Sep 20

Natuurlijk heb ik ook GIMP op mijn MacBook staan. Deze open source equivalent van PhotoShop biedt voor mij echter te veel functionaliteiten en vraagt teveel tijd om het goed te doorgronden. Als je op zoek bent naar een online editor waarmee je basishandelingen kunt uitvoeren met afbeeldingen dan is PicMonkey een prima alternatief. Beperkt maar krachtig.

PicMonkey is gemaakt door de ontwikkelaars van Picnik, een erg fijne editor. Deze editor is echter in 2010 gekocht door Google en is nu deels overgenomen in Google+. De site Picnik is dit jaar gesloten, zie voor uitleg hierover de site van Picnik. PicMonkey gebruik ik vooral veel als ik een aantal afbeeldingen verwerk in een leeromgeving of blogpost en ik wil ze een consistente look geven. Bijvoorbeeld wil ik dat alle afbeeldingen dezelfde afmetingen hebben en afgeronde hoeken met een schaduw. Dan is PicMonkey de snelste en eenvoudigste tool waarmee ik dit kan doen. Nu nog gratis te gebruiken maar het lijkt erop dat ze hetzelfde fremium model willen gaan invoeren dat Picnik ook had: een grote set aan functionaliteiten kun je gratis gebruiken en voor een beperkt jaarlijks bedrag kun je een rijkere set aan functionaliteiten gebruiken.

In de screencast laat ik een paar van de mogelijkheden zien. Welke tools gebruik je vooral voor dit soort klusjes?

 

Tagged with:
Feb 13

Vanuit het e-Learning Event en de BVLT worden de komende maanden gratis webinars verzorgd rondom verschillende e-Learning thema’s. De webinars die al zijn uitgezonden kunt u ook nog bekijken. Op deze site kan iedereen zich kosteloos inschrijven. Samen met David Dekker van Stoas ben ik op donderdag 9 februari naar de studio in Delft gegaan om een webinar te verzorgen. In deze blogpost vertel ik iets meer over deze manier van broadcasting die weer heel anders is dan de webinaromgevingen zoals Adobe Connect en DimDim (zie voor dit soort tools mijn eerdere blogpost).

Wat werd hier gebruikt?

We waren te gast in de studio van het bedrijf MediaMission op het TU terrein in Delft. Ze werken nauw samen met de TU en verzorgen o.a. bij veel onderwijsinstellingen het opnemen van colleges. Ook tijdens het e-Learning Event verzorgt MediaMission weer de registratie. Ze gebruiken hierbij het systeem Mediasite. Hiermee worden sessie opgenomen maar het zorgt tevens voor het beheer van alle opnames. Het kan o.a. automatisch teksten in presentaties doorzoekbaar maken en het kan gekoppeld worden aan roostersystemen zodat veel metadata over een opgenomen lezing/presentatie/college al direct worden toegevoegd aan het beeldmateriaal.

Wat is anders dan een traditioneel webinarsysteem?

Bij omgevingen zoals Adobe Connect en Webex heb je echt een virtueel klaslokaal met veel interactiemogelijkheden. Als deelnemer kun je je hand opsteken, polls beantwoorden, chatten met anderen, scherm laten zien aan anderen, jezelf laten zien en horen met een webcam etc. Het is een omgeving waarmee je met veel mensen communiceert.

Bij deze omgeving gaat het echt om uitzenden, broadcasting. Dit is een relatie van 1 naar veel. Dit wordt erg professioneel aangepakt met 2 goede, op afstand te richten camera’s, een rijk toegeruste studio met goed licht, prima microfoons en een serieuze begeleiding door 2 mensen. We zonden live uit en hebben eerst proefgedraaid. Er kunnen een paar verschillende players worden gekozen en de stream is ook op allerlei apparaten zoals een smartphone en tablet te bekijken. Als kijker heb je de mogelijkheid om een vraag te stellen (je vult dan een formulier in). Ook kan er worden gewerkt met een poll waarbij je een meerkeuzevraag voorlegt aan de kijkers. Het nadeel is dat er tot 30 seconden vertraging zit tussen de klik en de presentatie van het resultaat. Om die reden heb ik ervoor gekozen om dit niet te gebruiken.

Ik vond het lastiger dan de webinar sessie die ik normaal gesproken veel verzorg. Je hebt weinig mogelijkheden tot interactie en kijkt in zwarte gaten van de camera’s. Ik werk normaal met webcams waardoor ik ook de deelnemers zie en dan is het als presentator gemakkelijker om je verhaal te houden.

