Jun 30

Rond 2000 heb ik voor het eerst gewerkt met een omgeving waarin je een virtuele klas bedient. Ook wel webinar of e-seminar omgevingen genoemd. Ik kan me WebEx nog herinneren en een product van Xerox (geloof ik) waarbij je met telefoon naar een server in de US moest bellen. Vervolgens zat dat 30 seconden vertraging op. In 2008 schreef ik over de tool DimDim (zie blogpost hierover). Nu ben ik voor een aantal klanten waaronder Fontys dit soort virtuele sessies aan het organiseren dus het was tijd voor een update en het inzichtelijk maken van een aantal tools. Ik heb vergeleken: DimDim, WebEx, GoToTraining en Adobe Connect.

Wanneer gebruik je deze tools?

Vaak worden deze omgevingen gebruikt bij een wat langer opleidingstraject waarbij klassikale sessies wat verder uit elkaar liggen of bij complete trajecten op afstand waarbij je tussendoor synchrone (gelijktijdige) contacten wilt faciliteren. Het aantal deelnemers kan van een paar tot een paar duizend variëren. Vaak duurt een sessie 1 tot 1,5 uur en kun je bij de meeste tools onderstaande functionaliteiten gebruiken:

  • audio en video (wel beperking aantal gelijktijdige gebruikers);
  • hand opsteken middels een icoontje/knop;
  • delen van PowerPoint presentaties of bestanden;
  • delen van een whiteboard (tekeningen maken);
  • websafari (deelnemers meenemen naar verschillende webpagina’s);
  • delen van applicaties op de PC;
  • meerkeuzevragen stellen;
  • de ‘presenter-rechten’ geven aan 1 of meerdere deelnemers (die dan zelf een presentatie kunnen geven bijvoorbeeld);
  • opnemen en embedden van de sessie (naslag).

Als facilitator ben je geneigd om zelf de hele tijd het woord te nemen zodat het een soort college wordt maar de meeste tools zijn ook geschikt om juist de deelnemers iets te laten presenteren. Zo gebruik ik het zelf als facilitator/trainer voor vragenuurtjes, verdiepingssessies maar bijvoorbeeld ook om deelnemers aan elkaar presentaties te laten geven over de projectvoortgang van groepen deelnemers. Ook gebruik ik zelf de tools om snel met klanten wat dingen door te nemen. Het kunnen dus ook hele korte en ad-hoc sessies zijn.

Wat zijn de verschillen?

Tegenwoordig is de kwaliteit wel goed over het algemeen. De functionaliteiten verschillen een klein beetje maar met name zit het verschil in de mogelijkheden om de pagina aan te passen aan je eigen huisstijl, het maximale aantal deelnemers en de kosten die aan het gebruik verbonden zijn. Het is nu wel betaalbaar om deze tools te gebruiken.

Een ander verschil zit in de noodzaak om al dan niet de applicatie te moeten downloaden. Sommige systemen kun je in een webbrowser bedienen, voor andere moet de gebruiker een programma downloaden. Dit kan voor bedrijven en organisaties ook nog wel wat extra implementatietijd en -problemen opleveren.

Welke is het beste?

Er is niet 1 die absoluut de beste is. De keuze hangt af van je eigen wensen en de manier waarop je het in je leerprocessen wilt inzetten. DimDim springt er uit qua gebruikersgemak maar is minder betrouwbaar qua geluid en video (en is als enige als open source software te downloaden), WebEx is een prima tool maar niet de goedkoopste, GoToMeeting is fantastisch qua eenvoud én uitgebreidheid maar is ook flink aan de prijs en kent geen video en Adobe Connect is zeer uitgebreid, goed te betalen maar een beetje ingewikkeld.

