feb 08

Hoewel het vaak over het reken- of taalniveau van de pabo-student gaat, is de ‘Pabotool‘ erop gericht om niet alleen de ict-competenties te inventariseren maar ook om de student te helpen om deze competenties verder te ontwikkelen. Dankzij de site ICT op school kwam ik op het spoor van deze tool.

Verschillende fases
De Pabotool is ontwikkeld door verschillende organisaties waaronder de Fontys pabo in Eindhoven (dan heeft vast Frank Verwater weer een inspirerende rol gespeeld). De webbased tool wordt in twee fases ingezet:

  1. Propedeutische fase (in jaar 1).
  2. Startbekwame fase (in jaar 4).

In elke fase worden er twee testen afgenomen, een begin- en eindtest. Nadat je de test hebt gedaan krijg je een uitgebreid profiel dat je genoeg handreikingen biedt om aan je eigen ontwikkeling te werken.

Ook als je geen pabo-student bent kun je een account krijgen om de test te doen. Ik heb de begintest gedaan voor de propedeutische fase. Ik vind het een super initiatief. Het is goed om te zien dat het nu niet meer gaat om het eigen niveau op het gebied van Office-applicaties maar dat het echt gaat over de didactische en organisatorische inzet van ict in het onderwijsproces. Eindelijk ligt de focus waar hij hoort te liggen.

pabotool

Indruk van de test
De test ziet er goed uit, de navigatie werkt goed en de bedoeling is duidelijk. Fijn ook dat je de uitslag kunt opslaan, o.a. als PDF.

De inhoud kan volgens mij nog wel wat verbeterd worden. De student moet namelijk allerlei uitspraken scoren (op waardes “niet, zeer slecht, slecht, redelijk, goed, zeer goed”) maar de vraagstelling is vrij abstract. Enkele voorbeelden:

  • De student is zich bewust van de processen van identiteitsvorming bij kinderen en houdt hier rekening mee met het handelen in de digitale wereld.
  • De student weet en ervaart dat ict binnen de school gemak, genot en gewin kan opleveren.
  • De student kan gebruik maken van internettools bij het begrijpen en analyseren van eigen gedrag en dat van anderen.

Ik vraag me af of dit soort vraagstellingen betrouwbare resultaten oplevert. Alleen al de indirecte manier om de student aan te spreken is wat raar. Maar de uitkomsten zullen in ieder geval discussie opleveren want de uitleg bij de uitslag is wel duidelijk en biedt veel mogelijkheden voor verdieping. Een mooi vervolg zou een simulatie zijn of een casebased model waardoor de competenties op een andere manier worden gemeten.

De test is een mooi begin!

Tagged with: •
feb 05

Vandaag ontving ik de eModulair, de digitale nieuwsbrief van de Open Universiteit. Trots werd hierin aangekondigd dat Theo Bovens, de voorzitter van het College van bestuur, is gestart met een weblog. Het is altijd goed om een nieuwe edublogger te zien verschijnen. Met interesse bezocht ik dan ook de blog.

oublog

Het viel me meteen op dat er geen mogelijkheid is om te reageren. Ook worden de berichten (al zijn het er maar twee) niet onder elkaar geplaatst maar oude berichten zijn enkel via een menu bereikbaar. Verder zou ik een sterk inhoudelijk verhaal verwachten maar het blijkt een verslag van de dagelijkse gang van zaken te zijn.