Conclusie

Zowel het systeem als het bedrijf zorgde ervoor dat ik een hele positieve ervaring had. Er zijn veel enthousiaste reacties gekomen dus de gedegen voorbereiding vanuit MediaMission heeft blijkbaar zijn vruchten afgeworpen. Je zet deze manier van uitzenden in bij een grotere groep waarbij je echt professioneel wil overkomen en de interactie van minder belang is. Door de beperkte interactiemogelijkheden is het minder eenvoudig (didactisch gezien) om zo’n sessie te verzorgen. Het vergt meer van de presentator en de tijd die je een sessie kunt laten duren is ook beperkter. Het is aan te raden om een duopresentatie te houden, dat maakt het geheel een stuk dynamischer.

Zie hieronder de opgenomen sessie, het gaat er in dit webinar over om het rendement van e-Learning zo groot mogelijk te maken. Hierbij is de insteek van David en mij vooral een onderwijskundige. U kunt het schermvullend klikken.

Met veel dank voor de fantastische grafische vormgeving van collega Douwe Harder en de inhoudelijke opzet van Peter Meerman.

 

Tagged with:
May 18

Een mock-up maken (interactieve demo/prototype van je ontwerp) van een iPad of iPod/iPhone app kun je prima doen met online of offline tools op je PC. Een paar van die tools heb ik al eens eerder besproken. Nu bespreek ik een app op de iPad waarmee je een interactieve mock-up kunt maken voor je iPhone of iPad. Er is een aantal apps die dit doen, zo is er iMockups for iPad (zie iTunes) waarmee je zelfs mock-ups van websites kunt maken en Blueprint (zie iTunes). Die laatste app gebruik ik.

Voor het ontwerp van een gewone website gebruik ik liever de online mock-up tools zoals MockFlow omdat het werken met de muis veel preciezer is en omdat het dan eenvoudig is om het ontwerp te delen. Tevens waardeer ik de schermruimte die ik op mijn MacBook Pro heb. Toch wat meer dan op de iPad.

Wat kun je met Blueprint?

Je maakt schermpagina’s aan (keuze uit iPhone of iPad schermformaat, en keuze uit staand of liggend) en die vul je vervolgens met schermelementen zoals navigatiebalken, knoppen, en ook inhoud zoals afbeeldingen of teksten. Vervolgens kun je delen van een scherm actief maken en laten verwijzen naar een volgende pagina. Je kunt veel verschillende soorten acties aan een schermelement koppelen. Zo kun je bijvoorbeeld een knop laten verwijzen naar een volgende pagina. Ook kun je aangeven dat er bij bijvoorbeeld een swipe naar links een nieuwe pagina getoond moet worden. Op het moment dat je het ontwerp wilt testen, speel je het af op je iPad en als ik dan op de knop druk of swipe gaat de app naar een nieuw scherm. Zo simuleer ik de werking van een echte app.

Hoe ziet het eruit?

In bovenstaande schermafdruk is te zien dat ik een liggend iPad scherm heb gemaakt. Ik heb een navigatiebalk onderaan geplaatst en tekst en een afbeelding daarboven. Aan de rechterkant staan alle schermelementen (Controls) die ik in kan zetten. Elk schermelement kan ik nog tot in detail aanpassen (kleur, grootte, gedrag) en zelfs kan ik nieuwe afbeeldingen op knoppen zetten.

Hier is het overzicht te zien van de verschillende pagina’s met daarbij de verbindingen. Een bestaande pagina kun je eenvoudig dupliceren en de links worden daarbij meegenomen.

Hierboven is te zien dat je aan objecten acties (Actions) kunt verbinden. De mogelijkheden zijn erg uitgebreid waardoor de app erg natuurgetrouw afspeelt.

Tenslotte hierboven de zelfde pagina waarbij een object is geselecteerd en het paneel Proporties wordt gebruikt. Je kunt tot op detail elk object qua grafische opmaak aanpassen inclusief alphawaarde (doorzichtigheid).

Plus- en minpunten

Bij het maken van een mock-up tool voor een iPad app zijn de belangrijkste voordelen van een mock-up app op de iPad t.o.v. een mock-up tool op de PC of in je browser:

  1. Je kopieert  eenvoudig screenshots van je iPad naar de app. Dit vind ik soms wel handig omdat je dan niet een hele pagina hoeft te maken. Ik heb dit o.a. gebruikt toen ik in mijn mock-up een agenda nodig had. Die kun je zelf gaan samenstellen uit de voorgedefinieerde objecten of je maakt een screenshot van een standaard agenda en gebruikt die.
  2. Het is erg handig en prettig om direct het resultaat te bekijken op je echte iPad i.p.v. op een gesimuleerde iPad op je laptop. Hiermee krijg je een beter gevoel of een bepaalde volgorde van handelen of indeling op een pagina prettig is.