Hoewel mijn voorkeur eerst erg bij DimDim lag heb ik (ook in de Proversie) veel performance problemen ondervonden. En als tijdens de sessie steeds het geluid of andere functionaliteit wegvalt is de flow uit het proces. Een applicatie moet betrouwbaar zijn. Mooie van DimDim is wel dat er een gratis gehoste versie te gebruiken is. Als je dit gebruikt in combinatie met bijvoorbeeld Skype heb je gratis een mooie set aan functionaliteit tot je beschikking.

Nog meer opties?

Ja, bovenstaande applicaties zijn de applicaties waarmee ik zelf ervaring mee heb opgedaan de afgelopen jaren. Er zijn er nog veel meer die soms afwijken qua functionaliteit maar wel interessant kunnen zijn als je met meerdere mensen online wilt overleggen. Wat alternatieven:

  • Skype
    1 op 1 met video en schermdeling. Gratis. Bij Skype kun je tot 25 mensen in een conference call zitten waarbij alleen audio gebruikt wordt.
  • FlashMeeting
    In 2007 schreef ik over deze tool. Ontwikkeld door de Open University in de UK en prima geschikt voor verschillende audio- en videobronnen. Gratis te gebruiken voor bepaalde groepen mensen. Zie de website voor de huidige mogelijkheden.
  • ooVoo
    Relatief nieuwe tool waarmee je met meerdere mensen een videochat kunt uitvoeren. 1 op 1 is gratis, voor meer mensen kan per maand of per keer betaald worden. Je betaalt per gebruiker, zie de site.

Gewoon beginnen?

Bij alle tools kun je een proefaccount aanvragen. Hieronder de info daarover:

  • DimDim
    Gratis account voor onbepaalde tijd. Een proefversie van Proversie is mogelijk na telefonisch contact. Zie de site.
  • GoToTraining
    Proefaccount voor 30 dagen voor 25 gebruikers. Ook mogelijkheid om GoToMeeting uit te proberen met hetzelfde account. Je moet wel je creditcardinformatie invoeren. Zie site.
  • WebEx
    Proefaccount voor 14 dagen voor 25 gebruikers. Zie site.
  • Adobe Connect
    Proefaccount voor 30 dagen voor verschillende tools die erin verwerkt zijn. Je hebt je gratis Adobe account nodig of kunt dit aanvragen. Zie de site.

Document met overzicht

Een vergelijking op hoofdpunten vind je in dit Overzicht webinars (PDF, 127 KB).

Mocht je zelf nog alternatieven hebben of je ervaring over een van deze producten willen delen: reacties zijn van harte welkom!

Tagged with:
Mar 25

Op 1 april vindt het seminar UGame ULearn plaats. Het thema van dit jaarlijkse event gericht op onderwijs en bibliotheken is ‘User Experience‘. Een belangrijk thema. Misschien wordt User Experience wel steeds belangrijker! Zelf zit ik deze keer in een panel om te praten over ebooks/ereaders  en wat deze (kunnen) betekenen voor de bibliotheek en het onderwijs. Wat vind ik hier eigenlijk van? Gaat de eReader uitsterven. Net als de CD-i?

User experience!

In presentaties laat ik aan de hand van 2 voorbeelden zien dat de verwachting van gebruikers snel verandert t.a.v. ICT. Gebruikers (lerenden zijn dit ook) stellen steeds meer eisen aan de gebruikerservaring. De twee voorbeelden:

  1. Mijn 3-jarig zoontje gebruikt ongeveer een jaar mijn iPod Touch en iPhone. Voordat ‘ie 2 jaar oud was, bladerde hij al door foto’s. Zie eerdere blogpost. Hij probeert nu ook door over het scherm van mijn MacBook te wrijven naar een volgende pagina of foto te gaan. Hij verwacht hetzelfde gemak als bij het touchscreen van de iPhone. De laptop valt tegen.
  2. Bij SeniorWeb merkte een cursist (60+ jaar) op dat hij de WYSIWYG editor van de leeromgeving Moodle wel wat vond tegenvallen. De editor van WordPress vond hij veel eenvoudiger en gebruiksvriendelijker. Daar kon je gemakkelijker en met minder klikken een afbeelding invoegen.