Het ontbreken van de mogelijkheid om te reageren hield me wel bezig. Op iedere blog die ik in mijn RSS-reader voorbij zie komen is er wel de mogelijkheid om een reactie te plaatsen. Daar zit ook een deel van de aantrekkelijkheid voor mij in. Als ik echter kijk op wikipedia dan wordt dit niet als essentieel gezien:

Een weblog, ook wel blog genoemd, is een website waarop regelmatig – soms meerdere keren per dag – nieuwe bijdragen verschijnen en waarop de geboden informatie in omgekeerd chronologische volgorde (het nieuwste bericht verschijnt als eerst) wordt weergegeven. Wie een weblog bezoekt, treft dan ook op de voorpagina de recentste bijdrage(n) aan. De auteur, ook wel blogger genoemd, biedt in feite een logboek van informatie die hij wil delen met zijn publiek, de bezoekers van zijn weblog. Meestal gaat het dan om tekst, maar het kan ook om foto’s (een fotoblog), video (vlog) of audio (podcast) gaan. Weblogs bieden hun lezers ook veelal de mogelijkheid om – al dan niet anoniem – reacties onder de berichten te plaatsen of een reactie via een Trackback-mechanisme achter te laten.

Hoewel ik mijn afstudeerscriptie met veel plezier heb geschreven bij de OU (OTEC) valt het niveau me toch wat tegen. Zo heb ik vorig jaar nog een cursus gevolgd die op alle punten (qua e-Learning) slecht scoorde. Deze blog is ook een gemiste kans vind ik, de OU zou ook hier iets sterks van kunnen maken. Of is het toch een geslaagde poging om met studenten, medewerkers en potentiële studenten te communiceren? Oordeel zelf.

Reageren mag 😉

Tagged with:
feb 01

Hebt u ook wel eens moeite om een presentatie of lezing goed vast te leggen voor later? Soms maak ik een mindmap of schrijf wat kernwoorden op. Maar of ik dit nu op papier doe of op mijn laptop, ik kan zelden alles bijhouden en mis soms belangrijke zaken. Zeker als ik aan het livebloggen ben is het soms moeilijk om het tempo bij te houden en alle informatie in me op te nemen.

Over een paar maanden (maart) komt er een digitale pen op de markt die een oplossing voor dit probleem belooft. De Livescribe ‘Smart Pen’ kan namelijk audio opnemen middels twee kleine microfoontjes die in de oordopjes zitten. Dit is al best aardig want ze claimen dat door het ‘stereo-opnemen’ een stem die verder weg is, beter is te verstaan dan dat je het met je oren hoort. Dat lijkt me nogal stug.

Het aardige van de pen is dat je ook echte aantekeningen maakt op speciaal papier en dat de pen vervolgens in staat is om de audio te koppelen aan de dingen die je opschrijft. Op deze manier krijg je een soort ‘bookmarks’ voor je audio. Dit lost een probleem op dat je vaak hebt met audio-opname: je moet eerst het geheel afluisteren om een structuur aan te brengen. De pen komt in twee versies op de markt: 1 en 2 GB. Het eerste model kost in de US $149 en de tweede kost $199.

Het lijkt me een hele aardige tool die ook kan helpen bij bepaalde ontwikkelklussen. Zo neem ik regelmatig een interview af met een inhoudsdeskundige. Daarna gebruik ik de audio als naslagwerk. Met deze pen breng ik er direct structuur in aan. Krijg ik eindelijk een multimediale en complete mindmap!

Zie de video voor een korte demo en uitleg van de pen.

Video thumbnail. Click to play.
Klik om te starten

Tagged with: •
jan 30

27.000 euro uitgeven aan een privé-ontwenningskliniek is niet niks. Dan moet er heel wat aan de hand zijn. En dat is ook met de mensen die gameverslaafd zijn. In de Zembla documentaire van 27 januari komen jongeren en hun ouders aan bod. Vooral jongens. Het meeste aandacht is er voor World of Warcraft, de online game waar ruim 10.000.000 spelers actief zijn.

WoW

Vijf tot tien procent is verslaafd
Jeroen Lemmens, onderzoeker aan de UvA, geeft aan dat 5-10% van de gamers verslaafd is. Dit is geen fysieke verslaving zoals bij drank maar een gedragsverslaving waarbij er een compulsieve behoefte is die zich uit een vervelend gevoel als er niet gegamed kan worden. Een jongen vertelt in de documentaire dat ie wel eens 17 uur achter elkaar gegamed heeft en dat zijn hele offline leven eronder lijdt.

Zelf heb ik nu 1,5 jaar een WoW account met als belangrijkste reden dat ik erachter wil komen waarom deze game zo goed is. Waarom speelt iemand 17 uur achter elkaar, jaar na jaar hetzelfde spel met zoveel toewijding?

Lemmens geeft aan dat er een aantal manieren is waarop game-ontwikkelaars gamers vast willen houden:

  • beloningen geven;
  • uitdagingen bieden;
  • geen einde aan spel maken;
  • meerdere opdrachten aanbieden die je kunt vervullen;
  • sociale druk van andere spelers.

Welke ingrediënten?
Voor onderwijsontwikkelaars is het interessant om te weten wat nou de elementen zijn die er echt toe doen. Die kunnen we wellicht ook gebruiken als ingrediënten voor een krachtige leerbeleving, in een serious game of zelfs buiten de setting van een game. Daarom kocht ik vorig jaar het boekje van Jeroen Lemmens over Gameverslaving.

Daarin noemt hij 6 elementen:

  1. Basiselementen (zoals highscore, gamemuziek en levels).
  2. Betrokkenheid (zoals virtueel realisme en identificatie).
  3. Overwinningen (zoals doelen, balans en beloningen).
  4. Aantrekkelijkheid geweld.
  5. Online klifhangers (zoals continuïteit en sociale verplichting).
  6. Vituele eindeloosheid (zoals virtuele economie).

Een andere keer meer over het boek, de documentaire is best aardig om te zien. Als je een wat breder beeld wilt krijgen van games dan kun je ook naar 2 documentaires van de VPRO kijken uit 2006. De ene heeft als titel ‘Game over & over‘, de andere ‘Droomwereld‘.

Tagged with: •
jan 28

Wie wel eens met een webcam een Vodcast opneemt weet dat het niet meevalt om de teksten in één keer goed te doen, zeker niet als je ook nog eens in de camera moet kijken. Een programma om de teksten over het scherm te laten lopen is hierbij veel handiger dan dat je bijvoorbeeld in een tekstverwerker de tekst op het scherm zet.

ap

Op de MacBook gebruik ik hiervoor een prachtig programma dat Videocue Pro heet. Hiermee kan veel meer dan alleen dit. Als je echter alleen een autocue applicatie zoekt dan is waarschijnlijk CuePrompter.com een goede oplossing.

Met deze gratis webbased oplossing kun je snel teksten invoeren en vervolgens o.a. de snelheid en de lettergrootte instellen. Simpel maar het werkt prima. Je kunt maximaal 2000 karakters invoeren. Hoewel de site aangeeft dat Windows en IE nodig is, draait het prima op de Mac en kunnen zowel FireFox als Opera er prima mee uit de voeten.

Tagged with:
jan 26

Bij een hele interessante klant ontwikkelen we een heel rijk leerconcept voor lerenden met weinig vooropleiding. Storytelling is een interessant onderdeel van het geheel. We waren o.a. op zoek naar manieren om alfabetisering te realiseren.

Een psycholoog uit de ontwerpgroep kwam met een concept ‘Levende boeken’. Ik had hier zelf nog niet van gehoord. Het blijkt een wetenschappelijk bewezen manier te zijn om op een snelle manier de woordenschat van kinderen uit te breiden. Bij Levende boeken worden prentenboeken op een digitale manier aangeboden waarbij gebruikers op een intensieve manier met nieuwe woorden in contact komen. De verhalen worden met beweging en audio verteld en zijn soms interactief.

lb

Uit wetenschappelijk onderzoek door de Universiteit Leiden blijkt dat met het gebruik van Levende boeken, kinderen uit groep 1 & 2 (kleuters) gemiddeld 5 tot 6 nieuwe woorden per dag leren. Normaal gesproken leren kinderen uit deze groepen 2 tot 3 nieuwe woorden per dag.

Voorbeelden en meer informatie is te vinden op http://www.levendeboeken.nl. Hier kun je een gratis proefabonnement aanvragen en dan krijg je een heel aantal Levende boeken te zien. Een een hele aardige site over Levende boeken vind ik die van Christiaan Coenraads. De specialiteit van zijn bedrijf is het omzetten van prentenboeken naar Levende boeken m.b.v. een applicatie. Helaas is er niet veel informatie te vinden over deze tool.

Informatie over het onderzoek van de Universiteit Leiden over Levende boeken is te vinden op de de site www.bereslim.nl, zij hebben ook een artikel (PDF) gepubliceerd in het blad “De wereld van het Jonge kind”. Ander onderzoek van Sardes is beschikbaar via de site (PDF) van ICT op School.

Tagged with: • •
jan 23

Na een intensieve ochtend volgde een middag met ruime parallelsessies. Twee blokken van een uur met een differentiatie naar onderwijs en bedrijfsleven boden voor ieder wat wils. Sprekers die met de ‘poten in de modder staan’ vertellen hun verhaal. Vaak een opdrachtgever en opdrachtnemer samen. Het ministerie van Economische zaken heeft een van de sprekers beloond met een landelijke innovatieprijs. Het Citowoz gaf een presentatie over het ProfessionaliseringsAtelier, een manier om met name docenten te professionaliseren op een rijke en aantrekkelijke manier.

Peerassessment
Het is gebaseerd op het al bekende Virtual Action Learning (VAL) principe. De kern hiervan is peerassessment en peerlearning waarbij je verbetersuggesties geeft aan werkstukken van je medelerenden. Op deze manier is het leren erg docentextensief geworden en zijn lerenden gemotiveerd. Baeten noemt een besparing van 1 uur per dag voor docenten omdat e-mail verdwijnt en veel door de leeromgeving en de peers wordt overgenomen.

Het oordeel van de ander is belangrijk voor mensen, niet het oordeel van een docent maar het oordeel van de peers. Interessant concept wat naar mijn mening goed kan werken. De vraag is of er een bepaald opleidingsniveau nodig is om hier optimaal gebruik van te kunnen maken.

Oude wijn…?
Een volle dag waarbij er veel informatie en denkbeelden de revue gepasseerd zijn. Wel een traditionele manier van kennisoverdracht waar veel vanuit de presentatoren komt en weinig interactie plaatsvindt. De reacties van deelnemers lieten zien dat er toch veel inspiratie is opgedaan. Morgen is er een tweede dag met verdiepende workshops van 3 uur waarin de deelnemers actief met de inzichten aan de slag kunnen gaan.

Zie voor een tweede video-impressie:

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=-oQUgwhQJgE[/youtube]

Tagged with: •
jan 23

Vandaag vond het Nationale e-Learning Congres plaats.

Jeroen van Mastrigt, Lector Art & Technology van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, maakt duidelijk waneer de inzet van games in het onderwijs loont. De Efteling heeft het goed begrepen.

Waar de eerste spreker, Dr. Carl Rohde, vooral de coole nieuwe trends aangaf op een breed gebied, ging Van Mastrigt in op games en met name de relatie tussen games en leren. Een goed verhaal waarbij de nadruk lag op de regelset, de spelregels van een game. Dit zijn dus niet de flitsende graphics maar de laag eronder die een spel karakter geven. Deze spelregels bepalen de aantrekkelijkheid en zorgen ervoor dat mensen al dan niet leren van het spel. Veel educatieve spellen maken gebruik van een model dat niet goed is. Van Mastrigt gaf aan dat vooral vakgebieden waarbij een sterke regelset aanwezig is, zich goed lenen voor een educatieve game. Denk hierbij aan natuurkunde, economie en biologie. Bij leerdoelen waarbij geen duidelijke regelset een rol speelt, zal het artificieel overkomen als je een game inzet.

Tenslotte gaf Van Mastrigt nog aan dat je leren met gamen breed moet zien en dat het zo is dat je met het maken van een game meer leert dan het spelen van een game. Een mooi voorbeeld hiervan is zijn eigen Gamemaker en een ander voorbeeld Gamestudio, de website van het Klokhuis. Op deze site kunnen kinderen hun eigen game maken, hun eigen game publiceren en bestaande games uitbreiden. Als we aan games in leersituaties denken dan moeten we verder denken dan de Sims. Een goed voorbeeld van een speelse manier om iets te leren was een schoen, gericht op kinderen met overgewicht. Door meer met de schoen te lopen ontstaat er op de schoen een andere kleur. Dit geeft je ‘level’ aan en stimuleert kinderen om meer te lopen. Holle Bolle Gijs van de Efteling laat hetzelfde zien: op een speelse manier bereik je een leereffect en zorg je ervoor dat kinderen de straat schoonhouden omdat ze het leuk vinden om Holle Bolle Gijs een uitspraak te ontlokken.

Second Life levensvatbaar?

Dr. Frans Feldberg geeft aan dat Second Life goed aansluit op de veranderende wensen en kenmerken van de nieuwe generatie lerenden. Bij de Vrij Universiteit wordt Second Life gebruikt om een learning community te faciliteren. Feldberg geeft aan dat een virtuele wereld als Second Life prima aansluit op de volgende trends:
–    social networking;
–    blogs;
–    wiki’s;
–    foto- en videosharing (co-creation);
–    webbased services (als bijvoorbeeld Google Docs).

Door studenten wordt Second Life o.a. gebruikt om onderzoek uit te voeren en om experimenten vorm te geven. Het gebruik van virtuele werelden is een ontdekkingstocht die bemoeilijkt wordt omdat het deel dat onderwijs maakt, niet behoort tot de doelgroep. Het werkt niet om colleges over te zetten naar een virtuele omgeving, we moeten ontdekken wat de specifieke meerwaarde is. Een video laat zien hoe een project is ingericht waarbij VU-studenten samen met de ABN-Amro en 2 goede doelen (Rode Kruis en Fonds Gehadicaptensport) een omgeving hebben ingericht waarin de participanten allemaal in een projectvorm samenwerken. Feldberg ziet een virtuele wereld als Second Life meer als een projectomgeving dan een onderwijsomgeving.

Verre blik
Nick van Dam, o.a. auteur van een aantal uitstekende boeken over e-Learning, laat in zijn presentatie merken dat we zeer goed talenten moeten koesteren. Vanuit zijn werk als Global Chief Learning Officer van Deloitte geeft hij treffende voorbeelden. Zo neemt tussen nu en 2040 de Nederlandse beroepsbevolking af met 1 miljoen mensen. In de VS en in Europa zijn er 75 miljoen vacatures die we niet krijgen opgevuld. Van Dam geeft aan dat we de inzet van professionals uit landen als India daarom niet moeten zien als een bedreiging, nee, het is een noodzaak! Om onze huidige professionals up-to-date te houden en een nieuwe lichting aan te trekken moeten we afstappen van alleen traditionele manieren van leren. e-Learning is een natuurlijk en goede manier om leren effectiever en krachtiger te maken. Binnen Deloitte wordt een rijk aanbod gedaan aan de professionals. Niet alleen wordt kennis goed toegankelijk gemaakt en wordt er veel aan samenwerkend leren gedaan maar speelt ook certificatie een rol.

Volgens Nick komen mensen alleen als werknemer naar je organisatie als je de mogelijkheden biedt om de eigen skillset aan te vullen en aan te scherpen. Elke relevante vorm van leren, kennisdelen en opleiden moet hiervoor worden ingezet. Als voorbeeld gaf Van Dam de wedstrijd waarbij teams een videofilm konden insturen rondom verschillende thema’s. De beste films wonnen. Het You Tube principe werd hiermee succesvol toegepast in een bedrijfsmatige omgeving.

De verre blik richt Nick niet alleen op zijn eigen organisatie maar als voorzitter van e-learningforkids.org vraagt hij ook de aandacht voor minder bedeelde lerenden. Kijk eens naar het aanbod van meer dan 80 gratis toegankelijke online cursussen voor kinderen van 6-12 jaar. En als er nog actieve ontwikkelaars zijn: ook u kunt zich inzetten om een cursus te ontwikkelen.

Eerste deel van de video-impressie:


 

Tagged with: • •
jan 20

Onder andere Wilfred Rubens (superactieve edublogger van het eerste uur) heeft mijn post op www.powerlearning.blogspot.com opgepikt over de WBT’s die ik op deze blog heb staan. Wilfred meldt o.a.:

Marcel lijkt zelf niet 100% tevreden over het resultaat als hij schrijft:

These are not the best I could do (due to extreme time constraints) but maybe you will find it useful.

Tevreden?
Daarin heeft hij gelijk, ik denk dat de WBT’s beter hadden kunnen zijn. Dus ben ik niet helemaal tevreden. Maar als u zelf wel eens lesmateriaal ontwikkeld herkent u wellicht het gevoel achteraf dat het net iets beter had kunnen zijn als….en dan komt er een rijtje.

Context
De context waarin de WBT’s zijn gemaakt zorgde voor veel werkdruk. Iedere WBT werd in 1 week tijd ontwikkeld en een deel van het ontwerp vond ook in dezelfde week plaats. Het ontwerp en ontwikkeling van iedere WBT werd slechts door 1 tot 2 personen gedaan, vaak met verschillende nationaliteiten. Buiten de WBT werden er in Moodle nog meer leeractiviteiten ontwikkeld, dit werd ook door hetzelfde duo gedaan.

Wat beter?

  • De vormgeving: dit heb ik nu zelf gedaan om de simpele reden dat onze vormgevers het heel druk hadden in de periode dat de WBT’s gemaakt werden en door het iteratieve ontwerp- en ontwikkelproces was de inzet van vormgevers niet te organiseren. En dat ik geen vormgever ben is te zien.
  • De taal: de meeste WBT’s zijn gemaakt door mensen die niet het Engels als moedertaal hebben. Er was geen budget en tijd om dit door een vertaalbureau te laten nakijken (zoals dit in normale projecten wel gebeurt). Hierdoor is het niveau van de Engelse teksten niet optimaal.
  • Interactiviteit: rondom de WBT’s waren er vele interactieve en collaboratieve werkvormen. Hierdoor is de interactiviteit binnen de WBT’s niet geoptimaliseerd. Dit is een duidelijke keuze. Als de WBT’s als zelfstandige eenheid zouden worden gebruikt dan zou ik ze interactiever hebben gemaakt.
  • Interactie-ontwerp: omdat het een EU-project betrof is ervoor gekozen om open source software te gebruiken. We kozen voor eXe. Een prima maar eenvoudige tool die soms niet optimaal te sturen was. Hierdoor zou de gebruiksvriendelijkheid beter kunnen. En soms ontstonden er rare, lay-out technische problemen die we niet konden verhelpen.

Dus niet tevreden?
Als het budget en de beschikbare tijd hetzelfde waren geweest als bij een doorsnee project dan zou het resultaat veel beter kunnen zijn. Maar gezien de context ben ik wel tevreden met het resultaat: een WBT die een onderdeel uitmaakt van een opleiding waarin binnen Moodle nog andere leeractiviteiten plaatsvonden. De reacties van deelnemers maakte duidelijk dat het gehele concept in de smaak viel.

Tagged with: • • • •
jan 11

De komende week ben ik zonder laptop maar met ski’s op vakantie en er verschijnen dan ook geen berichten.

cam

Mocht u willen bijhouden hoe ik naar beneden kom dan kunt u de webcam bekijken. Ik zal mijn best doen en weer wat nieuwe dingen leren!

preload preload preload