De pluspunten:

  • snelheid is goed;
  • leercurve is betrekkelijk kort;
  • het tonen van resultaat (inclusief swipe bewegingen en effecten) werkt erg prettig en bootst de echte app goed na;
  • erg veel instelmogelijkheden, vooral grafisch;
  • kunt in grafische lagen werken en deze goed ordenen;
  • plaatsen objecten gaat goed door magnetische hulplijnen;
  • validatieregels voorkomen dat een knop op een plek komt waar dit onmogelijk is in een echte app;
  • dupliceren van een pagina werkt perfect;
  • lite versie is voldoende uitgebreid om een goede indruk te krijgen;
  • export naar PDF werkt goed, gratis viewer is fijn om ontwerp te delen met collega’s en klanten.

De minpunten:

  • door aanraakmethodiek is het moeilijk om objecten precies goed te positioneren, hier mis je het precieze van een muis;
  • een export naar klikbare demo die op web te delen is zou erg welkom zijn. Nu is het lastig met viewer of statische pdf;
  • samenwerking met Dropbox zou handig zijn;
  • er is geen helpfunctie en de uitlegfilmpjes op de site zijn maar matig van kwaliteit;
  • afbeeldingen die je plaatst zijn niet te roteren en alleen met grote stappen te schalen (25%, 50%, 75% etc.) of handmatig maar dat is niet handig met je vinger. Ook bijsnijden gaat niet.

Eindoordeel

Blueprint is een erg bruikbare en krachtige mock-up tool die ik graag gebruik. Natuurlijk zijn er nog wensen maar het doet wat het belooft te doen op een snelle, prettige manier. De mogelijkheden zijn erg uitgebreid terwijl de bediening niet erg complex is. De app is zijn geld voor mij zeker waard (momenteel kost de app 11,99 euro).

 

 

Tagged with:
Jan 02

Opleiding & Ontwikkeling is het vakblad voor HRD-professionals. In het decembernummer is een artikel van mij geplaatst over Moodle. Dit is een introductieartikel en voor iedereen die overweegt om de open source leeromgeving Moodle in te zetten wellicht interessant om te lezen.

De titel is ‘Hoe smaakt Moodle?‘ en in het artikel wordt ingegaan op de vraag wat Moodle is en wat Moodle kan betekenen voor u en uw organisatie. Er worden praktische voorbeelden en een aantal implementatietips gegeven. Er wordt duidelijk besproken wat de kenmerken zijn van open source software en de didactische mogelijkheden komen aan bod.

Download het artikel ‘Hoe smaakt Moodle?’ (PDF, 283 KB), reacties zijn altijd welkom!

Update: Op Moodlefacts.nl is een blogpost over dit artikel verschenen.

Tagged with:
Jun 30

Rond 2000 heb ik voor het eerst gewerkt met een omgeving waarin je een virtuele klas bedient. Ook wel webinar of e-seminar omgevingen genoemd. Ik kan me WebEx nog herinneren en een product van Xerox (geloof ik) waarbij je met telefoon naar een server in de US moest bellen. Vervolgens zat dat 30 seconden vertraging op. In 2008 schreef ik over de tool DimDim (zie blogpost hierover). Nu ben ik voor een aantal klanten waaronder Fontys dit soort virtuele sessies aan het organiseren dus het was tijd voor een update en het inzichtelijk maken van een aantal tools. Ik heb vergeleken: DimDim, WebEx, GoToTraining en Adobe Connect.

Wanneer gebruik je deze tools?

Vaak worden deze omgevingen gebruikt bij een wat langer opleidingstraject waarbij klassikale sessies wat verder uit elkaar liggen of bij complete trajecten op afstand waarbij je tussendoor synchrone (gelijktijdige) contacten wilt faciliteren. Het aantal deelnemers kan van een paar tot een paar duizend variëren. Vaak duurt een sessie 1 tot 1,5 uur en kun je bij de meeste tools onderstaande functionaliteiten gebruiken:

  • audio en video (wel beperking aantal gelijktijdige gebruikers);
  • hand opsteken middels een icoontje/knop;
  • delen van PowerPoint presentaties of bestanden;
  • delen van een whiteboard (tekeningen maken);
  • websafari (deelnemers meenemen naar verschillende webpagina’s);
  • delen van applicaties op de PC;
  • meerkeuzevragen stellen;
  • de ‘presenter-rechten’ geven aan 1 of meerdere deelnemers (die dan zelf een presentatie kunnen geven bijvoorbeeld);
  • opnemen en embedden van de sessie (naslag).