In beide voorbeelden verwacht de gebruiker een bepaalde ‘user experience’ en is teleurgesteld als dit niet uitkomt. Op zich hoeft er met het product niet veel mis te zijn maar als het elders gemakkelijker, sneller, mooier of aantrekkelijker kan dan valt huidige ervaring tegen.

eReader verliest in vergelijking

Daar zie ik een probleem met de eReaders. Hoe technisch goed het scherm en de e-ink ook is, het apparaat moet opboksen tegen twee concurrenten die als referentiepunt dienen:

  • boek;
  • computerscherm.

Boek vs eReader. Ja, het scherm van de eReader is net zo rustig voor je ogen als papier maar nee, het bladeren gaat langzaam. Bediening is niet altijd even handig. Aantekeningen kunnen bij sommige readers gemaakt worden maar ook dat gaat handiger op papier. eBooks kun je moeilijker uitlenen en zijn weinig compatible met elkaar. Sterke punt van eBooks is het gewicht. En doorzoekbaarheid (voor zakelijke literatuur of studieboeken kan dit relevant zijn). Winnaar is hier voor mij het papieren boek. En dan hebben we het niet eens over het gevoel en de geur gehad 😉

Computerscherm vs eReader. De eReader wint duidelijk op scherpte en leesgemak. Maar waar is de kleur, waar is de interactie, waar is de beweging, waar is de audio? We hebben een bepaalde verwachting en de eReader wint het maar op 1 ding: leesbaarheid van tekst. Computerscherm wint hier.

eReader relevant voor het onderwijs?

Ik kan me voorstellen dat in het wetenschappelijk en het hoger onderwijs de eReader heel bruikbaar kan zijn. De meeste wetenschappelijke publicaties zijn vooral toegespitst op tekst en eenvoudige grafische zaken. Het kunnen doorzoeken kan hier belangrijk zijn. Als er dus ook veel wetenschappelijke literatuur beschikbaar is dan kan dit een belangrijke markt zijn.

Voor het basisonderwijs lijkt me de eReader totaal oninteressant. Hier worden folio uitgaves al moeilijk verkocht als het geen full-colour betreft dus de grijze tinten van eBooks voldoen niet. Ook het formaat en de prijs zitten succes in de weg. Kinderen nemen de boeken zelden mee naar huis dus het argument van het gewicht van boeken valt ook weg. De huidige versies van eReaders zijn imho kansloos in het primair onderwijs.

Zet de eReader maar naast de CD-i!

De eReader in de huidige vorm verdwijnt en wordt alleen maar door early adopters en uitgevers gebruikt. De wereld van de eReaders zal veranderen als de interactiviteit, multimediamogelijkheden, de formaatverschillen en de prijs worden aangepast. Ik zet meer in op apparaten zoals de iPad. Het klopt dat de leesbaarheid slechter is (geen e-ink technologie) maar voor de rest doet zo’n ding veel goed. Eigenlijk is het een betaalbare computer waar je ook nog mee kunt lezen en die direct aanstaat. Deze week toevallig een bericht dat Sanoma Uitgevers hun tijdschriften niet op eReader formaat maar op de iPad gaat uitbrengen. Dit bevestigt mijn beeld dat een apparaat als de iPad veel meer potentie heeft. Gebruiksvriendelijkheid, connectiviteit, multimedia, functionaliteit en aantrekkelijkheid komen samen tegen een betaalbaar tarief. En snel zal er een harde concurrentiestrijd losbarsten tussen aanbieders die ons lezers en uitgevers gelukkig maakt.

We willen een apparaat dat voldoet aan onze hoge eisen en wensen. Voor minder leggen we dat papieren boek en het computerscherm niet terzijde.

