mrt 17

Dit weekend waren vrienden van ons op bezoek mét kinderen. Van te voren had ik ze gezegd dat ze een echt stopmotion filmpje konden maken. Ze hadden zelf speelgoed meegenomen en de Mac en de camera waren snel klaargezet. Wikipedia legt uit wat stop motion is:

Stop motion (or frame-by-frame) is an animation technique to make a physically manipulated object appear to move on its own. The object is moved in small amounts between individually photographed frames, creating the illusion of movement when the series of frames are played as a continuous sequence.

Het is absoluut het proberen waard. Het is een eenvoudige manier van werken maar is ook erg sterk. Kinderen vinden het geweldig om een eigen film te maken.

Zie hieronder de resultaten van de inspanningen van Rik. Ik stelde Rik ook nog een paar vragen over het maken van het filmpje.

_stopmotion1Filmpje ‘Op weg naar de boerderij’

Een ander filmpje van Rik heet “Hap, slik, …”.

Vragen aan Rik over het maken van een stopmotionfilmpje

Nodig?
Zoals boven weergegeven heb je niet veel nodig. Op de Mac kun je gebruik maken van het programma iStopMotion en een camera (video of fotocamera). Dit was het eerste echte stopmotion programma en ik gebruik het met veel plezier. Op de PC zijn er ook verschillende applicaties, een overzicht en review vind je hier.

Tagged with: • •
mrt 13

Op Twitter werd door Kaj Rietberg (zie Twitterpagina en website) de onderstaande vraag gesteld. Meteen bleek de beperking van Twitter. Zo’n complexe vraag in berichten van 140 karakters beantwoorden bleek schier onmogelijk. Toch ontstond er een aardige discussie met o.a. Dirk Paul (Zie Twitterpagina en blog) en Mark (zie Twitterpagina en website) waarbij Dirk Paul schreef: “Kun je me uitleggen hoe een ELO dan aansluit bij jouw onderwijsvisie? Mag ook een blog-entry worden hoor. ;-)”

tweet

Wat is een ELO?

Jaren geleden waren er boekjes te koop waarin haarfijn werd uitgelegd wat nou het verschil was tussen een Elektronische LeerOmgeving (ELO) en een Learning Management System (LMS). Ik vond en vind dat een raar onderscheid want eenzelfde omgeving (bijvoorbeeld LearningSpace) werd in het onderwijs een ELO genoemd en in het bedrijfsleven een LMS. Laten we het geen semantische discussie maken.

Voor mij is een ELO: “een digitale omgeving (geheel van software, devices, services, content) waarmee het leerproces gefaciliteerd wordt”.

Hierbij ga ik uit van een rijke omgeving die zowel formeel als informeel leren ondersteunt en die best kan bestaan uit meerdere technische systemen. Bij de selectie van een leeromgeving ga ik uit van de benodigde functionaliteiten. Het kan dat een klant geholpen kan worden met 1 systeem of dat het een aaneengeschakelde set van systemen of services is.

ELO 8 jaar geleden en nu?

Vijf jaar geleden had je vaak 1 systeem (bijvoorbeeld Blackboard, N@tschool, SABA) en daarin vonden alle e-Learning activiteiten plaats. Nu zie je dat er al vaak applicaties zijn die bepaalde functionaliteiten bieden. Er kan binnen een organisatie al een applicatie zijn die forumdiscussies mogelijk maakt of een applicatie die portfoliofunctionaliteit aanbiedt. Het gaat er nu om dat deze services goed gekoppeld worden zodat er 1 logische omgeving ontstaat. Veel medewerkers gebruiken nu privé allerlei applicaties om te communiceren en dingen te delen. Soms worden dezelfde omgevingen (zoals Flickr, Twitter, blogs, …) gebruikt om expliciet leerprocessen te ondersteunen.

Waarom een ELO?

Kaj vroeg zich ook af of je wel een ELO nodig had. Ik heb genoeg organisaties begeleid die wel aan e-Learning deden maar die geen officieel ELO hadden. Gemaakte content werd gedeeld via het intranet, gecommuniceerd werd er via de mail en via een forum en bestanden stonden op het netwerk. Kan prima, je hebt dus geen ELO nodig als je wilt e-leren.

Voor mijn gevoel is een systeem nooit het startpunt. Maar het kan heel goed zijn en soms kun je niet zonder. Zeker als je het formele leren wil faciliteren en monitoren is een leeromgeving erg handig.