Als facilitator ben je geneigd om zelf de hele tijd het woord te nemen zodat het een soort college wordt maar de meeste tools zijn ook geschikt om juist de deelnemers iets te laten presenteren. Zo gebruik ik het zelf als facilitator/trainer voor vragenuurtjes, verdiepingssessies maar bijvoorbeeld ook om deelnemers aan elkaar presentaties te laten geven over de projectvoortgang van groepen deelnemers. Ook gebruik ik zelf de tools om snel met klanten wat dingen door te nemen. Het kunnen dus ook hele korte en ad-hoc sessies zijn.

Wat zijn de verschillen?

Tegenwoordig is de kwaliteit wel goed over het algemeen. De functionaliteiten verschillen een klein beetje maar met name zit het verschil in de mogelijkheden om de pagina aan te passen aan je eigen huisstijl, het maximale aantal deelnemers en de kosten die aan het gebruik verbonden zijn. Het is nu wel betaalbaar om deze tools te gebruiken.

Een ander verschil zit in de noodzaak om al dan niet de applicatie te moeten downloaden. Sommige systemen kun je in een webbrowser bedienen, voor andere moet de gebruiker een programma downloaden. Dit kan voor bedrijven en organisaties ook nog wel wat extra implementatietijd en -problemen opleveren.

Welke is het beste?

Er is niet 1 die absoluut de beste is. De keuze hangt af van je eigen wensen en de manier waarop je het in je leerprocessen wilt inzetten. DimDim springt er uit qua gebruikersgemak maar is minder betrouwbaar qua geluid en video (en is als enige als open source software te downloaden), WebEx is een prima tool maar niet de goedkoopste, GoToMeeting is fantastisch qua eenvoud én uitgebreidheid maar is ook flink aan de prijs en kent geen video en Adobe Connect is zeer uitgebreid, goed te betalen maar een beetje ingewikkeld.

Hoewel mijn voorkeur eerst erg bij DimDim lag heb ik (ook in de Proversie) veel performance problemen ondervonden. En als tijdens de sessie steeds het geluid of andere functionaliteit wegvalt is de flow uit het proces. Een applicatie moet betrouwbaar zijn. Mooie van DimDim is wel dat er een gratis gehoste versie te gebruiken is. Als je dit gebruikt in combinatie met bijvoorbeeld Skype heb je gratis een mooie set aan functionaliteit tot je beschikking.

Nog meer opties?

Ja, bovenstaande applicaties zijn de applicaties waarmee ik zelf ervaring mee heb opgedaan de afgelopen jaren. Er zijn er nog veel meer die soms afwijken qua functionaliteit maar wel interessant kunnen zijn als je met meerdere mensen online wilt overleggen. Wat alternatieven:

  • Skype
    1 op 1 met video en schermdeling. Gratis. Bij Skype kun je tot 25 mensen in een conference call zitten waarbij alleen audio gebruikt wordt.
  • FlashMeeting
    In 2007 schreef ik over deze tool. Ontwikkeld door de Open University in de UK en prima geschikt voor verschillende audio- en videobronnen. Gratis te gebruiken voor bepaalde groepen mensen. Zie de website voor de huidige mogelijkheden.
  • ooVoo
    Relatief nieuwe tool waarmee je met meerdere mensen een videochat kunt uitvoeren. 1 op 1 is gratis, voor meer mensen kan per maand of per keer betaald worden. Je betaalt per gebruiker, zie de site.

Gewoon beginnen?

Bij alle tools kun je een proefaccount aanvragen. Hieronder de info daarover:

  • DimDim
    Gratis account voor onbepaalde tijd. Een proefversie van Proversie is mogelijk na telefonisch contact. Zie de site.
  • GoToTraining
    Proefaccount voor 30 dagen voor 25 gebruikers. Ook mogelijkheid om GoToMeeting uit te proberen met hetzelfde account. Je moet wel je creditcardinformatie invoeren. Zie site.
  • WebEx
    Proefaccount voor 14 dagen voor 25 gebruikers. Zie site.
  • Adobe Connect
    Proefaccount voor 30 dagen voor verschillende tools die erin verwerkt zijn. Je hebt je gratis Adobe account nodig of kunt dit aanvragen. Zie de site.

Document met overzicht

Een vergelijking op hoofdpunten vind je in dit Overzicht webinars (PDF, 127 KB).

Mocht je zelf nog alternatieven hebben of je ervaring over een van deze producten willen delen: reacties zijn van harte welkom!

Tagged with:
Mar 25

Op 1 april vindt het seminar UGame ULearn plaats. Het thema van dit jaarlijkse event gericht op onderwijs en bibliotheken is ‘User Experience‘. Een belangrijk thema. Misschien wordt User Experience wel steeds belangrijker! Zelf zit ik deze keer in een panel om te praten over ebooks/ereaders  en wat deze (kunnen) betekenen voor de bibliotheek en het onderwijs. Wat vind ik hier eigenlijk van? Gaat de eReader uitsterven. Net als de CD-i?

User experience!

In presentaties laat ik aan de hand van 2 voorbeelden zien dat de verwachting van gebruikers snel verandert t.a.v. ICT. Gebruikers (lerenden zijn dit ook) stellen steeds meer eisen aan de gebruikerservaring. De twee voorbeelden:

  1. Mijn 3-jarig zoontje gebruikt ongeveer een jaar mijn iPod Touch en iPhone. Voordat ‘ie 2 jaar oud was, bladerde hij al door foto’s. Zie eerdere blogpost. Hij probeert nu ook door over het scherm van mijn MacBook te wrijven naar een volgende pagina of foto te gaan. Hij verwacht hetzelfde gemak als bij het touchscreen van de iPhone. De laptop valt tegen.
  2. Bij SeniorWeb merkte een cursist (60+ jaar) op dat hij de WYSIWYG editor van de leeromgeving Moodle wel wat vond tegenvallen. De editor van WordPress vond hij veel eenvoudiger en gebruiksvriendelijker. Daar kon je gemakkelijker en met minder klikken een afbeelding invoegen.

In beide voorbeelden verwacht de gebruiker een bepaalde ‘user experience’ en is teleurgesteld als dit niet uitkomt. Op zich hoeft er met het product niet veel mis te zijn maar als het elders gemakkelijker, sneller, mooier of aantrekkelijker kan dan valt huidige ervaring tegen.

eReader verliest in vergelijking

Daar zie ik een probleem met de eReaders. Hoe technisch goed het scherm en de e-ink ook is, het apparaat moet opboksen tegen twee concurrenten die als referentiepunt dienen:

  • boek;
  • computerscherm.

Boek vs eReader. Ja, het scherm van de eReader is net zo rustig voor je ogen als papier maar nee, het bladeren gaat langzaam. Bediening is niet altijd even handig. Aantekeningen kunnen bij sommige readers gemaakt worden maar ook dat gaat handiger op papier. eBooks kun je moeilijker uitlenen en zijn weinig compatible met elkaar. Sterke punt van eBooks is het gewicht. En doorzoekbaarheid (voor zakelijke literatuur of studieboeken kan dit relevant zijn). Winnaar is hier voor mij het papieren boek. En dan hebben we het niet eens over het gevoel en de geur gehad 😉

Computerscherm vs eReader. De eReader wint duidelijk op scherpte en leesgemak. Maar waar is de kleur, waar is de interactie, waar is de beweging, waar is de audio? We hebben een bepaalde verwachting en de eReader wint het maar op 1 ding: leesbaarheid van tekst. Computerscherm wint hier.

eReader relevant voor het onderwijs?

Ik kan me voorstellen dat in het wetenschappelijk en het hoger onderwijs de eReader heel bruikbaar kan zijn. De meeste wetenschappelijke publicaties zijn vooral toegespitst op tekst en eenvoudige grafische zaken. Het kunnen doorzoeken kan hier belangrijk zijn. Als er dus ook veel wetenschappelijke literatuur beschikbaar is dan kan dit een belangrijke markt zijn.

Voor het basisonderwijs lijkt me de eReader totaal oninteressant. Hier worden folio uitgaves al moeilijk verkocht als het geen full-colour betreft dus de grijze tinten van eBooks voldoen niet. Ook het formaat en de prijs zitten succes in de weg. Kinderen nemen de boeken zelden mee naar huis dus het argument van het gewicht van boeken valt ook weg. De huidige versies van eReaders zijn imho kansloos in het primair onderwijs.

Zet de eReader maar naast de CD-i!

De eReader in de huidige vorm verdwijnt en wordt alleen maar door early adopters en uitgevers gebruikt. De wereld van de eReaders zal veranderen als de interactiviteit, multimediamogelijkheden, de formaatverschillen en de prijs worden aangepast. Ik zet meer in op apparaten zoals de iPad. Het klopt dat de leesbaarheid slechter is (geen e-ink technologie) maar voor de rest doet zo’n ding veel goed. Eigenlijk is het een betaalbare computer waar je ook nog mee kunt lezen en die direct aanstaat. Deze week toevallig een bericht dat Sanoma Uitgevers hun tijdschriften niet op eReader formaat maar op de iPad gaat uitbrengen. Dit bevestigt mijn beeld dat een apparaat als de iPad veel meer potentie heeft. Gebruiksvriendelijkheid, connectiviteit, multimedia, functionaliteit en aantrekkelijkheid komen samen tegen een betaalbaar tarief. En snel zal er een harde concurrentiestrijd losbarsten tussen aanbieders die ons lezers en uitgevers gelukkig maakt.

We willen een apparaat dat voldoet aan onze hoge eisen en wensen. Voor minder leggen we dat papieren boek en het computerscherm niet terzijde.

CD-i; maak maar plaats op de plank voor de huidige generatie eReaders!

Ps, ook u kunt nog naar UGame ULearn debat toe!

Noot: via @ranver kreeg ik de link naar een video van Wired Magazine die laten zien hoe zij de iPad zien bij hun media magazine (vroegere papieren blad dat nu ook op andere manieren te gebruiken is).

Tagged with:
Aug 02

De meeste mensen gebruiken wel eens een schermafbeelding om iets uit te leggen. Zo’n ‘screenshot’ kun je eenvoudig maken door in Windows printscreenPRINTSCREEN te gebruiken. Of CTRL+PRINTSCREEN. Sommigen gaan dan vervolgens in een grafisch programma zoals PhotoShop of zelfs Paint de schermafdruk wat bijsnijden of wat pijlen toevoegen. Bij de Mac is er standaard een programma aan boord met de naam Schermafbeelding waarmee je hetzelfde kunt doen.

Zo’n schermafdruk is bijvoorbeeld handig als je leermateriaal ontwikkelt voor het gebruiken van een webservice of applicatie en soms is het handiger, goedkoper en sneller om afbeeldingen te gebruiken in plaats van filmpjes.

Waarom een aparte applicatie?

De reden om niet de standaardopties te gebruiken is dat het nogal een gedoe is om eerst een screenshot te maken en daarna het apart te gaan bewerken. Een speciaal programma doet alles sneller en beter. Zeker als je vaker schermafbeeldingen maakt, win je hier veel mee.

Er zijn voldoende applicaties die je helpen bij 3 dingen:

  1. Maken van de screenshot
    Je kunt eenvoudig het hele scherm pakken, een deel direct uitsnijden of zelfs een object (bijvoorbeeld een knop) selecteren.
  2. Bewerken van de screenshot
    Je kunt vele verschillende efecten en objecten toevoegen nadat de screenshot is genomen. Teksten, pijlen, schaduw, rafelrandjes zijn eenvoudig toe te voegen.
  3. Beheren van de screenshots
    Je kunt op verschillende wijze de screenshots ordenen, indelen en doorzoeken. Vaak kun je ook nog eenvoudig de screenshots delen door het sturen van een mail of het direct plaatsen op een site.

Screencapturing binnen FireFox

De meeste programma’s download je naar je PC of Mac maar als je FireFox gebruikt is er een fantastische add-on: Talon van Aviary. Dit is een gratis add-on die in combinatie met twee (2!) verschillende webbased editors ontzettend veel mogelijkheden biedt. Je kunt via een knop of een menu een deel van het scherm capturen of het hele scherm. Mooi is dat je bij een deel van het scherm eerst het gewenste stuk aanwijst en daarna kun je eenvoudig de selectie iets aanpassen door met randen te slepen. Je kunt daarna eenvoudig de afbeelding bewerken en delen. Zeker een aanrader!

firefox

Screencapturing voor Windows

Voor elke Windows gebruiker is het programma Snagit van Techsmith eigenlijk verplicht. Dit is de meest uitgebreide applicatie die ik ken en toch eenvoudig in gebruik. Zeker als je een zware gebruiker bent dan is dit ideaal, werkelijk alles is in te stellen (en in een profiel op te slaan) en de manieren waarop de de schermen kunt vangen en kunt verwerken zijn onovertroffen.

Je kunt hele pagina’s, objecten (bijvoorbeeld knoppen), menu’s en zelfs pagina’s ‘pakken’ waarvoor je naar beneden moet scrollen. Het programma bestaat al erg lang en is goed doorontwikkeld en kost nu 50 euro.

Enige minpunt is wellicht de veelheid aan mogelijkheden, dus voor het maken van een incidentele screenshot is dit wat teveel van het goede.

snagit

Screencapturing voor de Mac

Voor de Mac bestaan er weer andere bruikbare programma’s. Helaas is Snagit niet bruikbaar, dat draait alleen onder Windows. Behalve de al eerder genoemde FireFox plugin gebruik ik 3 programma’s die ik fijn vind.

1. InstantShot
Dit kleine programma is gratis te gebruiken en is erg eenvoudig in gebruik. Je download het op de website, en daarna nestelt het zich in je balk bovenaan het scherm (zie schermafdruk hieronder, het icoon met het schaartje). Een klik is voldoende om een handig menu te laten zien met voldoende mogelijkheden. Je kunt alleen een schermafdruk nemen, het aanpassen of bewerken van de schermafdruk en het delen is niet mogelijk met deze applicatie. De voorkeuren zijn in te stellen (bijvoorbeeld waar het bestand wordt opgeslagen). Eenvoudig maar erg bruikbaar programma.

instantshot

2. LittleSnapper

Dit betaalde programma van RealMac nestelt zich ook diep in je systeem en is dus altijd snel op te roepen. Voor 18 euro ben je in staat om op diverse littlensnappermanieren delen van het scherm te nemen etc. en kun je de schermafbeeldingen bewerken en vervolgens op een eenvoudige manier delen. Dit laatste kan door de schermafdruk direct op een webpagina op te slaan. Een mooie gratis service!

Het nemen van de schermafbeelding gaat prima, met name een deel van een scherm nemen gaat erg prettig. Het is met LittleSnapper niet mogelijk om een object apart te nemen. De verwerkingsmogelijkheden vind ik wat beperkt. Bijsnijden gaat goed, en je kunt wat pijlen, vormen en teksten toevoegen. Maar heel veel verder gaat het niet.

3. Voila

Dit programma van Global Delight nestelt zich ook bovenin je balk en zo kun je direct beginnen. Een object en een menu capturen voilabehoort tot de mogelijkheden. De editor om vervolgens de afbeeldingen te bewerken is wat uitgebreider dan LittleSnapper en je kunt hiermee bijvoorbeeld van de kartelrandjes maken, 3D kantelen en eenvoudig canvas resizen. Het organiseren is net zo goed geregeld als bij LittleSnapper en een export naar bijvoorbeeld Flickr behoort tot de mogelijkheden.

Voor 45 euro kun je het kopen op de website.

Algemene conclusie

Voor Windowsgebruikers is Snagit een perfect programma. Niet twijfelen, gewoon kopen als je vaker screenshots maakt. Voor niet-professioneel gebruik is de FireFox add-on van Aviary een heel goed alternatief.

Voor de Mac-gebruikers is deze add-on ook prima te gebruiken en als je het gratis InstantShot er bij gebruikt dan kun je prima uit de voeten met de meeste schermafbeeldingen. Het bijsnijden, resizen en het toevoegen van teksten en een schaduw doe ik dan in het gratis te gebruiken Picnick.

Wil je wat meer functionaliteiten en eenvoudig je afbeeldingen kunnen bewerken en delen dan zou ik Voila aanraden, al kan het qua functionaliteiten niet tippen aan Snagit.

Mocht je zelf nog een mooi alternatief hebben voor het nemen van schermafbeeldingen dan zijn de tips van harte welkom in de comments!

O ja: voor alle iPhone bezitters > Voor de iPhone heb ik geen screencapturing app kunnen ontdekken maar je kunt eenvoudig een schermafbeelding maken van een heel scherm: houd de bovenste knop ingedrukt en druk tegelijkertijd even op de onderste, ronde Home-knop (zie groene pijlen). Je hoort een camerageluid en de schermafdruk staat bij je foto’s.

iphone


Tagged with:
Apr 22

Vorige week heb ik een workshop/presentatie verzorgd bij de Belastingdienst, voor het Centrum voor kennis en communicatie. In het verleden heb ik daar  1,5 jaar als gedetacheerde gewerkt om e-Learning te implementeren. Tijdens de workshop ontstond een hele interessante discussie over het gebruik van nieuwe applicaties en de vraag of je dit semi-illegaal mocht gebruiken.

Presentatie over wiki’s
Het is een dankbaar onderwerp om naar wiki’s binnen leersituaties te kijken. Er zijn prachtige voorbeelden van de inzet van wiki’s, o.a. binnen de CIA (zie goed artikel hierover in Time). Het dwingt ook om na te denken over de rol van experts vs de newbies. Er ontstonden aardige discussies tijdens de workshop waarbij 1 vraag mijn interesse wekte.

Nu zelf gebruiken?
Veel deelnemers zagen de mogelijkheden om wiki’s te gebruiken voor interne kennisdeling of om in te zetten binnen leersituaties met cursisten. De vraag kwam wat er moest gebeuren als de IT afdeling pas laat zou kunnen inspringen op dit soort omgevingen. Wiki’s bleken gelukkig al gebruikt te worden. Maar de if-what discussie ging verder en werd interessanter.

Semi-illegaal of geduld hebben?
Wat moet je nu als je als onderwijskundige/trainer/docent/leerbelevingen ontwerper de waarde inziet van een nieuwe applicatie of methodiek en het is NIET mogelijk om die te gebruiken. Vanwege beleid, beveiliging, kosten of nog iets anders. Ga je dan buiten de officiële kanalen om zelf iets inzetten? Bijvoorbeeld een blog bij Google of een wiki bij Wikispaces? Of kies je ervoor om te wachten en alle formele barrières te slechten?

Zelf maak ik veel gebruik van niet officiële omgevingen. Niet alleen gebruik ik mindmapping en dat soort dingen maar ook Dropbox voor het opslaan en synchroniseren van bestanden. Ik betaal daar geld voor omdat ik vind dat het extra waarde heeft binnen mijn werksituatie. De opslag die ik daar heb vind ik niet voldoende handig georganiseerd.

Gevaar
Toch denk ik dat er ook gevaren zijn aan dit soort persoonlijke keuzes, ook al zijn ze belangrijk voor je werk of voor de dingen die je kunt doen met lerenden. Hoe zit het met de back-ups? Hoe zit het met de bescherming van de gegevens? Hoe zit het met de juridische kant t.a.v. privacy van gegevens van lerenden?

Wat doe jij/zou jij doen als je een bepaalde functionaliteit wilt gebruiken die je gratis of betaalbaar kunt gebruiken maar die niet of nog niet door je eigen organisatie wordt gefaciliteerd?


Tagged with:
Feb 20

eXe is een open source tool om webbased trainingen (WBT’s) mee te ontwikkelen. Zelf heb ik er redelijk wat modules mee gemaakt en exeafbeeldinghoewel het een eenvoudige tool is met de nodige beperkingen, biedt het toch mooie mogelijkheden.

Een aantal van de WBT’s die ik met eXe heb gemaakt vind je hier. eXe is ook nog eens voor verschillende besturingssystemen geschikt. Downloaden kun je o.a. op de site.

Sites

Behalve de officiële site zijn er ook in Nederland en België veel eXe enthousiastelingen die met eXe fantastisch mooie dingen maken en/of er over schrijven. Een bekende en mooie site met veel informatie vind je bij Willy Vermaelen.

Nu is er ook een nieuwe blog over eXe. De blogger is Johannes, die momenteel de post-HBO opleiding e-Learning van Fontys volgt waar ik als docent een rol speel. De blog van Johannes draagt de naam HeXeKring en hij is gestart met een groot aantal berichten. Overigens niet alleen over eXe maar ook over gerelateerde onderwerpen zoals open source omgeving Moodle, web2.0 technologie of contentsites. Ik heb in ieder geval al wat nieuwe ideeën opgedaan, zo las ik de tip om via het iDevice ‘Externe website’ gebruik te maken van Google docs zodat andere op een dynamische manier zelf content aan de WBT kunnen toevoegen. Handig!

Dit soort slimme tips en kritische kanttekeningen vind je dus op HeXeKring. Enjoy!

hexekring1

Tagged with:
Jan 14

Pas las ik een interessante blogpost van Freek Bijl over het feit dat het web niet meer gratis is en dat ereuro steeds meer online diensten geld kosten. Nu weet ik niet of dit klopt; zelf betaal ik veel voor online services maar bijna altijd is het mogelijk om ook gratis van deze diensten gebruik te maken.

Gratis of betaald?

Bijna alle diensten waar ik voor betaal kan ik ook gratis gebruiken. De redenen om toch voor een betaald account te kiezen zijn meerledig:

  • soms krijg je meer functionaliteiten tot je beschikking;
  • meestal heb je meer webruimte bij de betaalde variant;
  • soms heb je bij de gratis variant advertenties in beeld die verdwijnen als je betaalt.

Maar ik heb ook wel eens betaald omdat ik de software gewoon goed vond en de maker wil ondersteunen. En ik heb iets tegen illegale software, ik ben bereid te betalen voor een goed product met een goede service.

Wat kost dat nou?

Als ik kijk naar de online applicaties die ik betaal dan is het een aardig rijtje aan het worden:

software

Waard?

Zeker, elke applicatie heb ik eerst uitgeprobeerd en het zijn zeer goede producten met een goede ondersteuning. Ik gebruik alle applicaties ook dagelijks. Het zijn webbased applicaties en dit zorgt voor gemak. Zeker als je meerdere computers gebruikt zoals ik. Waarschijnlijk neem ik binnenkort nog meerdere betaalde online services af. Zo denk ik aan een betaald account voor Blip.tv (o.a. meerdere donwloadformaten) en wellicht nog een goed boekhoudprogramma. O ja, en ik koop ook heel soms wat minuten bij Skype.

Ik ben wel benieuwd of de wil om te betalen ook bij anderen aanwezig is, of kiezen jullie vaak voor de gratis variant (of voor offline applicaties)?

Links

Tagged with:
preload preload preload