CD-i; maak maar plaats op de plank voor de huidige generatie eReaders!

Ps, ook u kunt nog naar UGame ULearn debat toe!

Noot: via @ranver kreeg ik de link naar een video van Wired Magazine die laten zien hoe zij de iPad zien bij hun media magazine (vroegere papieren blad dat nu ook op andere manieren te gebruiken is).

Tagged with:
Aug 02

De meeste mensen gebruiken wel eens een schermafbeelding om iets uit te leggen. Zo’n ‘screenshot’ kun je eenvoudig maken door in Windows printscreenPRINTSCREEN te gebruiken. Of CTRL+PRINTSCREEN. Sommigen gaan dan vervolgens in een grafisch programma zoals PhotoShop of zelfs Paint de schermafdruk wat bijsnijden of wat pijlen toevoegen. Bij de Mac is er standaard een programma aan boord met de naam Schermafbeelding waarmee je hetzelfde kunt doen.

Zo’n schermafdruk is bijvoorbeeld handig als je leermateriaal ontwikkelt voor het gebruiken van een webservice of applicatie en soms is het handiger, goedkoper en sneller om afbeeldingen te gebruiken in plaats van filmpjes.

Waarom een aparte applicatie?

De reden om niet de standaardopties te gebruiken is dat het nogal een gedoe is om eerst een screenshot te maken en daarna het apart te gaan bewerken. Een speciaal programma doet alles sneller en beter. Zeker als je vaker schermafbeeldingen maakt, win je hier veel mee.

Er zijn voldoende applicaties die je helpen bij 3 dingen:

  1. Maken van de screenshot
    Je kunt eenvoudig het hele scherm pakken, een deel direct uitsnijden of zelfs een object (bijvoorbeeld een knop) selecteren.
  2. Bewerken van de screenshot
    Je kunt vele verschillende efecten en objecten toevoegen nadat de screenshot is genomen. Teksten, pijlen, schaduw, rafelrandjes zijn eenvoudig toe te voegen.
  3. Beheren van de screenshots
    Je kunt op verschillende wijze de screenshots ordenen, indelen en doorzoeken. Vaak kun je ook nog eenvoudig de screenshots delen door het sturen van een mail of het direct plaatsen op een site.

Screencapturing binnen FireFox

De meeste programma’s download je naar je PC of Mac maar als je FireFox gebruikt is er een fantastische add-on: Talon van Aviary. Dit is een gratis add-on die in combinatie met twee (2!) verschillende webbased editors ontzettend veel mogelijkheden biedt. Je kunt via een knop of een menu een deel van het scherm capturen of het hele scherm. Mooi is dat je bij een deel van het scherm eerst het gewenste stuk aanwijst en daarna kun je eenvoudig de selectie iets aanpassen door met randen te slepen. Je kunt daarna eenvoudig de afbeelding bewerken en delen. Zeker een aanrader!

firefox

Screencapturing voor Windows

Voor elke Windows gebruiker is het programma Snagit van Techsmith eigenlijk verplicht. Dit is de meest uitgebreide applicatie die ik ken en toch eenvoudig in gebruik. Zeker als je een zware gebruiker bent dan is dit ideaal, werkelijk alles is in te stellen (en in een profiel op te slaan) en de manieren waarop de de schermen kunt vangen en kunt verwerken zijn onovertroffen.

Je kunt hele pagina’s, objecten (bijvoorbeeld knoppen), menu’s en zelfs pagina’s ‘pakken’ waarvoor je naar beneden moet scrollen. Het programma bestaat al erg lang en is goed doorontwikkeld en kost nu 50 euro.

Enige minpunt is wellicht de veelheid aan mogelijkheden, dus voor het maken van een incidentele screenshot is dit wat teveel van het goede.

snagit

Screencapturing voor de Mac

Voor de Mac bestaan er weer andere bruikbare programma’s. Helaas is Snagit niet bruikbaar, dat draait alleen onder Windows. Behalve de al eerder genoemde FireFox plugin gebruik ik 3 programma’s die ik fijn vind.

