jun 30

Rond 2000 heb ik voor het eerst gewerkt met een omgeving waarin je een virtuele klas bedient. Ook wel webinar of e-seminar omgevingen genoemd. Ik kan me WebEx nog herinneren en een product van Xerox (geloof ik) waarbij je met telefoon naar een server in de US moest bellen. Vervolgens zat dat 30 seconden vertraging op. In 2008 schreef ik over de tool DimDim (zie blogpost hierover). Nu ben ik voor een aantal klanten waaronder Fontys dit soort virtuele sessies aan het organiseren dus het was tijd voor een update en het inzichtelijk maken van een aantal tools. Ik heb vergeleken: DimDim, WebEx, GoToTraining en Adobe Connect.

Wanneer gebruik je deze tools?

Vaak worden deze omgevingen gebruikt bij een wat langer opleidingstraject waarbij klassikale sessies wat verder uit elkaar liggen of bij complete trajecten op afstand waarbij je tussendoor synchrone (gelijktijdige) contacten wilt faciliteren. Het aantal deelnemers kan van een paar tot een paar duizend variëren. Vaak duurt een sessie 1 tot 1,5 uur en kun je bij de meeste tools onderstaande functionaliteiten gebruiken:

  • audio en video (wel beperking aantal gelijktijdige gebruikers);
  • hand opsteken middels een icoontje/knop;
  • delen van PowerPoint presentaties of bestanden;
  • delen van een whiteboard (tekeningen maken);
  • websafari (deelnemers meenemen naar verschillende webpagina’s);
  • delen van applicaties op de PC;
  • meerkeuzevragen stellen;
  • de ‘presenter-rechten’ geven aan 1 of meerdere deelnemers (die dan zelf een presentatie kunnen geven bijvoorbeeld);
  • opnemen en embedden van de sessie (naslag).

Als facilitator ben je geneigd om zelf de hele tijd het woord te nemen zodat het een soort college wordt maar de meeste tools zijn ook geschikt om juist de deelnemers iets te laten presenteren. Zo gebruik ik het zelf als facilitator/trainer voor vragenuurtjes, verdiepingssessies maar bijvoorbeeld ook om deelnemers aan elkaar presentaties te laten geven over de projectvoortgang van groepen deelnemers. Ook gebruik ik zelf de tools om snel met klanten wat dingen door te nemen. Het kunnen dus ook hele korte en ad-hoc sessies zijn.

Wat zijn de verschillen?

Tegenwoordig is de kwaliteit wel goed over het algemeen. De functionaliteiten verschillen een klein beetje maar met name zit het verschil in de mogelijkheden om de pagina aan te passen aan je eigen huisstijl, het maximale aantal deelnemers en de kosten die aan het gebruik verbonden zijn. Het is nu wel betaalbaar om deze tools te gebruiken.

Een ander verschil zit in de noodzaak om al dan niet de applicatie te moeten downloaden. Sommige systemen kun je in een webbrowser bedienen, voor andere moet de gebruiker een programma downloaden. Dit kan voor bedrijven en organisaties ook nog wel wat extra implementatietijd en -problemen opleveren.

Welke is het beste?

Er is niet 1 die absoluut de beste is. De keuze hangt af van je eigen wensen en de manier waarop je het in je leerprocessen wilt inzetten. DimDim springt er uit qua gebruikersgemak maar is minder betrouwbaar qua geluid en video (en is als enige als open source software te downloaden), WebEx is een prima tool maar niet de goedkoopste, GoToMeeting is fantastisch qua eenvoud én uitgebreidheid maar is ook flink aan de prijs en kent geen video en Adobe Connect is zeer uitgebreid, goed te betalen maar een beetje ingewikkeld.

Hoewel mijn voorkeur eerst erg bij DimDim lag heb ik (ook in de Proversie) veel performance problemen ondervonden. En als tijdens de sessie steeds het geluid of andere functionaliteit wegvalt is de flow uit het proces. Een applicatie moet betrouwbaar zijn. Mooie van DimDim is wel dat er een gratis gehoste versie te gebruiken is. Als je dit gebruikt in combinatie met bijvoorbeeld Skype heb je gratis een mooie set aan functionaliteit tot je beschikking.

Nog meer opties?

Ja, bovenstaande applicaties zijn de applicaties waarmee ik zelf ervaring mee heb opgedaan de afgelopen jaren. Er zijn er nog veel meer die soms afwijken qua functionaliteit maar wel interessant kunnen zijn als je met meerdere mensen online wilt overleggen. Wat alternatieven:

  • Skype
    1 op 1 met video en schermdeling. Gratis. Bij Skype kun je tot 25 mensen in een conference call zitten waarbij alleen audio gebruikt wordt.
  • FlashMeeting
    In 2007 schreef ik over deze tool. Ontwikkeld door de Open University in de UK en prima geschikt voor verschillende audio- en videobronnen. Gratis te gebruiken voor bepaalde groepen mensen. Zie de website voor de huidige mogelijkheden.
  • ooVoo
    Relatief nieuwe tool waarmee je met meerdere mensen een videochat kunt uitvoeren. 1 op 1 is gratis, voor meer mensen kan per maand of per keer betaald worden. Je betaalt per gebruiker, zie de site.

Gewoon beginnen?

Bij alle tools kun je een proefaccount aanvragen. Hieronder de info daarover:

  • DimDim
    Gratis account voor onbepaalde tijd. Een proefversie van Proversie is mogelijk na telefonisch contact. Zie de site.
  • GoToTraining
    Proefaccount voor 30 dagen voor 25 gebruikers. Ook mogelijkheid om GoToMeeting uit te proberen met hetzelfde account. Je moet wel je creditcardinformatie invoeren. Zie site.
  • WebEx
    Proefaccount voor 14 dagen voor 25 gebruikers. Zie site.
  • Adobe Connect
    Proefaccount voor 30 dagen voor verschillende tools die erin verwerkt zijn. Je hebt je gratis Adobe account nodig of kunt dit aanvragen. Zie de site.

Document met overzicht

Een vergelijking op hoofdpunten vind je in dit Overzicht webinars (PDF, 127 KB).

Mocht je zelf nog alternatieven hebben of je ervaring over een van deze producten willen delen: reacties zijn van harte welkom!

Tagged with: • • •
jun 16

Vorige week heb ik samen met Rob Houben voor een kleine groep van het DaCapo College een tweedaagse studiedag georganiseerd over ICT en leren. Basisgedachte is dat de deelnemers de beweging naar een zinvol gebruik van ICT binnen leersituaties inzetten en als ambassadeurs met hun collega’s zoeken naar waardevol gebruik. Uitgangspunt is om docenten en leerlingen te laten leren m.b.v. ICT. Belangrijk is dat docenten en leerlingen bestaande tools en content gaan gebruiken. Er is namelijk zoveel goeds te vinden. Je hoeft niet alles zelf te maken vanaf scratch.

Hergebruik van materiaal

De eerste dag hebben we gekeken naar verkrijgbare online tools én naar verkrijgbare content. Belangrijk daarbij is dat je goed let op de rechten van het (leer)materiaal dat je tegenkomt. Als iemand iets heeft gemaakt liggen de rechten (in veel landen waaronder Nederland) bij die persoon en mag je als docent niet zomaar het materiaal gebruiken. Maar gelukkig kan het ook anders, zie het filmpje over Copyright & Creative Commons:

Dit is belangrijk als je zelf (leer)materiaal maakt. Je kiest zelf dat je wel onder bepaalde condities je werk wilt delen. Je werk is wel beschermd maar biedt ook veel mogelijkheden. Op die manier deel je kennis. Volgens mij schieten we er allemaal iets mee op. Op veel sites zoals Flickr kun je als maker aangeven dat je je foto’s onder Creative Commons licentie publiceert.

Zelf Creative Commons licentie uitkiezen

Als je gelooft dat delen voor iedereen wat oplevert kun je het materiaal wat jij maakt (e-Learning modules, teksten, foto’s, video’s, muziek, etc.) publiceren onder een Creative Commons licentie. Op de Nederlandse site van Creative Commons kun je op een eenvoudige manier een licentie kiezen. Je maakt een paar keuzes (welke licentie wil je precies en welke knop wil je) en je kunt direct een stukje HTML-code genereren dat je vervolgens weer op o.a. een website kunt zetten.

Als je de HTML-code plakt op je website wordt er een knop zichtbaar die verwijst naar de gekozen licentie. Een bezoeker klikt op de knop en hij weet direct hoe jij de rechten geregeld hebt. Bij mij zie je op dit blog deze knop staan:

Creative Commons License

Zelf Creative Commons materiaal gebruiken!

Als je zelf op zoek bent naar bruikbaar materiaal (voor lesmateriaal, presentaties etc.) dan kun je bijvoorbeeld op een site als Flickr zoeken naar materiaal dat onder een bepaalde CC-licentie is uitgebracht. Niet alle sites bieden helaas deze mogelijkheid. Sterker nog, een site als Vimeo waar ik een betaald account heb, kent niet de mogelijkheid om duidelijk te maken dat de door jou gemaakte video’s onder een CC-licentie moeten worden uitgebracht. Het is mij onduidelijk waar de rechten liggen op je materiaal!

Tweede interessante optie is om te kijken op de Creative Commons website waar werk vanuit verschillende sites te vinden is. Via een duidelijke zoekmachine kun je bij werk van verschillende sites uitkomen. Pas heb ik op deze manier zelf een liedje gezocht dat ik vervolgens in een videofilm heb verwerkt.

Creative Commons steunen?

Als je net als ik deze filosofie van delen een warm hart toedraagt is het goed om al het materiaal wat je maakt beschikbaar te stellen via een CC-licentie. Maar je kunt ook financieel de non-profit Creative Commons organisatie steunen door lid te worden van het Creative Commons Network. Dit kan vanaf 75$ per jaar. Lid worden of 25$ doneren doe je hier. Je kunt dan ook nog een paar dingen krijgen zoals een shirtje. 😉 Daarnaast krijg je een pagina waarnaar je kunt linken vanaf je blog of website. Deze pagina is dan ook toegankelijk via een CC-Network knop.

Een prachtige uitleg en voorbeeld is overigens A Remix Manifesto, een film over nieuwe wereld van het delen. Prikkelend!

O ja, nog een mooi project: Open Educational Resources (OER), hier is de CC-licentie gekoppeld aan leermateriaal. Zoek en vind. Hun slogan is iets moois om mee af te sluiten:

Wat vind jij van het delen van je materiaal? Doe je dit of kies je er bewust niet voor?

Tagged with: • • •
jun 05

Op 26 mei vond de zesde Nederlandstalige Moodlemoot plaats. Deze keer op een prachtige locatie (METS Center) in Bilthoven. De bijeenkomst waarbij Moodle gebruikers ervaringen en kennis uitwisselen werd weer georganiseerd door de Nederlandstalige Ned-Moove vereniging.

Zowel zeer ervaren als absolute Moodlebeginners vonden veel nieuwe kennis, maar de echte waarde zit in de vele nieuwe contacten die je opdoet. Vaak in de pauzes of tijdens discussies. Dan deel je je ervaringen, passie, knelpunten, uitdagingen.

Het programma was weer gevarieerd en goed, er was zelfs een track met andere open source projecten zoals WordPress en Drupal.

Deze keer had ik geen presentatie maar probeerde de dag vast te leggen middels foto’s. Vriend Job Bilsen legde wat indrukken vast op video. Dit had een leuk effect want je kijkt anders naar zo’n bijeenkomst door de zoeker van een camera. Zo kon ik eenvoudig bij de parallelsessies in en uit lopen. Op die manier krijg je aan de ene kant een wat vluchtig, gefragmenteerd beeld maar aan de andere kant ook wel een volledig beeld.

Wat persoonlijke indrukken/ervaringen:

  • De key-note was voor mij niet optimaal. Deze virtuele sessie door Tomaz Lasic, Education Researcher bij het Moodle hoofdkwartier, kwam niet uit de verf. Het ontbreken van video zorgde ervoor dat mijn aandacht verslapte. Het verhaal compenseerde het gebrek aan video onvoldoende.
  • Participatie met leuke tool door Hans de Zwart was veelbelovend. Je kon via twitter, site en sms reageren op een stelling. Dit werkte goed, alleen de slechte verbinding van T-Mobile zorgde ervoor dat veel mensen moeizaam of niet konden twitteren.
  • Kwaliteit van sprekers was weer goed. Mensen spreken authentiek en vanuit een persoonlijke passie. Dat maakt het beter dan veel commerciële bijeenkomsten.
  • Voor mensen die nog weinig tot geen ervaring hebben van Moodle is het niveau van de presentaties wel wat hoog en ontbreekt het kader.
  • Het programma was pas ter plekke te bekijken (in detail). Het zou fijn zijn om vooraf al wat meer te weten en je zo beter te kunnen voorbereiden.
  • Leuk om de gevarieerde groep Moodle gebruikers te ontmoeten. Het blijkt dat de manier waarop Moodle wordt ingezet erg verschilt.
  • Nadruk lag op het onderwijs, de volgende keer mag wel meer aandacht aan gebruik van Moodle binnen bedrijven en overheid. Dit zorgt voor een goede kruisbestuiving. Ik zou graag bijvoorbeeld de ervaringen van De Belastingdienst, KLM of Shell horen.
  • Erg prikkelend was de sessie waarbij je je eigen Moodle kon ‘pitchen’. Hier kreeg je een snel inkijkje in de keuken van andere Moodle implementaties. Spontaan gaven mensen een demo van hun eigen omgeving.

Kortom: een goede en wederom inspirerende bijeenkomst! Gebruik je zelf Moodle in je organisatie en was je er niet bij? Word lid van Ned-moove en maak de volgende keer met de rijke wereld van de Nederlandstalige Moodle community.

Foto-impressie Moodlemoot (#mootnl10)

Tagged with: • • •
mei 27

De Roode Kikker (leukste edugame bedrijf in Nederland) gaf het interviewstokje door en onlangs verscheen de Vives, het ‘het vakblad ten behoeve van [ict] vernieuwingen binnen het onderwijs’. Altijd leuk om te lezen en hoewel dit blad zich richt op het regulier onderwijs is er ook voor andere e-Learning professionals veel relevante informatie te vinden.

Een rubriek die in de Vives staat heet portret en deze keer had ik de eer dat Jeroen van den Meiracker met een interview als basis een levendig portret schreef. Ik ben blij met het resultaat! Speciale credits gaan naar mijn zoon Midas van 3,5. Hij heeft de foto van mij gemaakt. Vives had de keuze tussen een formele foto en deze; de eerste gepubliceerde foto van mijn zoon is hiermee een feit. 😉

Je leest het artikel in de papieren Vives of middels de PDF-versie (1,1 MB).

Tagged with: • • •
mei 02

Vorige week was Fabrizio Cardinali op bezoek bij Stoas. Fabrizio is CEO van Guinti Labs en voorzitter van de ELIG. Hij was in Nederland voor een Stoas seminar over content management. Mijn collega Rens stelde hem wat vragen, ik filmde. Een verder videoverslag van het seminar (van mijn hand) volgt nog.

De vragen die we stelde aan Fabrizio Cardinali:

  1. What is your vision on nearby and future developments within the e-Learning field?
  2. How do you look at the trend of so-called ‘Rapid e-Learning’?
  3. Why should or shouldn’t you invest in learning content management?
  4. Can you give some examples when you advise not to use an LCMS?
  5. What is your opinion on open source and open source as a software development company?
  6. Implementing a solution like learn eXact Enterprise, is that extensive and complex process?

LCMS nuttig?

Ik vond het interview en het seminar erg interessant. Ik werd aan de ene kant kritischer op systemen als een Learning Content Management Systeem (LCMS), aan de andere kant vond ik het een inhoudelijk sterk verhaal met een goede onderbouwing en een levendige visie. Zie voor een introductie op een LCMS het Wikipedia artikel.

Mijn gevoel (en ook mijn ervaring) vertelt me dat de implementatie van een LCMS een erge complexe en omvangrijke operatie is die maar voor een klein deel van de e-Learning ontwikkelteams en organisaties relevant is. Een LCMS is een interessante en waardevolle optie als:

  • je als organisatie grote hoeveelheden e-Learning ontwikkelt;
  • je erg veel updates uitvoert;
  • je werkt met een grote groep ontwikkelaars;
  • je e-Learning content is opgedeeld in relatief kleine eenheden (discussie rondom RLO, zie ook dit artikel uit 2002);
  • je een grote mate van herbruikbaarheid van kleine eenheden van dit materiaal nastreeft en echt wil realiseren;
  • je de content in grote mate wil personaliseren (op groepsniveau of individueel niveau).

Met name dat laatste vind ik heel waardevol. Met een LCMS ben je goed in staat om te differentiëren op taal, voorkennis, multimediavorm, stijl, vormgeving op elk gewenst niveau. En om het dan nog krachtiger te maken kun je dit nog uitbreiden met een persoonlijk leerpad waarbij je aan de hand van voorkennis en competenties kleine leereenheden uitserveert naar de lerenden die precies passen bij zijn/haar leervraag. Hier kun je absoluut winst behalen, op alle fronten (rendement, financieel, ontwikkeltijd, onderhoud).

LCMS niet nuttig?

Zelf geloof ik veel minder in 2 voordelen die vaak genoemd worden bij een LCMS: herbruikbaarheid en multichannel uitleveren. Dat laatste betekent dat je inhoud bijvoorbeeld uitlevert op papier, op een computerscherm en via mobiele telefoons. Ik denk dat je vanuit didactisch oogpunt erg verschillend materiaal moet maken en dat je het ontwerp per device op hun specifieke kwaliteiten en kenmerken moet baseren. Ik geloof niet zo dat je met een systeem met 1 druk op de knop zoiets goed kunt doen. Brengt me bij mijn tweede punt; herbruikbaarheid. Theoretisch gezien is herbruikbaarheid mooi: minder kosten, veel consistentie. In 2000 heb ik al eens meegedaan met een Europees R&D project waar herbruikbaarheid belangrijk was. In de praktijk bleek dit moeilijk: goed metadateren kost veel tijd en kunde, vaak was het goedkoper om een leerobject opnieuw te maken. Mensen vonden het ook moeilijk om materiaal van een andere 1-op-1 te hergebruiken. Eigen materiaal maken had vaak de voorkeur.

Een essentiëler probleem vind ik liggen in de basisgedachte van een LCMS: de content wordt gemaakt door een groep experts/ontwikkelaars. Er is weinig ruimte voor ontwikkelingen zoals informeel leren en user generated content. Het zou mooi zijn als een LCMS bijvoorbeeld ook faciliteert dat de inhoud kan worden aangevuld door de gebruikers. Ik geloof niet dat content alleen gemaakt wordt door ontwikkelaars, zie ook mijn eerdere blogpost. Wat vinden jullie?

Nawoord/aanpassing:

Job heeft in de comments de onderstaande opmerking gemaakt. Ik denk dat de opmerking relevant is en wil graag hier in de post nog een reactie geven. Job zei:

Ben het niet helemaal eens met je bezwaar tegen multichannel. Ik denk ook niet dat het zinvol is om 1-op-1 content die ontwikkeld is voor pc over te zetten naar mobiel. Wel denk ik dat bepaalde assets herbruikbaar zijn (bijvoorbeeld video). Een goede assetslibrary kan dan handig zijn.

Hij heeft gelijk. In mijn post heb ik het wat zwart/wit omschreven. Ik geloof niet in de ‘Publish to all’ functionaliteit waarbij je geen hernieuwd ontwerp maakt. Wel geloof ik in het hergebruik van assets (kleinste herbruikbare eenheden; video, afbeeldingen etc.) zoals video. Als je die maakt met het idee van toepassing op meerdere platforms dan heb je daar wel degelijk herbruikbaarheid te pakken. Dit zelfde geldt wellicht voor een deel van de graphics. Voor tekst zie ik dat veel minder gebeuren. Wel vind ik dat je ontwerp dieper moet gaan dan het simpelweg beschikbaar stellen van dezelfde cursus. Zie ook eerdere blogpost over mobiele Moodle toepassing. Voor een dynamisch en controleerbaar hergebruik zoals Job beschreef is dan de inzet van een systeem zoals een LCMS wel onontbeerlijk.

Foto-impressie van het seminar:

Video-impressie van het seminar:

Tagged with: • • •
apr 11

In het brede vakgebied e-Learning moeten we misschien wat vaker naar andere vakgebieden of andere industrieën kijken. Om inspiratie op te doen, om afstand te nemen van de dagelijkse gang van zaken, om huidige patronen te doorbreken en om geprikkeld te worden. In deze eerste blogpost van een serie kijk ik naar de manier waarop vraag en aanbod in de accommodaties voor congressen, workshops en trainingen op elkaar worden afgestemd. Dit doe ik aan de hand van de website Meetingspot.nl.

Wat doet Meetingspot.nl?

Zoals eigenlijk al in de tekst hierboven staat: mensen die een ruimte zoeken kunnen hun vraag bekend maken en mensen die zelf een accommodatie aanbieden kunnen snel in contact komen met de zoekenden en een aanbod doen. Voor de aanbieders kost deze dienst geld (49,95 euro excl. btw), voor de mensen die naar een ruimte op zoek zijn is de dienst geheel gratis. Als vrager/zoeker geef je met een aantal keuzes aan wat je precies zoekt en waar de accommodatie aan moet voldoen. Daarnaast kun je in een tekstveld beschrijven wat je zoekt. Niet onbelangrijk: je geeft ook aan tot wanneer je eventuele offertes wil ontvangen. Aanbieders sturen via de site een offerte die dan netjes in PDF-vorm in je mailbox komt. Je maakt een gratis account aan en je kunt op de site ook nog altijd de aanbiedingen globaal zien en meer informatie over de locatie krijgen (inclusief foto’s etc.).

Zelf heb ik mijn zoekopdracht een kleine week opengezet. In die week heb ik 8 offertes ontvangen (redelijk eenvoudig maar bruikbaar van opzet). Er zat er maar 1 bij die niet relevant was (ik zocht ruimtes in regio Eindhoven/’s-Hertogenbosch en de aanbieder kwam met een hotel met de naam Eindhoven maar nog niet een klein beetje in de buurt van Brabant). Met 3 locaties ben ik verder in contact getreden. De uiteindelijke keuze moet ik nog maken. Het was een snelle en prettige manier om specifieke informatie te vergaren.

Drie minpuntjes:

  1. Door de beknoptheid van de offertes zijn er soms dingen onduidelijk. Soms was zelfs onduidelijk of de geoffreerde prijs inclusief of exclusief btw was.
  2. De omslachtige manier waarop je contact kunt opnemen met de aanbieder. Nu kon ik mailen maar niet replyen op een mail. Ook via de website verwacht ik de mogelijkheid om een snelle vraag te stellen waarbij voor de aanbieder de context helder blijft. Nu moest ik naar een mailadres gaan mailen en de door hen gezonden offerte weer als bijlage toevoegen. Zeker als je veel offertes ontvangt kan dit tijdrovend en foutgevoelig zijn.
  3. Via de website kan ik niet meer de gedetailleerde offerte inzien, enkel het totaalbedrag. Dit is jammer want dit zorgt ervoor dat de website niet meer het centrale punt is voor mij. Er is dan geen echte reden meer om terug te gaan naar de site. Voor mij is het lastig omdat ik naar de gemailde PDF’s moet gaan. Daarbij hebben de mails ook een algemeen onderwerp waardoor het verwarrend wordt.

Wat is er mooi aan?

Het gaf mij de mogelijkheid om binnen een korte, zelf te definiëren periode, gerichte aanbiedingen te verkrijgen. Deze aanbiedingen waren op maat gemaakt en werden overzichtelijk gepresenteerd op de website en ik ontving ook nog eens de offertes per mail. Op deze manier kom je op nieuwe ideeën. Lang niet alle locaties waren bij mij bekend. Je kunt voldoende variabelen opgeven (inclusief wat vagere kenmerken zoals ‘stijl’) die zorgen voor een relevante match.

Wat kunnen we hiermee in ons vakgebied?

Het concept van een marktplaats waar vraag en aanbod bij elkaar komen vind ik interessant. Niet voor complexe vragen (een webbased training, een simulatie of een implementatie van een systeem) want dan wordt de match nooit goed gemaakt. Voor het beantwoorden van complexe vragen is een echt contact en afstemming noodzakelijk. Anders krijg je net zulke ellende als bij aanbestedingstrajecten. Dit kost de aanbieder en vrager teveel tijd en energie.

Maar we kunnen het bijvoorbeeld wel doen bij wat beter te hanteren vragen rondom thema’s als:

  • korte training over e-Learning;
  • workshop over e-Learning;
  • presentatie over e-Learning;
  • gastcollege over e-Learning;
  • analyse huidige e-Learning content;
  • schrijven van artikel/blogpost/review product/…;
  • …

Als mogelijke variabelen die een vrager kan invullen: stijl, doelgroep, voorkennis, duur, dag en tijd, budget, onderwerpen, locatie, doel, etc.

Gezien vanuit de aanbieders lijkt me dit met name voor ZZP’ers interessant. Wat denkt u ervan? Kan een Meetingspot voor e-Learning gaan werken? En zo ja; hoe en waarmee?

Tagged with:
mrt 25

Op 1 april vindt het seminar UGame ULearn plaats. Het thema van dit jaarlijkse event gericht op onderwijs en bibliotheken is ‘User Experience‘. Een belangrijk thema. Misschien wordt User Experience wel steeds belangrijker! Zelf zit ik deze keer in een panel om te praten over ebooks/ereaders  en wat deze (kunnen) betekenen voor de bibliotheek en het onderwijs. Wat vind ik hier eigenlijk van? Gaat de eReader uitsterven. Net als de CD-i?

User experience!

In presentaties laat ik aan de hand van 2 voorbeelden zien dat de verwachting van gebruikers snel verandert t.a.v. ICT. Gebruikers (lerenden zijn dit ook) stellen steeds meer eisen aan de gebruikerservaring. De twee voorbeelden:

  1. Mijn 3-jarig zoontje gebruikt ongeveer een jaar mijn iPod Touch en iPhone. Voordat ‘ie 2 jaar oud was, bladerde hij al door foto’s. Zie eerdere blogpost. Hij probeert nu ook door over het scherm van mijn MacBook te wrijven naar een volgende pagina of foto te gaan. Hij verwacht hetzelfde gemak als bij het touchscreen van de iPhone. De laptop valt tegen.
  2. Bij SeniorWeb merkte een cursist (60+ jaar) op dat hij de WYSIWYG editor van de leeromgeving Moodle wel wat vond tegenvallen. De editor van WordPress vond hij veel eenvoudiger en gebruiksvriendelijker. Daar kon je gemakkelijker en met minder klikken een afbeelding invoegen.

In beide voorbeelden verwacht de gebruiker een bepaalde ‘user experience’ en is teleurgesteld als dit niet uitkomt. Op zich hoeft er met het product niet veel mis te zijn maar als het elders gemakkelijker, sneller, mooier of aantrekkelijker kan dan valt huidige ervaring tegen.

eReader verliest in vergelijking

Daar zie ik een probleem met de eReaders. Hoe technisch goed het scherm en de e-ink ook is, het apparaat moet opboksen tegen twee concurrenten die als referentiepunt dienen:

  • boek;
  • computerscherm.

Boek vs eReader. Ja, het scherm van de eReader is net zo rustig voor je ogen als papier maar nee, het bladeren gaat langzaam. Bediening is niet altijd even handig. Aantekeningen kunnen bij sommige readers gemaakt worden maar ook dat gaat handiger op papier. eBooks kun je moeilijker uitlenen en zijn weinig compatible met elkaar. Sterke punt van eBooks is het gewicht. En doorzoekbaarheid (voor zakelijke literatuur of studieboeken kan dit relevant zijn). Winnaar is hier voor mij het papieren boek. En dan hebben we het niet eens over het gevoel en de geur gehad 😉

Computerscherm vs eReader. De eReader wint duidelijk op scherpte en leesgemak. Maar waar is de kleur, waar is de interactie, waar is de beweging, waar is de audio? We hebben een bepaalde verwachting en de eReader wint het maar op 1 ding: leesbaarheid van tekst. Computerscherm wint hier.

eReader relevant voor het onderwijs?

Ik kan me voorstellen dat in het wetenschappelijk en het hoger onderwijs de eReader heel bruikbaar kan zijn. De meeste wetenschappelijke publicaties zijn vooral toegespitst op tekst en eenvoudige grafische zaken. Het kunnen doorzoeken kan hier belangrijk zijn. Als er dus ook veel wetenschappelijke literatuur beschikbaar is dan kan dit een belangrijke markt zijn.

Voor het basisonderwijs lijkt me de eReader totaal oninteressant. Hier worden folio uitgaves al moeilijk verkocht als het geen full-colour betreft dus de grijze tinten van eBooks voldoen niet. Ook het formaat en de prijs zitten succes in de weg. Kinderen nemen de boeken zelden mee naar huis dus het argument van het gewicht van boeken valt ook weg. De huidige versies van eReaders zijn imho kansloos in het primair onderwijs.

Zet de eReader maar naast de CD-i!

De eReader in de huidige vorm verdwijnt en wordt alleen maar door early adopters en uitgevers gebruikt. De wereld van de eReaders zal veranderen als de interactiviteit, multimediamogelijkheden, de formaatverschillen en de prijs worden aangepast. Ik zet meer in op apparaten zoals de iPad. Het klopt dat de leesbaarheid slechter is (geen e-ink technologie) maar voor de rest doet zo’n ding veel goed. Eigenlijk is het een betaalbare computer waar je ook nog mee kunt lezen en die direct aanstaat. Deze week toevallig een bericht dat Sanoma Uitgevers hun tijdschriften niet op eReader formaat maar op de iPad gaat uitbrengen. Dit bevestigt mijn beeld dat een apparaat als de iPad veel meer potentie heeft. Gebruiksvriendelijkheid, connectiviteit, multimedia, functionaliteit en aantrekkelijkheid komen samen tegen een betaalbaar tarief. En snel zal er een harde concurrentiestrijd losbarsten tussen aanbieders die ons lezers en uitgevers gelukkig maakt.

We willen een apparaat dat voldoet aan onze hoge eisen en wensen. Voor minder leggen we dat papieren boek en het computerscherm niet terzijde.

CD-i; maak maar plaats op de plank voor de huidige generatie eReaders!

 

Noot: via @ranver kreeg ik de link naar een video van Wired Magazine die laten zien hoe zij de iPad zien bij hun media magazine (vroegere papieren blad dat nu ook op andere manieren te gebruiken is).

Tagged with: • •
mrt 17

Op woensdag 10 maart vond aan het einde van de eerste IPON-dag weer de TeachMeet plaats. Een mooie bijeenkomst waar mensen hun passie delen tijdens de borrel of de 2 of 7 minuten durende presentaties. Deze keer heb ik de gelegenheid gebruikt om iets te delen rondom de makers/uitgevers van e-Learning.

Wie maakt e-Learning?

Volgens mij moeten veel onderwijsontwerpers, instructional designers of hoe je ze ook noemt snel een meer bescheiden plaats innemen. ‘We’ denken dat wij de wijsheid in pacht hebben en hoewel we natuurlijk goede analyses uitvoeren, onze doelgroep goed kennen en mensen uit de doelgroep betrekken tijdens het ontwerp- en ontwikkelproces gaan we vaak ervan uit dat WIJ de content maken. De lerende consumeert dan onze interactieve e-Learning module. Maar hoe interactief we het ook maken (quiz, cases, games), het echte maakwerk is dan al door de instructional designer gedaan. Ik vind dat we de lerende in een actieve rol moeten plaatsen. Door het maken van content leer je dieper. Het effect is langduriger. Als je bijvoorbeeld lerenden zelf quizvragen (en antwoorden) laat maken, leren ze veel meer dan wanneer je ze een perfect gemaakte quiz voorschotelt. Voor mij zijn er 3 zinvolle groepen makers van e-Learning:

  • e-Learning ontwerpers/ontwikkelaars (instructional designers, onderwijskundigen,…);
  • docenten, leerkrachten en trainers;
  • leerlingen, studenten, lerenden.

Alleen maar User Generated Content?

In initiatieven zoals Wikiwijs geloof ik niet. Ten eerste denk ik niet dat iedere goede docent of leerkracht een goede e-Learning ontwerper is. Ten tweede denk ik dat de community te gesloten is (geloof meer in MERLOT-achtige leermiddelenbanken) en ten derde denk ik dat weinig tot geen leerkrachten en docenten de tijd, kennis of zin hebben om steeds maar weer met weinig eenduidig lesmateriaal te gaan arrangeren. Materiaal in een site als Wikiwijs is dan leuk om af en toe erbij te pakken maar zal (in ieder geval in het basisonderwijs) nooit een echte concurrent gaan worden van de leermiddelen van een uitgeverij.

Maar laten we niet deze discussie te zwart/wit voeren. De Groep Educatieve Uitgeverijen wijst in een reactie op Wikiwijs al dat een rol vanuit de uitgeverijen bij initiatieven als Wikiwijs wenselijk is. Mij lijkt inderdaad dat de content van uitgeverijen of e-Learning ontwikkelaars prima gecombineerd kan worden met content die door onderwijsgevenden of lerenden wordt gemaakt.

Zo is het bij Dr. Digi (de digibordmethode van Noordhoff Uitgevers voor het basisonderwijs) niet alleen mogelijk om de content van Noordhoff te gebruiken maar op elke pagina is het mogelijk om als leerkracht zelf content toe te voegen. Volgende stap kan zijn dat je deze materialen met anderen kunt delen en dat ook leerlingen materiaal kunnen toevoegen.

Leren is niet alleen content!

Leren is beleven en we doen lerenden dan ook te kort door ze alleen als consumenten van leermateriaal te beschouwen. Leren is geen helemaal uitgestippelde reis maar meer een pad dat ook enige ruimte moet scheppen. Als onderwijskundig ontwerpers moeten we open staan voor wat de lerende meemaakt. En de betrokkenheid kunnen we snel verhogen door lerenden actief en producerend te laten leren. Ze wordt het leermateriaal dat van henzelf is. Niet alleen van een uitgeverij of zelfs niet alleen van de docent. Je bent als lerende zelf eigenaar van het leren. Laten we leeractiviteiten/leerervaringen ontwerpen, of nog beter: laten we leerbelevingen ontwerpen. Het materiaal kan dan deels door ontwerpers/ontwikkelaars en deels door lerenden worden gemaakt.

Samen produceren = dubbel resultaat

Ik heb de volle overtuiging dat het samen produceren van leermateriaal zorgt voor betere leerervaringen, lagere productiekosten, hoger rendement en een grotere betrokkenheid van lerenden en onderwijsgevers. 1 + 1 is hier wel meer dan 3!

Dus beste ontwikkelaars: kom van jullie troon af. Waardeer de lerenden meer en geef ze de ruimte om mee te ontwikkelen. Jullie zijn geen contentontwikkelaars maar leerervaringontwikkelaars! Dat is de kern van jullie activiteit. Sites als Livemocha hebben dit goed begrepen en waarderen de input en aanvullingen van lerenden (gebruikers maken op deze site o.a. zelf aanvullende oefeningen).

Jullie zijn nu aan zet!

Tagged with: • •
feb 27

Jay Cross, de koning van het informele leren (zie ook zijn blog) biedt sinds kort ‘leeractiviteiten’ aan die ik volg. Ik weet niet zo goed hoe ik het anders moet noemen. Het is geen cursus maar een verzameling vragen die je automatisch krijgt voorgeschoteld. Cross maakt in deze gratis cursus gebruik van de website SpacedEd. Een mooie manier van leren.

De site SpacedEd is gebaseerd op Spaced Education. Zelf zeggen ze hierover:

Spaced education is a novel method of online education developed and rigorously investigated by Dr. B. Price Kerfoot (Associate Professor, Harvard Medical School). It is based upon two core psychology research findings: the spacing effect and the testing effect. In more than 10 randomized trials completed to date, spaced education has been found to:

  • Improve knowledge acquisition,
  • Increase long-term knowledge retention (out to 2 years),
  • Change behavior,
  • Boost learners’ abilities to accurately self-assess their knowledge.

Wikipedia schrijft over Spaced Learning het volgende:

Spaced learning is a teaching method in which the educational content is repeated three times, with two 10-minute breaks during which physical activity is performed by the students.

Wel wat apart dat het net een andere uitleg is met andere wetenschappers maar het gaat om het principe van herhaling. En dat is een nogal stabiele factor in ons begrip over leren, daar kunnen we iets bij voorstellen.

Vragen en feedback

Jay Cross is nu gestart met een reeks vragen rondom informeel leren. Met een interval (die zelf gekozen kan worden) krijgt u een vraag per mail.

Na een klik in de mail komt u op de SpacedEd website en wordt de meerkeuzevraag (variant 1 goed of meerdere goed zijn mogelijk) beantwoord:

Er wordt direct feedback gegeven:

Vervolgens krijgt u inzicht in de antwoorden van andere lerenden die deze vraag hebben beantwoord en u krijgt de mogelijkheid om extra uitleg te krijgen, al dan niet op dezelfde pagina. Ook kunt u hier ervoor kiezen om deze vraag NIET meer voorgeschoteld te krijgen:

Na het beantwoorden van de vraag, of meerdere vragen, komt u in het overzichtsscherm waar u ook direct wat instellingen kunt veranderen:

Waarom interessant?

Zelf volg ik nu twee ‘cursussen’ en ik merk dat het me weinig tijd kost en toch aan het denken zet. Op een paar momenten ben ik echt het verdiepingsmateriaal gaan gebruiken. De inhoud van Jay Cross vind ik aardig maar ook een praktische cursus (over iPhone) blijkt me toch veel leerwinst op te leveren.

Het is een adaptieve manier van leren die snel en aardig werkt. De website werkt prettig, met voldoende instellingsmogelijkheden en niet alleen kunt u er vele gratis cursussen volgen maar de Spaced Learning methode kunt u met deze website ook eenvoudig zelf inzetten. Een cursus is snel gemaakt. Gewoon proberen dus!

Tagged with: • •
feb 13

“Waarom zou mijn school moeten gaan werken met Apple-computers?”. Deze terechte vraag is mij deze week erg vaak gesteld op het congres Onderwijs & ICT. Op 10 en 11 februari vond dit congres plaats en ik stond voor de eerste keer op de Apple-stand als Apple Distinguished Educator. Erg leuk om te doen, vooral omdat de meeste gesprekken over onderwijs gingen en niet over techniek. Maar laat ik nu eerst de vraag beantwoorden.

Wat is uw onderwijskundige visie?

Apple heeft een duidelijke visie op het onderwijs. Deze visie moet aansluiten op de visie op het onderwijs en leren van u en uw team. De visie die o.a. te lezen is op de Nederlandse onderwijssite van Apple en natuurlijk op de blog Helikon van Fons van den Berg. Heel interessant is ook de diepgaande visie waarbij 6 principes de kern vormen: ACOT2 (Engelstalige Apple site).

Als uw school gelooft in het (sociaal) constructivisme dan komt Apple snel in beeld. Kinderen, jongeren en volwassenen leren krachtiger als ze het geleerde actief verwerken. Iets zelf maken zorgt voor groter begrip en betere verankering. Met Apple’s is het kinderlijk eenvoudig om leerlingen of studenten zelf leermateriaal te laten maken. De standaard en gratis aanwezige softwarebundel iLife biedt mogelijkheden om eenvoudig leermateriaal te maken: podcasts, fotoshows, fotoboeken, video, muziek, interactieve webpagina’s en DVD’s. Leerlingen publiceren dit materiaal met een klik op hun eigen website, op YouTube of op DVD.

Apple is wel duur!

Ja, een nieuwe MacBook of iMac is in aanschaf duurder dan een PC uit de supermarkt. Thuis kan de aankoopprijs dan ook een reden zijn om niet met een Apple te gaan werken. Voor scholen ligt het anders omdat de aanschafprijs maar een beperkt deel van de totale kosten uitmaken. De zogenaamde Total Cost of Ownership (zie uitleg op Wikipedia) neemt alle kosten mee. Dus ook voor bijvoorbeeld het onderhoud. En daar zit bewezen verschil in, Macs zorgen voor veel minder kopzorgen en vergen veel minder onderhoud. Ook Nederlandse scholen zien dat de IT-kosten afnemen op het moment dat er met Apple gewerkt wordt. Dit zijn redelijk eenvoudige rekensommetjes. Overigens heeft een leerling/student met de iPod Touch, de iPhone of de iPad ook een krachtige computer in handen die tegen een lage prijs perfect binnen het onderwijs is in te zetten!

Apple is toch alleen aanwezig in het Amerikaanse onderwijs?

Natuurlijk speelt Apple op de Amerikaanse onderwijsmarkt een hele grote rol, van het basisonderwijs tot universitair onderwijs. Maar ook in Nederland worden de voordelen van het werken met Apple computers in het onderwijs steeds duidelijker. De ADE’s zijn al druk bezig in het Nederlands onderwijs om scholen op een goede manier ICT en leren te combineren en te faciliteren middels Macs. Fons schreef al dat er een aantal voorbeelden te vinden is op de Nederlandse Apple site. Bekijk eens het verhaal van het Alberdingk Thijm College in Hilversum en het Zuyderzee College in Emmeloord. Op dat laatste college heb ik zelf ook workshops verzorgd over iWeb en Moodle en het was indrukwekkend om te zien hoe alle leerlingen en docenten met de laptops hun onderwijs verrijken. Wilt u nog meer voorbeelden horen? Neem dan met mij of een andere ADE-er (zoals Fons) contact op.

Waarom geen Apple?

De eerlijkheid gebiedt me ook te zeggen dat er goede redenen zijn om NIET met Apple aan de slag te gaan op scholen. Ten eerste moet zoals gezegd de overtuiging zijn dat producerende lerenden niet lastig zijn maar dat dit belangrijk is in het leerproces. Gelooft u hier niet in dan biedt de Mac weinig didactische meerwaarde.

Een ander praktisch probleem kan optreden bij het gebruik van educatief digitaal materiaal van uitgevers. Alle leeromgevingen zijn prima te gebruiken op Macs maar voor sommige leercontent geldt dit niet. Uitgeverijen lopen niet bepaald voorop en gaan lang niet uit van algemeen geaccepteerde standaarden. Zo is het mogelijk dat digitale leermiddelen op CD-rom worden uitgeleverd en alleen te gebruiken zijn op een Windows 2000 computer met Internet Explorer 6.0. Bij deze een oproep aan alle uitgeverijen om hun materiaal echt toegankelijk te maken! Niet alleen levert dit soort beperkingen voor Mac gebruikers problemen op maar ook voor lerenden met beperkingen. Overigens is het prima mogelijk om ook op een Apple computer Windows te gebruiken. Volgens een eerder onderzoek van o.a. Computable bleek al in 2007 dat MacBooks de beste Windows laptops zijn 😉

Dus wanneer gaat u eens kijken of u Apple een plaats kan geven binnen uw school? Om te wennen kan dit natuurlijk prima in combinatie met Windows PC’s. O ja, en Microsoft heeft een prima versie van Office voor de Mac. Neem ook een hap!

Tagged with: • • •
preload preload preload