Visie op leren/onderwijs is belangrijk

Bij het ontwerp en inrichten van je leerbeleving is het met een ELO hetzelfde als met alle andere didactische werkvormen, leermiddelen en materialen: je begint met nadenken over leren. Op welke manier leert je populatie, wat vinden ze belangrijk, wat raakt hen, op welk moment en plaats leren ze, etc. Vanuit die visie zoek je de puzzelstukjes bij elkaar. Let hierbij op dat technologie vaak niet neutraal is. Een ELO die ik erg waardeer is Moodle. Maar Moodle is ontwikkelend om vooral sociaal constructivistische leeractiviteiten mogelijk te maken. Als je je eigen leerprocessen ontwerpt aan de hand van een cognitivistisch of behavioristische leertheorie dan heb je een probleem. De omgeving botst dan met je visie op leren. Ik heb wel eens een school begeleid die hier pas na 1 jaar achterkwam.

Conclusie

Nee, een ELO is niet nodig. In bepaalde situaties is het wel zeer ondersteunend. Je moet bij de keuze of je een ELO wil inzetten direct afvragen wat de onderwijskundige, financiële, organisatorische of motivationele meerwaarde is. Als die er niet is moet je het niet doen. Leren is niet het inzetten van een systeem of content. Leren is beleven. Een leeromgeving kan hier behulpzaam bij zijn maar is niet voorwaardelijk.

Tagged with: • •
mrt 10

Sinds een jaar heb ik een gratis account bij ‘Encyclopaedia Britannica Online‘. Je kon dat toen als blogger aanvragen, een soort marketingactie. Deze week heb ik er voor de tweede keer naar gekeken omdat ik werd uitgenodigd om mijn account te verlengen. Als je maandelijks de toegang wil betalen kost je dit $ 11.95 of $ 69.95 als je voor een jaar betaalt. Is dit het geld waard?

Eerste indruk

Het zoeken gaat snel (en kan alleen maar op een basic manier) en de lijst met resultaten wordt in een duidelijke lightbox getoond waarbij de site nog zichtbaar blijft. Als je met de muis over een resultaat aan de linkerkant gaat dan verschijnt rechts extra informatie over het artikel. Vervolgens klik je verder. Er is geen mogelijkheid om resultaten te filteren.

brit1

Het artikel zelf is redelijk uitgebreid. Links is het artikel te lezen, in het midden staat een soort inhoudsopgave en met de knoppen aan de rechterkant kun je nog wat extra dingen bekijken, al heeft dat laatste niet veel vlees om de botten. Het artikel van Bruce Springsteen bevat 3 foto’s maar geen video of audio. Het artikel is actueel en je kunt ook zien wie, wanneer de revisies heeft doorgevoerd. Je kunt met de optie Share ook via verschillende manieren het artikel delen. Dit kan ook met een link: Bruce Springsteen (American singer, songwriter, and bandleader)

springsteen

Britannica vs Wikipedia

Nu de papieren variant onder invloed van internet publiek verliest is het zinvol om je af te vragen wat de waarde nog is van deze encyclopedie. In 2005 concludeerde het blad Nature dat de verschillen tussen de Britannica en Wikipedia niet groot waren. Uit de resultaten van een steekproef uit 42 natuurwetenschappelijke artikelen uit zowel de Encyclopaedia Britannica als Wikipedia bleek dat de onafhankelijke reviewers in de Brtitannica-artikelen 123 fouten en in de Wikipedia-artikelen 162 fouten vonden. Het tijdschrift concludeerde hieruit dat Wikipedia in de buurt kwam van de Encyclopaedia Britannica wat betreft nauwkeurigheid van de natuurwetenschappelijke artikelen.

Volgens het Wikipedia lemma bevat Britannica online ongeveer 120.000 artikelen met 44 miljoen woorden. Andersom heeft ook de Britannica het een en ander te zeggen over de Wikipedia (Wikipedia (encyclopaedia)):

It had more than one million articles by March 2006 and more than two million by September 2007, and it continues to grow at a rate of millions of words per month. Much of its content treats popular culture topics not covered by traditional encyclopaedias.

Wikipedia meldt zelf dat de Engelstalige versie 2.786.585 artikelen bevat, de Nederlandstalige 524.343 artikelen.

Wat doe ik met mijn abonnement?

Vroeger als kind bladerde ik erg graag door de papieren encyclopedie. Fantastisch om allerlei nieuwe dingen te ontdekken. Internet heeft die functie voor mij overgenomen. Microsoft heeft nog een encyclopedie gehad op CD-rom en die vond ik ook goed door de multimedia.

Britannica online vind ik een hele aardige website die ik als gratis optie best zou gebruiken maar het biedt mij onvoldoende meerwaarde om er ook voor te betalen. Op andere plekken op internet kan ik meer, actuelere en rijkere content en experts vinden die niets kosten. En met een beetje mediawijsheid kan ik de bronnen op waarde schatten en hoef ik niet per se op de gecertificeerde content van de Britannica te leunen.

Zelf koop ik wel af en toe muziek online, koop ik veel fysieke dingen online en vooral veel services. Maar tot nu toe verder erg weinig content. Ik ben wel erg benieuwd of jullie voor online content betalen en waarom je hiervoor betaalt? Wat is voor jou de meerwaarde? Of vind je dat online content altijd gratis moet zijn?

Tagged with: •
mrt 05

Games en simulaties kunnen krachtige leerervaringen opleveren. Een veld waar veel kennis en ervaring is opgedaan betreffende de effectieve inzet van games en simulaties is defensie. Vele bekende voorbeelden komen hier vandaan.

Game om te rekruteren en nieuwkomers te trainen

Een bekende is de game ‘America’s Army‘ waarvan wikipedia meldt:

America’s Army is het eerste spel dat als doel heeft mensen over te halen het leger in te gaan. Vanwege het _aaduidelijke politieke standpunt en de directe link met het Amerikaanse leger is het volgens sommige critici regelrechte propaganda.

Deze gratis game werd (en wordt) verspreid om nieuwe mensen geïnteresseerd te krijgen in een baan bij defensie. Het spel was meer dan alleen een schietspel en door de serieuze leerelementen werd/wordt het ook ingezet bij de training van nieuwelingen. Een mooie afstudeerscriptie die David B. Nieborg van de Universiteit Utrecht heeft geschreven over het effect van America’s Army vind je hier.

Game tegen PTSD

Simulaties worden veel gebruikt om mensen optimaal voor te bereiden op hun taak. Zo kun je vele keren uit een vliegtuig springen voordat je het echt doet. Hier wordt dan een geavanceerde virtual reality omgeving gebruikt. Dezelfde technieken worden ingezet om mensen te behandelen voor Post Traumatic Stress Disorder (PTSD). Met een geavanceerde simulatie kun je gecontroleerd de situatie herbeleven. Mits goed begeleid is dit een krachtige leerervaring. Meer over de behandeling van militairen vind je in dit artikel ‘Playing Games with Painful Memories: Designing VR Exposure Therapy Simulations for PTSD‘.

_vr6

Kom zelf luisteren bij SAGANET!

SAGANET is de Nederlandse vereniging voor spelsimulatie professionals. Zelf ben ik al jaren lid en de bijeenkomsten zijn altijd erg leerzaam. Deze keer is het wel erg interessant en wordt het seminar georganiseerd in samenwerking met TNO Gedrag, Training en Prestatie.

Op 19 maart 2009 vindt er bij TNO een SAGANET seminar plaats met thema

“All but war is simulation. Gaming en simulatie bij defensie en veiligheid“.

Het seminar duurt van 10.00 – 15.30 uur en vindt plaats bij  TNO te Soesterberg.

Meer informatie vind je op de website van SAGANET, inschrijven kun je ook via deze website.

Tagged with: •
feb 28

Bijna 10 jaar verzorg ik als vrijwilliger didactische trainingen voor SeniorWeb. Bij SeniorWeb geven (2300!) vrijwilligers swcomputerlessen aan senioren. Jaarlijks leren zij meer dan 55.000 vijftigplussers omgaan met de computer en internet. Dit gebeurt op 350 locaties verspreid over het hele land.

Hoewel de vrijwilligers een rijke levenservaring hebben zijn er veel die nog een beperkte didactische kennis en ervaring hebben. Het was altijd een feest om de train-the-trainer sessie te verzorgen.

Leren door te doen

Uit dit leuke project ontstond op een gegeven moment ook een boek over didactiek dat door Jan Diepenbroek en mij geschreven is. Probleem blijft dat je met didactische vaardigheden echt moet oefenen en moet vertalen naar je eigen lespraktijk. Een boek lezen is dan niet voldoende. In de training lieten we mensen echt aan de slag gaan. Vaak werden voorbeeldlessen op video gezet en middels allerlei praktijkopdrachten werd de theorie omgezet in praktische vaardigheden.

Bereik was het probleem

Met meer dan 2000 vrijwilligers hebben we echter een logistiek probleem. We kunnen niet met 2 mensen zo’n grote groep bereiken. Er zijn een paar trajecten geweest waarbij we een ’train-the-trainer-trainer-training’ verzorgde. 😉 Het was de bedoeling dat deze mensen in tweetallen zelf de didactische trainingen gingen verzorgen. Van het sneeuwbaleffect waarop we hadden gehoopt was echter geen sprake.

We hebben nu een alternatief: we gaan ook een online training geven.

Opzet online didactische training

We gaan over een paar weken starten met de training waarbij een start- en slotbijeenkomst wordt gecombineerd met 6 online blokken. In elk blok hebben we verschillende fases en activiteiten. Deze online leeractiviteiten vinden voornamelijk plaats in een Moodle omgeving. Daarnaast gebruiken we webcams, Creative Vado camera’s (voor opnemen proeflessen), MindMeister (online mindmaps) en DimDim (virtuele klas).

Ook in deze opzet gaan we dicht tegen de praktijk aanzitten en creëren we een veilige en inspirerende leeromgeving waarbij mensen met en van elkaar leren. Ik ben erg benieuwd of er nog erg specifieke zaken naar voren komen wat betreft e-Learning voor deze groep.

Mocht je nog ideeën hebben over leuke online activiteiten of bronnen over didactiek dan hou ik me van harte aanbevolen!

schema

Tagged with: • • •
feb 23

Vorige week schreef Wilfred Rubens  een post over conferenties (met een mooie presentatie). De vraag is welke vorm conferenties moeten/kunnen hebben en of het anders kan. Al eerder schreef ik over mijn ontevreden gevoel vanuit mij als spreker bij het Nationale e-learning Congres.

“Improving Conferences through Increased Participation”

Op vrijdag 20 februari nam ik deel aan een online meeting met de titel “Panel, Engagement: Improving Conferences through Increased Participation”. Deze sessie werd ingevuld door Tony Karrer, Michelle Lentz,  Alec Couros, Dave Cormier en werd gemodereerd door George Siemens. Er werd gebruik gemaakt van Adobe Connect. De hele meeting is opgenomen en ook nog eens gratis te bekijken.

Het viel me niet mee om de boodschap goed mee te krijgen omdat ik tegelijkertijd luisterde naar de sprekers en ook de chatteksten las van de ruim 50 deelnemers. In het kleine scherm vlogen de opmerkingen om je oren. Er ontstonden hele aardige discussies en er werden heel wat urls uitgewisseld. In de tussentijd waren ook nog een heel aantal deelnemers aan het Twitteren, waaronder enkele Nederlanders (@siavogel en @hermanpost). De sprekers typte ook nog mee.

Wat is me bijgebleven?

  • het is leuk om aan dit soort online sessies mee te doen;
  • wel een beetje saai omdat er alleen tekst is;
  • ik vind het lastig om de boodschap goed op te pikken (door verdeelde aandacht op chatvenster en audio), de taal kan hierbij nog een rol spelen;
  • iedereen heeft weer andere doelen bij een face-to-face conferentie. Sommige willen vooral inspiratie opdoen, anderen zoeken wetenschappelijke onderbouwing van inzichten;
  • Amerikaanse conferenties zijn vaak rijker qua vormen dan de Nederlandse. Zo is Learning 2008 van Elliott Masie een voorbeeld van een didactisch gevarieerde conferentie waarbij het leren al voor het congres begint.
  • bij veel conferenties is het nog slecht gesteld met wifi. Hierdoor is het moeilijker om live te bloggen, te Twitteren etc.
  • informele leren heeft voor vele deelnemers een grote waarde.

Suggesties voor nieuwe stijl conferenties

Sommige conferenties zijn al jaren en jaren hetzelfde qua opzet. Alsof er sinds 1999 niets gebeurd is. Bij veel conferenties heb ik het idee dat ze ook een DVD en een set PowerPoints hadden kunnen geven. Had iedereen tijd gescheeld. Tijd voor echte goede conferenties.

Suggesties:

  • zorg voor gratis wifi, in de zalen maar ook op de gang;
  • bied online activiteiten aan voordat de conferentie begint;
  • faciliteer informeel leren (met applicaties, momenten, zitjes, etc.);
  • varieer de werkvormen en beperk Death by PowerPoint;
  • zorg voor differentiatie qua kennisniveau;
  • motiveer mensen om content te creëren;
  • motiveer sprekers om extra content aan te bieden;
  • zorg voor een speciaal gevoel, creëer een belevenis.

Heb jij nog suggesties/ideeën/opmerkingen hoe we conferenties waardevoller kunnen maken: laat het weten!

onlinemeeting

Tagged with:
feb 20

eXe is een open source tool om webbased trainingen (WBT’s) mee te ontwikkelen. Zelf heb ik er redelijk wat modules mee gemaakt en exeafbeeldinghoewel het een eenvoudige tool is met de nodige beperkingen, biedt het toch mooie mogelijkheden.

Een aantal van de WBT’s die ik met eXe heb gemaakt vind je hier. eXe is ook nog eens voor verschillende besturingssystemen geschikt. Downloaden kun je o.a. op de site.

Sites

Behalve de officiële site zijn er ook in Nederland en België veel eXe enthousiastelingen die met eXe fantastisch mooie dingen maken en/of er over schrijven. Een bekende en mooie site met veel informatie vind je bij Willy Vermaelen.

Nu is er ook een nieuwe blog over eXe. De blogger is Johannes, die momenteel de post-HBO opleiding e-Learning van Fontys volgt waar ik als docent een rol speel. De blog van Johannes draagt de naam HeXeKring en hij is gestart met een groot aantal berichten. Overigens niet alleen over eXe maar ook over gerelateerde onderwerpen zoals open source omgeving Moodle, web2.0 technologie of contentsites. Ik heb in ieder geval al wat nieuwe ideeën opgedaan, zo las ik de tip om via het iDevice ‘Externe website’ gebruik te maken van Google docs zodat andere op een dynamische manier zelf content aan de WBT kunnen toevoegen. Handig!

Dit soort slimme tips en kritische kanttekeningen vind je dus op HeXeKring. Enjoy!

hexekring1

Tagged with: • • •
feb 17

Als VIP uitgenodigd worden bij een congres/beurs over e-Learning? Natuurlijk ga je dan! Met 10 mensen gingen we naar ltKarlsruhe om Leartec mee te maken. Dit e-Learning congres werd voor de 17e keer georganiseerd. Ik was er op 3 en 4 februari.

Hieronder zie je een korte video-impressie. Het doel van onze reis was om te kijken of Learntec ook interessant is voor de Nederlandse e-Learning bedrijven.

Korte conclusies over congres/beurs

  • Het congres is professioneel opgezet.
  • Het aantal exposanten op de beursvloer was niet heel groot.
  • Er stonden nu vooral Duitse bedrijven en een beperkt aantal internationale bedrijven zoals Trivantis.
  • De kwaliteit van de presentaties op het seminar was hoog en de inhoud gevarieerd.
  • Het concept is traditioneel (formele sessies).
  • Uitstraling was fris en trendy (vormgeving in hallen etc.)

Zaken doen in Duitsland?

Erg leuk vond ik de sessie over de e-Learning markt in Duitsland door een Duitse dame. De Nederlandse Christiaan de Visser (van ISM eCompany) deelde zijn ervaringen als Nederlands bedrijf in de Duitse markt. Enkele opvallende indrukken over Duitse markt:

  • Het is voor een Nederlands bedrijf belangrijk om een Duitser in te huren. Duitsers doen zaken met Duitsers. Een Duitse partner kan ook (dit heeft ISM gedaan).
  • Duitse bedrijven zoeken naar e-Learning producten die een Duitstalige interface hebben.
  • De Duitse e-Learning markt is wetenschappelijk gedreven (veel initiatieven onstaan vanuit universiteiten) terwijl Nederlandse bedrijven meer commercieel gedreven zijn.
  • Het is slim om je eigen software onder de lokale naam van een Duitse partner uit te brengen.
  • Ik zag weinig internationale merken op de beursvloer. Dit is echt een verschil met Nederland waar de grotere internationale LMS en tools providers een belangrijk marktdeel hebben.
  • Open source was niet zo populair in de ‘serieuze’ bedrijven maar wordt wel op universiteiten gebruikt.

Tagged with: • •
feb 11

Vandaag was de tweede dag van het Nationaal e-Learning congres. Een dag bestaande uit een key-note en twee blokken met parallelle workshops. Vandaag heb ik samen met Job Bilsen een workshop (zie workshop 2) verzorgd. Dit geeft bij mij altijd flink wat stof tot nadenken.  Deze keer een terugblik die niet inhoudelijk is.

Voorkennis deelnemers

Ik heb het idee dat de voorkennis en ervaring van deelnemers erg uit elkaar ligt. Vijf jaar geleden was de groep homogener van aard. Dit zorgt er nu voor dat je een aantal mensen niet op het juiste niveau aanspreekt of in een verkeerd tempo bedient. Vervelend als je weet dat dit speelt, binnen zo’n kort tijdsbestek kun je hier ook niet veel mee.

Format

De workshop had een duur van 2,5 uur en deze keer was het met een erg grote groep, zo’n 45 mensen. Dit was nog meer dan het aantal dat zich had ingeschreven. De vorige keer hadden we een groep van 15 man gedurende 4 uur. Dat is toch een stuk prettiger. Je kunt meer de diepte in en door de kleine groep kom je tot meer interactie. De opstelling in het lokaal had direct invloed en beperkte ook de interactie. Het was wel prettig dat we een laptop hadden (met prima internetverbinding) zodat we een Moodle-omgeving konden inzetten.

De Moodle-omgeving leent zich prima om voor zo’n workshop te gebruiken. Alle extra bronnen zijn overzichtelijk beschikbaar en gedurende de workshop kun je functionaliteiten inzetten. Zo hebben we nu een chat gebruikt (“wat is jouw definitie van leren”), een forum (zet erin wat opvalt aan de getoonde WBT) en keuzes (quiz over e-Learning gereedschappen).

Mijn gevoel

Ik was niet tevreden met de workshop. Het aantal mensen was te groot, we hebben de accenten niet helemaal goed gelegd en het geheel was rommelig. Dit laatste kwam doordat deelnemers 20 minuten te laat binnenkwamen en dat een aantal mensen zich niet had ingeschreven. Hierdoor hebben we tijdens de sessie de gebruikers in Moodle moeten aanmaken.

Misschien moeten we bij dit soort congressen een onderscheid gaan maken in het niveau. Op deze manier kunnen we sessies definiëren voor de beginnende en gevorderde deelnemer. We kunnen dan eenvoudiger de diepte ingaan, zeker als een groep niet veel groter is dan 20 mensen. Als we het leerproces laten beginnen voor de dag zelf (met bijvoorbeeld krachtige opdrachten ter voorbereiding in de leeromgeving) dan is de groep homogener en het leerrendement hoger.

Tenslotte zouden we bij de opzet van zo’n dag wel wat spannendere werkvormen en concepten mogen gebruiken die zorgen voor een intensere leerervaring. Dat vind ik zo krachtig aan Learning 2008 congres van Elliott Masie en ik snap ook wel dat de mogelijkheden daar anders zijn vanwege de schaal (2000 bezoekers)  maar we kunnen de lat wel wat hoger leggen. Wat gevarieerder maken en prikkelender zodat er een leerbelevenis ontstaat.

nec

Tagged with: •
feb 07

U&I Learning heeft een aantal leuke online, multimediale nieuwsbrieven uitgebracht rondom e-Learning. In deze ‘e-Learning Academy’ wordt op een leuke en kritische manier in een soort mini-lesjes bepaalde aspecten van e-Learning besproken.

Nu hadden ze mij gevraagd (naar aanleiding van mijn frequente berichten op mijn blog) om een bijdrage te leveren aan de nieuwsbrief die deze keer over digital storytelling gaat. Natuurlijk vind ik dat leuk om te doen en bij een bezoek aan het mooie pand in Eindhoven zijn er wat vragen gesteld. Het was een leuke middag met enthousiaste e-Learning professionals en de video is mooi verwerkt!

Via deze link kom je in de U&I omgeving terecht waar je je gratis kunt registreren. Je kunt dan ook de vorige edities van de nieuwsbrief bekijken, en zeker als je geïnteresseerd bent in het educatieve gebruik van video dan is dit leuk om te bekijken.

Klein minpuntje waar de dames en heren in Eindhoven toch eens over moeten nadenken: er wordt SilverLight gebruikt en de inhoud is alleen op een Windows machine goed af te spelen en zelfs daar moet je per se IE gebruiken. Aangezien het aantal gebruikers van Internet Explorer rap vermindert zou imho inhoud met meerdere browsers bekeken moeten kunnen worden. Of ben ik nu te kritisch? Of te principieel?

Algemene vraag waar ik ook binnen mijn werk mee te maken heb: hoe belangrijk is het om je e-Learning content multibrowser en multi-OS te ontwikkelen? Iemand een mening?

ela

Tagged with: • •
preload preload preload