1. InstantShot
Dit kleine programma is gratis te gebruiken en is erg eenvoudig in gebruik. Je download het op de website, en daarna nestelt het zich in je balk bovenaan het scherm (zie schermafdruk hieronder, het icoon met het schaartje). Een klik is voldoende om een handig menu te laten zien met voldoende mogelijkheden. Je kunt alleen een schermafdruk nemen, het aanpassen of bewerken van de schermafdruk en het delen is niet mogelijk met deze applicatie. De voorkeuren zijn in te stellen (bijvoorbeeld waar het bestand wordt opgeslagen). Eenvoudig maar erg bruikbaar programma.

instantshot

2. LittleSnapper

Dit betaalde programma van RealMac nestelt zich ook diep in je systeem en is dus altijd snel op te roepen. Voor 18 euro ben je in staat om op diverse littlensnappermanieren delen van het scherm te nemen etc. en kun je de schermafbeeldingen bewerken en vervolgens op een eenvoudige manier delen. Dit laatste kan door de schermafdruk direct op een webpagina op te slaan. Een mooie gratis service!

Het nemen van de schermafbeelding gaat prima, met name een deel van een scherm nemen gaat erg prettig. Het is met LittleSnapper niet mogelijk om een object apart te nemen. De verwerkingsmogelijkheden vind ik wat beperkt. Bijsnijden gaat goed, en je kunt wat pijlen, vormen en teksten toevoegen. Maar heel veel verder gaat het niet.

3. Voila

Dit programma van Global Delight nestelt zich ook bovenin je balk en zo kun je direct beginnen. Een object en een menu capturen voilabehoort tot de mogelijkheden. De editor om vervolgens de afbeeldingen te bewerken is wat uitgebreider dan LittleSnapper en je kunt hiermee bijvoorbeeld van de kartelrandjes maken, 3D kantelen en eenvoudig canvas resizen. Het organiseren is net zo goed geregeld als bij LittleSnapper en een export naar bijvoorbeeld Flickr behoort tot de mogelijkheden.

Voor 45 euro kun je het kopen op de website.

Algemene conclusie

Voor Windowsgebruikers is Snagit een perfect programma. Niet twijfelen, gewoon kopen als je vaker screenshots maakt. Voor niet-professioneel gebruik is de FireFox add-on van Aviary een heel goed alternatief.

Voor de Mac-gebruikers is deze add-on ook prima te gebruiken en als je het gratis InstantShot er bij gebruikt dan kun je prima uit de voeten met de meeste schermafbeeldingen. Het bijsnijden, resizen en het toevoegen van teksten en een schaduw doe ik dan in het gratis te gebruiken Picnick.

Wil je wat meer functionaliteiten en eenvoudig je afbeeldingen kunnen bewerken en delen dan zou ik Voila aanraden, al kan het qua functionaliteiten niet tippen aan Snagit.

Mocht je zelf nog een mooi alternatief hebben voor het nemen van schermafbeeldingen dan zijn de tips van harte welkom in de comments!

O ja: voor alle iPhone bezitters > Voor de iPhone heb ik geen screencapturing app kunnen ontdekken maar je kunt eenvoudig een schermafbeelding maken van een heel scherm: houd de bovenste knop ingedrukt en druk tegelijkertijd even op de onderste, ronde Home-knop (zie groene pijlen). Je hoort een camerageluid en de schermafdruk staat bij je foto’s.

iphone


Tagged with:
Apr 22

Vorige week heb ik een workshop/presentatie verzorgd bij de Belastingdienst, voor het Centrum voor kennis en communicatie. In het verleden heb ik daar  1,5 jaar als gedetacheerde gewerkt om e-Learning te implementeren. Tijdens de workshop ontstond een hele interessante discussie over het gebruik van nieuwe applicaties en de vraag of je dit semi-illegaal mocht gebruiken.

Presentatie over wiki’s
Het is een dankbaar onderwerp om naar wiki’s binnen leersituaties te kijken. Er zijn prachtige voorbeelden van de inzet van wiki’s, o.a. binnen de CIA (zie goed artikel hierover in Time). Het dwingt ook om na te denken over de rol van experts vs de newbies. Er ontstonden aardige discussies tijdens de workshop waarbij 1 vraag mijn interesse wekte.

Nu zelf gebruiken?
Veel deelnemers zagen de mogelijkheden om wiki’s te gebruiken voor interne kennisdeling of om in te zetten binnen leersituaties met cursisten. De vraag kwam wat er moest gebeuren als de IT afdeling pas laat zou kunnen inspringen op dit soort omgevingen. Wiki’s bleken gelukkig al gebruikt te worden. Maar de if-what discussie ging verder en werd interessanter.

Semi-illegaal of geduld hebben?
Wat moet je nu als je als onderwijskundige/trainer/docent/leerbelevingen ontwerper de waarde inziet van een nieuwe applicatie of methodiek en het is NIET mogelijk om die te gebruiken. Vanwege beleid, beveiliging, kosten of nog iets anders. Ga je dan buiten de officiële kanalen om zelf iets inzetten? Bijvoorbeeld een blog bij Google of een wiki bij Wikispaces? Of kies je ervoor om te wachten en alle formele barrières te slechten?

Zelf maak ik veel gebruik van niet officiële omgevingen. Niet alleen gebruik ik mindmapping en dat soort dingen maar ook Dropbox voor het opslaan en synchroniseren van bestanden. Ik betaal daar geld voor omdat ik vind dat het extra waarde heeft binnen mijn werksituatie. De opslag die ik daar heb vind ik niet voldoende handig georganiseerd.

Gevaar
Toch denk ik dat er ook gevaren zijn aan dit soort persoonlijke keuzes, ook al zijn ze belangrijk voor je werk of voor de dingen die je kunt doen met lerenden. Hoe zit het met de back-ups? Hoe zit het met de bescherming van de gegevens? Hoe zit het met de juridische kant t.a.v. privacy van gegevens van lerenden?

Wat doe jij/zou jij doen als je een bepaalde functionaliteit wilt gebruiken die je gratis of betaalbaar kunt gebruiken maar die niet of nog niet door je eigen organisatie wordt gefaciliteerd?


Tagged with:
Feb 20

eXe is een open source tool om webbased trainingen (WBT’s) mee te ontwikkelen. Zelf heb ik er redelijk wat modules mee gemaakt en exeafbeeldinghoewel het een eenvoudige tool is met de nodige beperkingen, biedt het toch mooie mogelijkheden.

Een aantal van de WBT’s die ik met eXe heb gemaakt vind je hier. eXe is ook nog eens voor verschillende besturingssystemen geschikt. Downloaden kun je o.a. op de site.

Sites

Behalve de officiële site zijn er ook in Nederland en België veel eXe enthousiastelingen die met eXe fantastisch mooie dingen maken en/of er over schrijven. Een bekende en mooie site met veel informatie vind je bij Willy Vermaelen.

Nu is er ook een nieuwe blog over eXe. De blogger is Johannes, die momenteel de post-HBO opleiding e-Learning van Fontys volgt waar ik als docent een rol speel. De blog van Johannes draagt de naam HeXeKring en hij is gestart met een groot aantal berichten. Overigens niet alleen over eXe maar ook over gerelateerde onderwerpen zoals open source omgeving Moodle, web2.0 technologie of contentsites. Ik heb in ieder geval al wat nieuwe ideeën opgedaan, zo las ik de tip om via het iDevice ‘Externe website’ gebruik te maken van Google docs zodat andere op een dynamische manier zelf content aan de WBT kunnen toevoegen. Handig!

Dit soort slimme tips en kritische kanttekeningen vind je dus op HeXeKring. Enjoy!

hexekring1

Tagged with:
Jan 14

Pas las ik een interessante blogpost van Freek Bijl over het feit dat het web niet meer gratis is en dat ereuro steeds meer online diensten geld kosten. Nu weet ik niet of dit klopt; zelf betaal ik veel voor online services maar bijna altijd is het mogelijk om ook gratis van deze diensten gebruik te maken.

Gratis of betaald?

Bijna alle diensten waar ik voor betaal kan ik ook gratis gebruiken. De redenen om toch voor een betaald account te kiezen zijn meerledig:

  • soms krijg je meer functionaliteiten tot je beschikking;
  • meestal heb je meer webruimte bij de betaalde variant;
  • soms heb je bij de gratis variant advertenties in beeld die verdwijnen als je betaalt.

Maar ik heb ook wel eens betaald omdat ik de software gewoon goed vond en de maker wil ondersteunen. En ik heb iets tegen illegale software, ik ben bereid te betalen voor een goed product met een goede service.

Wat kost dat nou?

Als ik kijk naar de online applicaties die ik betaal dan is het een aardig rijtje aan het worden:

software

Waard?

Zeker, elke applicatie heb ik eerst uitgeprobeerd en het zijn zeer goede producten met een goede ondersteuning. Ik gebruik alle applicaties ook dagelijks. Het zijn webbased applicaties en dit zorgt voor gemak. Zeker als je meerdere computers gebruikt zoals ik. Waarschijnlijk neem ik binnenkort nog meerdere betaalde online services af. Zo denk ik aan een betaald account voor Blip.tv (o.a. meerdere donwloadformaten) en wellicht nog een goed boekhoudprogramma. O ja, en ik koop ook heel soms wat minuten bij Skype.

Ik ben wel benieuwd of de wil om te betalen ook bij anderen aanwezig is, of kiezen jullie vaak voor de gratis variant (of voor offline applicaties)?

Links

Tagged with:
Dec 08

Als je op zoek bent naar een handige applicatie om online synchroon te vergaderen dan hoef je niet verder te zoeken: DimDim klaart de klus.

In het verleden heb ik vele omgevingen gebruikt, vooral commerciële applicaties zoals Centra en WebEx. Fijne applicaties die het mogelijk maken om met een groep in een soort virtueel klaslokaal te zitten. Meestal kun je audio erbij gebruiken en deel je presentaties, schrijf je samen op whiteboards en surf je tegelijkertijd over het web. Een mooie aanvulling op asynchrone tools zoals fora. Het zorgt voor een groepsgevoel, zo heb ik op die manier vaak cursisten om de beurt de projectvoortgang laten presenteren aan elkaar.

Alternatieven voor commerciële webconferencing tools
Bovengenoemde applicaties hebben wat nadelen. Tot voor kort moest je vaak een enorme hoeveelheid sessies kopen en was het een te dure grap als je af en toe in een opleiding of klantencontact zo’n sessie wilde organiseren. Daarnaast was het vaak nodig om specifieke clientsoftware te installeren op je computer en daar zat niet iedereen op te wachten.

Anderhalf jaar geleden heb ik een gratis alternatief gebruikt dat ontwikkeld is door de Open Universiteit in Engeland. Al eerder schreef ik een bericht over FlashMeeting.

Opnieuw heb ik nu een alternatief gevonden: DimDim. Vorige week voor het eerst gebruikt in een online bespreking met onze accountmanagers. Volgens de website is DimDim:

a free web conferencing service where you can share your desktop, show slides, collaborate, chat, talk and broadcast via webcam with absolutely no download required to host or attend meetings.

Mooi? Mooi!
Het is een zeer eenvoudig te gebruiken applicatie. Het is een open source product dus je kunt het op je eigen server zetten. Maar dit hoeft niet. Als organisator zet je binnen 5 minuten een sessie op nadat je een gratis account hebt aangemaakt. Dit kun je op een server kunt doen die al voor je klaarstaat en tot 20 deelnemers is het gratis. Je kunt video gebruiken, audio en je kunt zelfs de sessies opnemen zodat iedereen later nog eens de sessie kan bekijken.

Ook voor de deelnemers is het een erg gebruiksvriendelijke omgeving. Een systeemcheck wordt automatisch uitgevoerd en via de uitnodigingsmail log je zonder problemen in. Als organisator kun je allerlei functionaliteiten aan of uit zetten, op deze manier richt je een erg functionele omgeving in en dit zorgt voor duidelijkheid bij de gebruikers. Wil je meer gebruikers of wil je bijvoorbeeld het logo van je eigen organisatie gebruiken dan kun je (als je zelf niets op je server wil installeren) voor een DimDim Pro account gaan.

Niets meer te wensen?
Natuurlijk wel. De videokwaliteit is meer dan goed maar met de audio had ik nog wat moeite. Niet zozeer de kwaliteit maar wel de beperking in het aantal microfoons dat je tegelijktijd kan gebruiken: 3 of 4. Dit betekent dat je de hele tijd met een paar klikken de virtuele microfoon moet doorgeven. Ik vond dat een beetje onhandig als organisator. In de States kun je ook nog met een gratis (!) inbelnummer werken.

Voor de rest weinig meer om te wensen. Het werkt goed en prettig met alle browsers en het is snel op te zetten.

Kijk voor een volledige lijst met functionaliteiten (uitgelegd middels prima video’s) op de site. Een gratis account aanmaken doe je in 2 minuten hier. Als je eerst een overzicht en vergelijking wilt zien van verschillende webconferencing tools kun je het Wikipedia lemma raadplegen.

Is dit een bruikbare tool voor je? Graag hoor ik je mening!

Tagged with:
Oct 07

Graag kom ik in contact met jou om het uitgeven van digitaal lesmateriaal nu echt goed aan te pakken. Ben je leerkracht in het basisonderwijs en hebben jij en je klas zin om een echt verschil te maken? Doe dan mee met Noordhoff Uitgevers!

Klik dan op onderstaande afbeelding om naar mijn Glog (multimedia) poster te gaan! Daarna kun je mailen naar m.deleeuwe @ noordhoff.nl (haal even de spaties weg).

Tagged with:
Sep 29

Sinds Erwin Blom (voormalig hoofd van de afdeling Digitaal van de VPRO, van weblog Checklist en het bedrijf The Crowds) een tijd geleden bij Stoas een inspirerende presentatie over nieuwe media had gehouden is een aantal van mijn ex-collega’s aan het Twitteren geslagen. Twitter is een ‘microblogging tool’ waarmee je in 140 karakters vertelt wat je aan het doen bent. Je krijgt updates van mensen die je volgt (staan in een lijstje vergelijkbaar met vriendenlijst in MSN) en mensen krijgen jouw berichten. Als je geen idee hebt waar ik het over heb raad ik je aan om de duidelijke visuele uitleg van Common Craft te bekijken. Onder het interview met Erwin zie je de video.

Erwin Blom is de onbetwiste Twitterkoning met 1.949 mensen die hem volgen. Zelf volgt hij ook 1.715 mensen en heeft hij 33.332 berichten getypt.

Tijd om hem 5 vragen te stellen in het kader van een artikel over technologie en leren dat ik aan het schrijven ben.

Als jullie Erwin nog wil laten weten hoe je met technologie het leren leuker kan maken dan moet je even zijn vragenlijst invullen!

1. Hoe ziet jouw Twittergebruik er uit? Wanneer, hoe en hoe vaak Twitter je?

Twitteren is voor mij een vast onderdeel van mijn dag. