct het resultaat te bekijken op je echte iPad i.p.v. op een gesimuleerde iPad op je laptop. Hiermee krijg je een beter gevoel of een bepaalde volgorde van handelen of indeling op een pagina prettig is.

De pluspunten:

  • snelheid is goed;
  • leercurve is betrekkelijk kort;
  • het tonen van resultaat (inclusief swipe bewegingen en effecten) werkt erg prettig en bootst de echte app goed na;
  • erg veel instelmogelijkheden, vooral grafisch;
  • kunt in grafische lagen werken en deze goed ordenen;
  • plaatsen objecten gaat goed door magnetische hulplijnen;
  • validatieregels voorkomen dat een knop op een plek komt waar dit onmogelijk is in een echte app;
  • dupliceren van een pagina werkt perfect;
  • lite versie is voldoende uitgebreid om een goede indruk te krijgen;
  • export naar PDF werkt goed, gratis viewer is fijn om ontwerp te delen met collega’s en klanten.

De minpunten:

  • door aanraakmethodiek is het moeilijk om objecten precies goed te positioneren, hier mis je het precieze van een muis;
  • een export naar klikbare demo die op web te delen is zou erg welkom zijn. Nu is het lastig met viewer of statische pdf;
  • samenwerking met Dropbox zou handig zijn;
  • er is geen helpfunctie en de uitlegfilmpjes op de site zijn maar matig van kwaliteit;
  • afbeeldingen die je plaatst zijn niet te roteren en alleen met grote stappen te schalen (25%, 50%, 75% etc.) of handmatig maar dat is niet handig met je vinger. Ook bijsnijden gaat niet.

Eindoordeel

Blueprint is een erg bruikbare en krachtige mock-up tool die ik graag gebruik. Natuurlijk zijn er nog wensen maar het doet wat het belooft te doen op een snelle, prettige manier. De mogelijkheden zijn erg uitgebreid terwijl de bediening niet erg complex is. De app is zijn geld voor mij zeker waard (momenteel kost de app 11,99 euro).

 

 

Tagged with: • • • •
mei 03

De afgelopen 9 weken heb ik een intensieve online training gevolgd: ‘Minder moe bij kanker’. Voor mij een uitgelezen kans om eens als deelnemer te proeven van een online training! Deze training wordt verzorgd door het Helen Dowling Instituut en is specifiek ontwikkeld voor kankerpatiënten. Zie voor informatie over de online training de  website:
https://www.mindermoebijkanker.nl

In die 9 weken ben ik in een online omgeving zeer intensief aan de slag gegaan om beter met mijn vermoeidheid om te gaan. In de training maakte ik gebruik van PDF’s met achtergrondinformatie en oefeningen, verder van audiobestanden met yogaoefeningen, meditaties en lichaamsverkenningen en vulde ik iedere dag een uitgebreid online dagboek in aan de hand van concrete thema’s en vragen. Elke week kreeg ik zeer uitgebreide en persoonlijke feedback (in de vorm van een mail) van een therapeut.

Een uitgebreide videoreview zie je hieronder. Klik het vooral schermvullend. Ook zinvol voor e-Learning ontwikkelaars. Dit is namelijk een training zonder flashy WBT maar het raakt wel de kern en biedt een waardevolle en intensieve leerbeleving!

Eindwaardering


Tagged with: • •
jan 02

Opleiding & Ontwikkeling is het vakblad voor HRD-professionals. In het decembernummer is een artikel van mij geplaatst over Moodle. Dit is een introductieartikel en voor iedereen die overweegt om de open source leeromgeving Moodle in te zetten wellicht interessant om te lezen.

De titel is ‘Hoe smaakt Moodle?‘ en in het artikel wordt ingegaan op de vraag wat Moodle is en wat Moodle kan betekenen voor u en uw organisatie. Er worden praktische voorbeelden en een aantal implementatietips gegeven. Er wordt duidelijk besproken wat de kenmerken zijn van open source software en de didactische mogelijkheden komen aan bod.

Download het artikel ‘Hoe smaakt Moodle?’ (PDF, 283 KB), reacties zijn altijd welkom!

Update: Op Moodlefacts.nl is een blogpost over dit artikel verschenen.

Tagged with: • • • • •
okt 13

Tijdens mijn zomervakantie liep ik 2 weken met flinke buikpijn rond. Na diverse bezoeken aan artsen werd ik in het ziekenhuis een nieuwe wereld ingetrokken: er werd kanker geconstateerd. Deze nieuwe wereld waarin kanker een prominente rol vervult is voor mij niet een donkere wereld maar een wereld die nieuwe dingen brengt; zowel positieve als negatieve. e-Learning en werk spelen in deze wereld een marginale rol. Bloggen en Twitteren is niet meer goed mogelijk.

En dan…kanker

Na allerlei onderzoeken bij de spoedeisende hulp bleek dat mijn nier was ‘ontploft’. Ook werd direct duidelijk dat ik een tumor had. Die werd de volgende ochtend operatief verwijderd. Een paar dagen later bleek dat het zaadbalkanker was met uitzaaiingen in de lymfeklieren. Die hadden de nier omklemd. Goed dat dit gebeurd is want anders was de kanker misschien veel later ontdekt. Een week na de ontdekking begon de chemotherapie. Het ging zo snel dat ik niet eens geschrokken ben. Het scheelt wel dat de prognose voor deze vorm van kanker heel goed is. Meer dan 90% van de patiënten geneest. Dat geeft moed en energie.

Geleerd

Inmiddels ben ik niet meer aan het werk. Mijn chemokuren zijn intensief (steeds 6 dagen opname in het ziekenhuis en nog 2 poliklinische sessies) en zorgen ervoor dat er elke dag sprake is van een ongelofelijke vermoeidheid. Natuurlijk zorgt enige beroepsdeformatie er wel voor dat ik alles zijlings bekijk door een onderwijskundige bril. Hoewel ik niet voor deze situatie heb gekozen biedt het ook veel nieuwe inzichten en leer ik veel in deze nieuwe wereld.

Ziekenhuis

Ik lig elke keer in het Groot Ziekengasthuis in ‘s-Hertogenbosch op de afdeling Oncologie. Wat indrukken:

  • Het personeel is fantastisch!
    Zowel de artsen als het verplegend personeel zijn ontzettend professioneel en communiceren ook nog eens goed. Er is veel persoonlijke aandacht en iedereen geeft net het beetje extra waardoor het (ziekenhuis)leven mooier wordt. Voorbeeld: mijn zoon had zijn eerste schooldag op de basisschool tijdens mijn opname. De verpleging had dit gehoord en had na overleg met de artsen geregeld dat ik 1,5 uur werd losgekoppeld van mijn chemo-infuus en mijn zoon kon wegbrengen naar school. Onvergetelijk en tekenend.
  • Papieren wereld
    Elke opname en elke nieuwe arts zorgt voor extra papier. Voor patiënten betekent dit vaak dezelfde informatie geven. Als ik  me met complicaties meld bij de spoedeisende hulp moet ik weer vanaf start gaan uitleggen wat ik mankeer. Terwijl die informatie in hetzelfde ziekenhuis tot in detail voorhanden is. Heel vaak moet ik dezelfde vragen beantwoorden (“bent u allergisch voor bepaalde medicijnen?”) die dan netjes op weer een nieuw formulier worden opgeschreven. Ook de voortgang, wondverzorgingstips, informatie over behandeling, afspraken, etc. wordt allemaal op papier bijgehouden.
  • Kamergenoten
    Mijn idee is dat het verblijf op een kamer met 3 andere patiënten, niet bevorderlijk is voor het herstelproces. Je hebt te maken met medische details die je niet wil horen (gesprekken met een arts vinden op de zaal plaats), er liggen echt vervelende mensen bij, en je maakt kennis met allerlei intieme details waar je niets van wilt horen. Een dag in het ziekenhuis is altijd een hectische dag.

Werk

Vanwege de intensieve behandelingen en de extreme vermoeidheid (en andere bijwerkingen) wordt de wereld klein. Hoewel ik mijn MacBook Pro mét dongel had meegenomen naar het ziekenhuis is het sturen van een e-mail vaak al teveel. Bijhouden van blogpost en twitteren is niet meer bij. Vakliteratuur lezen is moeilijk. De focus komt op hele basale dingen te liggen: gezin, familie en vrienden en intensieve behandeling. Vreemd om te merken dat ik niet meer aan mijn passie ‘leren’ toekom maar het is niet anders. Vervelend om klanten te vertellen dat ik lange tijd uitgeschakeld ben en toen ik een aantal nieuwe aanvragen kreeg was het moeilijk om deze af te wijzen.

Ongelofelijke steun

Wat me het meest heeft verrast is de steun die ik van iedereen kreeg en nog steeds krijg. Vrienden koken voor ons, ouders krijgen onze zoon extra vaak te logeren, klanten en relaties sturen bossen bloemen, Tweeps steken met DM’s zeer veel harten onder de riem, vrienden (inclusief tweeps) en collega’s sturen boeken, iTunes tegoeden, tientallen kaarten en sms’jes, etc.. Dit maakt echt het verschil en geeft ontzettend veel energie. Ontroerend, elke keer weer. Iedereen vanuit de grond van mijn hart bedankt hiervoor!

Wereld veranderd?

Voor mij heeft de kanker mijn leven niet echt veranderd, al kan ik me voorstellen dat dit voor andere mensen wel kan zijn. Je wordt je bewust van de belangrijke en kleine dingen van het leven maar dit was bij mij en bij mijn vrouw al duidelijk het geval. We bekijken het erg positief en ik zie persoonlijk ook totaal niet op tegen de behandelingen. Het hoort erbij en we komen er wel weer uit. En tegelijkertijd zijn we bezig met onze tweede zoon die op komst is (rond kerst) dus dat is genieten!

Mag ik nog 1 ding veranderen?

Wat me is opgevallen dat je als patiënt zeker in het begin ontzettend veel informatie krijgt. Een groot deel van de informatie is mondeling, andere informatie wordt op papier aangeleverd. Sommige dagen komen er wel 3 of 4 specialisten langs met hun eigen verhaal. Dagelijks schrijven verpleegkundigen statusupdates op papier. Het is moeilijk om al deze informatie goed te interpreteren en te onthouden. Het zou mooi zijn als de gesprekken en alle aanvullende informatie digitaal beschikbaar is. Een device als een iPad zou hiervoor prima geschikt zijn. Graag zou ik op ieder moment inzicht hebben in mijn eigen genezingsproces en wil ik de medische informatie kunnen bekijken, inclusief de uitleg.

Hopelijk tot snel!

Tagged with: •
aug 04

Column van augustus gepubliceerd op www.e-learning.nl over de iPad:

Kunnen we, als verstandige mensen die zich richten op de bedrijfskundige of onderwijskundige meerwaarde van ICT-gebruik, alstublieft EVEN stoppen met het praten over de iPad? Kom uit de rij, stop met het maken van filmpjes over uw iPad en vertel niet hoe u de iPad al 2 maanden geleden hebt laten meenemen uit de VS.

Is het teveel gevraagd om te stoppen met het schrijven van blogposts over uw favoriete apps, handige accessoires en het bagatelliseren van het ontbreken van Flash-ondersteuning? Twitter alstublieft niet meer over nieuwe manier waarop u in bed uw favoriete kranten leest.

Niet nieuw, toch nieuws!
Waarom veroorzaakt de iPad zoveel publiciteit? Weet u het? Touchscreens zijn niet nieuw, de Microsoft Surface tafel bent u ongetwijfeld al vaker tegengekomen op onderwijs & ICT beurzen. Ook hebben verschillende fabrikanten al functionele laptops uitgebracht met touchscreens. En Apple liet met de eigen MacBook Air al eerder zien dat een ultraportable computer ook mooi kan zijn. Internetten onderweg kunnen we ook al jaren, o.a. met de kleine en betaalbare netbooks.

iPad is geen computer
Stiekem snap ik, (nog) niet iPad bezitter, het wel! Het is namelijk helemaal geen computer! Het is geen apparaat met een handleiding. Het kan een heleboel dingen niet maar niet iedereen zit op een heleboel dingen te wachten. Een iPad is direct te snappen en je partner, collega of kind van vier jaar hoeft niet te leren hoe het ding werkt. Je pakt het op en hoeft geen 2 minuten te wachten totdat hij is opgestart. Je gaat direct aan de slag en je legt hem weer weg als je klaar bent. Het apparaat is bijna onzichtbaar en dat maakt het verschil. De iPad valt op omdat het niet gaat om de techniek. Het gaat om de inhoud en de taak die je wilt uitvoeren. Gebruikers komen direct op de plek van bestemming. Je zoekt geen startknop en 5 andere menu-opties: je zoekt foto’s, informatie op een website of wil even mailen. Met je vingers zoek je je weg. Leren over de bediening is onnodig.

Raak de kern
Lerenden hebben vaak een hekel aan uitgebreide handleidingen of een training om een leeromgeving te leren gebruiken. Ze willen daar geen tijd aan besteden. En ze hebben groot gelijk. Ze willen leren. Geen gedoe. Met apparaten zoals de iPad kunnen we doordringen tot de kern en de ruis van een ingewikkelde userinteface wegnemen. Door het onzichtbare karakter van de iPad kunnen we direct naar het leren kijken. Het dwingt e-Learning ontwikkelaars eens kritisch te kijken naar de eigen producten. De iPad houdt ons een spiegel voor. Kijkt u er eens in!


(johncarljohnson op Flickr)


(teddyb109 op Flickr)

Tagged with: • • • •
jul 18

In het brede vakgebied e-Learning moeten we misschien wat vaker naar andere vakgebieden of andere industrieën kijken. Om inspiratie op te doen, om afstand te nemen van de dagelijkse gang van zaken, om huidige patronen te doorbreken en om geprikkeld te worden. In deze tweede blogpost van een serie kijk ik naar de manier waarop Ikea consumenten betrekt.

Ikea gebruikt in leersituaties voor personeel regelmatig digital storytelling. Zie mijn vorige blogposts hier en hier. Ze hebben ontdekt dat het zelf maken van content (user-generated content), gecombineerd met een authentieke en persoonlijke insteek, een grote meerwaarde creëert. Een mooi project waarbij Ikea zich richt op consumenten is Design your own life.

Design your own life

Design your own life is een project dat gestart is in 2007 waarbij Ikea gelooft “dat iedereen zijn eigen huis kan inrichten op een manier die het beste bij hem/haar past”. Ieder jaar heeft een andere insteek heeft en biedt Ikea weer extra functionaliteiten. Consumenten kunnen zo trends delen middels inzenden van foto’s (2007), krijgen ‘Designer tools’ in handen om virtueel allerlei plannen te maken (2008) en in 2009 is het mogelijk gemaakt om je eigen Ikea creatie te delen met de rest van Nederland. Dit onder de naam ‘Bekijk Ikea bij een ander’.

Je kunt op deze site een kijkje nemen bij andere klanten van Ikea. Een showroom is natuurlijk 1 manier om een indruk te krijgen maar het spreekt meer aan als je van een andere klant kunt zien hoe de Ikea-spullen in zijn/haar huis staan. Natuurlijk kun je ook je eigen foto’s van je eigen inrichting uploaden naar de Ikea site (maximaal 3). Een filmpje maken, dat op YouTube zetten en vervolgens embedden is ook mogelijk. Elke maand wordt er dan ook nog een winnaar gekozen die een cadeaubon krijgt.

Mogelijkheden (zoeken en delen)

Je kunt bij het zoeken of plaatsen kiezen uit verschillende categorieën zoals Keuken, Woonkamer, Werkplek of Tuin. Bij sommige categorieën zijn er minder dan 100 ingezonden, bij andere categorieën vind je duizenden pagina’s. Verder heb je nog een aantal selectiecriteria meer (zie afbeelding) waar je op kunt filteren. Zeer snel wordt dit filter toegepast en als je op de knop Bekijk nu > klikt dan blader je naar de resultaten toe.

Vervolgens zie je alle gegevens die de andere klant heeft ingevuld, beschrijving, prijs etc. Direct kun je de pagina toevoegen aan je favorieten, kun je de pagina doormailen, uitprinten of een reactie plaatsen en lezen.

Wat is er mooi aan?

Ikea maakt gebruik van het enthousiasme van klanten en de trots op hun eigen inrichting. Zo wordt een massaproduct iets persoonlijks en maken consumenten gratis kwalitatief goede content die een grote marketingwaarde kan hebben. Andere klanten krijgen met behulp van de ‘user generated content’ een beter beeld van de mogelijke toepassingen van Ikeaproducten in ECHTE woon- en werkomgevingen.

De online omgeving werkt goed (filteren, uploaden) en door de Catalogus vormgeving ziet iedere klant zichzelf in de Ikea-catalogus staan. Blijkbaar werkt dit alles (inclusief de mogelijkheden voor commentaar en delen) zo goed dat tienduizenden klanten de moeite doen om een account aan te maken en persoonlijke content te uploaden.

Wat kunnen we ermee in ons vakgebied?

We moeten ons realiseren dat niet alleen de content gemaakt door instructional designers waardevol is. Natuurlijk is de officiële Ikea catalogus een productie van professionals. Copywriters hebben prima teksten geschreven en de fotografen hebben mooi werk afgeleverd. Kwalitatief is het hoogstaand. De beleving van de klant over de producten van Ikea en de relatie van de klant met Ikea wordt beïnvloed door de extra, door andere klanten gemaakte content. Binnen e-Learning kunnen we de content (ervaringen, beeldmateriaal, voorbeelden, casusssen, …) van werknemers/studenten/lerenden een plaats geven naast de door e-Learning professionals gemaakte inhoud. Duidelijk herkenbaar en misschien met een iets andere functie en een andere waarde. Zo verhoog je de betrokkenheid van de lerenden, geef je mensen een stem en krijg je relevante content in een persoonlijke context gratis aangeleverd!

Wat kan jouw organisatie met dit idee?

jul 11

Op sommige momenten is het goed om terug te kijken. Vandaag heb ik mijn 10.000ste  twitterbericht geschreven en is het tijd om de waarde die Twitter heeft voor mij te duiden. Zowel op persoonlijk als professioneel vlak. Ook de positie die Twitter inneemt in de e-Learning wereld belicht ik.

Hoe gebruik ik twitter?

Ruim twee jaar geleden ben ik gestart met Twitter. Ik had Erwin Blom (@erwblo) uitgenodigd om bij Stoas te komen vertellen over social media. Hoewel ik sceptisch was heeft Erwin me door zijn praktische, authentieke en prikkelende verhaal overtuigd om het ook eens te proberen. Ik merkte direct dat je Twitter moeilijk uit kunt leggen (hoewel CommonCraft een goede poging waagt). De dynamiek en waarde wordt pas duidelijk als je een tijdje bezig bent en flink wat mensen volgt en gevolgd wordt. Momenteel volg ik zelf 622 mensen en 836 mensen volgen mij. Natuurlijk lees ik niet alle berichten van deze mensen maar pik er af en toe wat dingen uit. Alle reacties lees ik wel en ook alle DM’s (persoonlijke berichten die niet openbaar zijn).

Ik gebruik Twitter vooral via het programma Echofon. Een simpele maar handige manier om berichten te versturen en te lezen. Echofon heeft een prima iPhone app en een fijne add-on voor FireFox. De iPhone app heeft pushberichten dus als iemand mij een antwoord stuurt of een persoonlijk bericht dan hoor ik een signaal. Voordat ik mijn iPhone had maakte ik veel minder gebruik van Twitter omdat je dan aan je computer bent gebonden en het bijna-synchrone karakter vraagt om snelle reacties.

Als ik kijk naar onderstaande grafiek (dank aan de site TweetStats) dan zie ik dat het weekend iets minder Twitteractiviteit laat zien, de maandag scoort het hoogste. Dit is de dag dat ik (officieel) niet aan het werk ben.

Als ik kijk naar de momenten waarop ik Twitter dan ligt de nadruk op de avond. Dit is het moment dat ik vaak wat vakliteratuur lees of me online wat aan het verdiepen ben. Tijdens de ‘officiële’ werkuren ben ik wat minder actief.

Verder gebruik ik nog een paar applicaties en diensten die een relatie hebben met Twitter. Zo gebruik ik TweetDeck als ik bij congressen zit om specifieke aanwezigen eenvoudig te volgen en om alle tweets van dat congres te verzamelen. Als ik onderweg foto’s maak die ik wil integreren in mijn tweets dan gebruik ik Mobypicture. Je maakt een foto, typt een bericht en dit resulteert in zowel de upload naar de Mobypicture pagina als een tweet met de link hiernaar toe. Als ik muziek afspeel bij Blip.fm kan ik ook dat nummer rondtwitteren.

Persoonlijk of professioneel?

Bij de mensen die ik volg zitten puur zakelijke contacten die ervoor kiezen om alleen over hun vakgebied te twitteren en er zitten mensen bij die ook of vooral over persoonlijke zaken berichten. Ik vind het interessant om de mens achter de professional te zien. De meeste mensen die ik volg hebben te maken met onderwijs, e-Learning of nieuwe media. Daar ligt ook mijn primaire doel. Hoewel ik ook over persoonlijke dingen af en toe twitter, vind ik het prettiger en relevanter om over e-Learning, nieuwe media of fotograferen te twitteren. Als iets me teveel persoonlijk raakt of bezighoudt dan deel ik dit niet via twitter. Daar is het te massaal voor.

Wat win ik ermee?

Dit is de hamvraag. Wat win ik met Twitter?

  • Met Twitter ben ik in staat om mijn vakgebied goed bij te houden. Samen met mijn RSS-feeds van edublogs en tijdschriften en boeken vormt twitter een manier om dit effectief te doen. Twitter begint hierin steeds belangrijker te worden.
  • Met Twitter en met mijn blog ben ik zichtbaar  voor de markt. De meeste commerciële opdrachten krijg ik tot mijn verrassing via of dankzij deze twee kanalen.
  • Met behulp van Twitter bouw ik een ander netwerk op dan via de niet-digitale manieren. Het contact kan snel persoonlijk worden en het is een eenvoudige manier om contacten te onderhouden. Vaak resulteert een zakelijke Twittercommunicatie in fysieke afspraken of converseer je verder middels de telefoon.
  • Twitter (en met name directe, niet openbare berichten) hebben voor een deel mijn e-mail verkeer vervangen. Sneller, bondiger en handig.
  • De 140 karakters dwingen je om na te denken over de kern van een boodschap. Het is een uitdaging om een blogpost, website of artikel in 140 karakters te typeren.

Wat ik het meest waardevol vind is de bereidheid van anderen om je te helpen. Dit doet me denken aan de mensen die je in 1995 op het web tegenkwam. Een paar voorbeelden:

  • Contract
    Toen ik eens meldde dat ik twijfelde over de juridische status van een contract dat ik kreeg voorgelegd, reageerde een Tweep (iemand die twittert) en bood aan om door haar partner het contract te laten nakijken. Dit zorgde ervoor dat ik met haar aanwijzingen tot een beter contract kon komen.
  • Fotograferen
    Nog niet zolang geleden ben ik met passie begonnen aan het fotograferen. Via Twitter kreeg ik vele waardevolle adviezen (op maat!) over het kopen van een camera en een tijd later voor het kopen van een goede lens. Gerichte vragen werden snel beantwoord door experts op dit gebied.
  • Grafisch vormgevers nodig
    Voor een klant zocht ik grafisch vormgevers die aan een e-Learning module konden werken. Niet alleen kreeg ik een reactie van ZZP’ers die interesse hadden maar zeker zoveel mensen kwamen met een naam uit hun netwerk waar ze positieve ervaringen mee hadden.
  • Vraag om online enquêtetool
    Voor SeniorWeb zocht ik een goede online tool om enquêtes af te nemen. Op zaterdagochtend had ik (rond 7.30 uur) een vraag gesteld. Binnen een uur had ik zeker 5-7 bruikbare tools van de mensen uit mijn netwerk.

Bovenstaande vragen had ik natuurlijk ook via Google kunnen oplossen. Het verschil tussen Google en Twitter zit hem in 2 dingen: (1) Twitter bestaat uit mensen die ik ken en vertrouw. (2) Twitter praat terug en geeft context. Als ik op “Online enquêtetool” had gezocht met een zoekmachine had ik veel treffers gevonden. Met Twitter kreeg ik maar een paar treffers maar ik kon wel vragen aan de mensen waarom ze een tool waardeerden. En ze kende mijn situatie, ze snapte de context van mijn vraag. Zelf help ik ook regelmatig mensen verder en wordt het contact vervolgd per telefoon of met een fysieke bijeenkomst.

Verandert Twitter het leren?

Twitter heeft voor mij absoluut het leren verandert. Voor vele andere, frequente gebruikers, ook. In 2008 publiceerde ik in het blad Develop een artikel over de invloed van technologie op het leren (download de PDF). Mijn stelling was dat technologie vooral het informele leren sterk beïnvloedt. Hierin speelt Twitter een grote rol. De snelheid, het gemak en het bereik maken dat communicatie en het informele leren echt verandert. Tools als Twitter slagen erin om grenzen van organisaties te slechten. Je deelt informatie met andere professionals en dit gaat verder dan de professionals in je naaste fysieke werkomgeving. Dit zorgt voor bredere inzichten.

Twitter in het bedrijfleven?

Je kunt Twitter (of beter gezegd Microbloggen) volgens mij op 3 manieren inzetten:

  1. Met een bedrijftwitteraccount
    Moeilijk om een algemeen organisatie-account van goede kwaliteit te laten zijn. Zo’n bedrijfsaccount heeft vaak een erg lage frequentie van posten. Vaak is het account anoniem (je kent alleen de bedrijfsnaam) en is er veel sprake van eenrichtingsverkeer. Een bedrijf schrijft berichten. Soms volgen ze zelfs niemand of worden persberichten automatisch geplaatst op Twitter.
  2. Met individuele accounts van professionals
    De werknemers Twitteren op persoonlijke titel met de nadruk op hun professionele activiteiten. Dit zorgt voor authentieke, persoonlijke berichtgeving. De organisatie heeft dan geen grip op de berichten. Dit kan ook tegen de organisatieboodschappen ingaan en zo een tegengesteld effect veroorzaken.
  3. Met interne tool
    Binnen Noordhoff Uitgevers en binnen Stoas heb ik erg positieve ervaringen met Yammer. Met deze microblogging tool kun je berichten delen met enkel de mensen van je eigen organisatie of speciale groepen maken met bijvoorbeeld je toeleveranciers of grote klanten. Een erg prettige manier om snel van elkaars projecten op de hoogte te zijn, relevante informatie te delen of vragen te stellen. Als je meer zoekt dan het microbloggen dan  is een tool als Elgg heel goed te gebruiken.

En natuurlijk is het slim om automatisch te zoeken of iemand iets twittert over jouw project of organisatie. Zo kun je snel reageren als er wordt geklaagd of als iemand een mooie tip voor je heeft. Zo heeft de marketingmanager van MindMeister al een paar keer contact met me gezocht (zie mijn eerdere blogpost).

Wat is voor jou de waarde van Twitter?

Iedere tweep wil ik heel erg bedanken voor de inspiratie. Speciale dank naar een aantal voor mij speciale tweeps in willekeurige volgorde: @DieterM, @ranver, @Dagnespresso, @wrubens, @erwblo, @Helikon, @Bilsen, @siavogel, @mariekemove, @peterdevisser, @jvondermans, @mediafritswijs, @jeroencl, @PeterMcAllister, @robvdhoed, @mathiepe, @Sas2112, en natuurlijk last but not least @CarlaMondig en @florinablokland!

Tagged with: • •
preload preload preload