feb 11

Vandaag was de tweede dag van het Nationaal e-Learning congres. Een dag bestaande uit een key-note en twee blokken met parallelle workshops. Vandaag heb ik samen met Job Bilsen een workshop (zie workshop 2) verzorgd. Dit geeft bij mij altijd flink wat stof tot nadenken.  Deze keer een terugblik die niet inhoudelijk is.

Voorkennis deelnemers

Ik heb het idee dat de voorkennis en ervaring van deelnemers erg uit elkaar ligt. Vijf jaar geleden was de groep homogener van aard. Dit zorgt er nu voor dat je een aantal mensen niet op het juiste niveau aanspreekt of in een verkeerd tempo bedient. Vervelend als je weet dat dit speelt, binnen zo’n kort tijdsbestek kun je hier ook niet veel mee.

Format

De workshop had een duur van 2,5 uur en deze keer was het met een erg grote groep, zo’n 45 mensen. Dit was nog meer dan het aantal dat zich had ingeschreven. De vorige keer hadden we een groep van 15 man gedurende 4 uur. Dat is toch een stuk prettiger. Je kunt meer de diepte in en door de kleine groep kom je tot meer interactie. De opstelling in het lokaal had direct invloed en beperkte ook de interactie. Het was wel prettig dat we een laptop hadden (met prima internetverbinding) zodat we een Moodle-omgeving konden inzetten.

De Moodle-omgeving leent zich prima om voor zo’n workshop te gebruiken. Alle extra bronnen zijn overzichtelijk beschikbaar en gedurende de workshop kun je functionaliteiten inzetten. Zo hebben we nu een chat gebruikt (“wat is jouw definitie van leren”), een forum (zet erin wat opvalt aan de getoonde WBT) en keuzes (quiz over e-Learning gereedschappen).

Mijn gevoel

Ik was niet tevreden met de workshop. Het aantal mensen was te groot, we hebben de accenten niet helemaal goed gelegd en het geheel was rommelig. Dit laatste kwam doordat deelnemers 20 minuten te laat binnenkwamen en dat een aantal mensen zich niet had ingeschreven. Hierdoor hebben we tijdens de sessie de gebruikers in Moodle moeten aanmaken.

Misschien moeten we bij dit soort congressen een onderscheid gaan maken in het niveau. Op deze manier kunnen we sessies definiëren voor de beginnende en gevorderde deelnemer. We kunnen dan eenvoudiger de diepte ingaan, zeker als een groep niet veel groter is dan 20 mensen. Als we het leerproces laten beginnen voor de dag zelf (met bijvoorbeeld krachtige opdrachten ter voorbereiding in de leeromgeving) dan is de groep homogener en het leerrendement hoger.

Tenslotte zouden we bij de opzet van zo’n dag wel wat spannendere werkvormen en concepten mogen gebruiken die zorgen voor een intensere leerervaring. Dat vind ik zo krachtig aan Learning 2008 congres van Elliott Masie en ik snap ook wel dat de mogelijkheden daar anders zijn vanwege de schaal (2000 bezoekers)  maar we kunnen de lat wel wat hoger leggen. Wat gevarieerder maken en prikkelender zodat er een leerbelevenis ontstaat.

nec

Tagged with:
jul 04

Vaak zie ik dat er e-Learning wordt aangeboden waarbij lerenden op een link naar een Word-bestand moeten klikken waar dan een meerkeuzevraag wordt gesteld. Dit moeten ze dan intikken, uitprinten en inleveren.

Stoppen! Waarom doen we dit? Als we ervoor kiezen om leermateriaal digitaal aan te bieden moeten we onzelf minimaal dwingen om de meerwaarde van het digitale optimaal te benutten.

Unicef stelt leermateriaal digitaal beschikbaar
Soms is er een twijfelgeval. Zo heeft Unicef lesmateriaal gemaakt. Dit bieden ze nu gratis via hun site aan, goed idee. Maar er is niet optimaal gebruik gemaakt van de mogelijkheden. Het is inhoudelijk en didactische sterk lesmateriaal over kinderen in crisisgebieden, netjes ingedeeld op jaren (van de basisschool).

De site begint flashy maar eigenlijk is het een verzameling mooi opgemaakte PDF’s. Iedere les wordt ingeleid met een persoonlijk verhaal. Dit verhaal bestaat uit teksten en afbeeldingen. Een digital story zou het veel indringender hebben gemaakt. Overigens gebruiken ze soms wel verkeerde termen. Zo wordt de term WebQuest gebruikt voor een blad met meerkeuzevragen. Dit doet echt tekort aan de prachtige WebQuest methodiek, die hier overigens prima gebruikt zou kunnen worden.

Jeuk
Bij zo’n product (dat prima is als je het op papier aanbiedt) jeukt het bij mij om er echt iets moois van te maken. Misschien iets voor een soort prijsvraag van Unicef aan e-Learning ontwikkelaars? Ik help graag mee!

Een prachtig voorbeeld van de manier waarop de introductieverhalen ook hadden kunnen worden uitgewerkt vindt u in een artikel in de Encyclopedia of Educational Technology van San Diego State University. Het loont ook de moeite om de rest te bekijken.

Tagged with:
apr 02

Een training beginnen met de melding dat je op 7 juni jarig bent is op zijn minst opmerkelijk. Een collega onderwijskundige, heeft uitgelegd waarom hij dit doet.

Overigens doet hij dit niet bij elke training maar wel als het gaat om een training over didactiek of het ontwerpen van leerbelevingen. Hij vertelt niet alleen dat hij op 7 juni jarig is maar dat hij het hele jaar al ideeën verzamelt zodat hij een goed antwoord weet te geven als mensen vragen wat hij wil hebben voor zijn verjaardag. Als hij gedurende het jaar bijvoorbeeld een goed boek tegenkomt of een CD van een Russisch koor dan schrijft hij dat op in zijn agenda op 7 juni. Tegen de tijd dat hij het nodig heeft put hij uit zijn verzameling.

Bij lesgeven of het ontwikkelen van lesmateriaal en leerbelevingen is het niet veel anders; als je pas op het laatste moment dingen gaat bedenken dan is het moeilijk om alle ingrediënten boven tafel te krijgen. Als je gedurende een lange fase alle didactische ideeën en inspirerende zaken ergens bewaart, dan is dit een hele waardevolle verzameling. Dit blijft hangen bij de cursisten mijn collega.

Ik zelf gebruik deze methodiek ook en verzamel bijvoorbeeld afbeeldingen die ik tegenkom op allerlei plekken (tijdschriften, kaarten, etc.) om deze later te gebruiken. Hetzelfde geldt voor inspirerende websites, gebruiksaanwijzingen of leermateriaal.

Bent u ook zo’n didactische scharrelaar, zo’n verzamelaar? Wat en hoe verzamelt u?

Tagged with:
preload preload preload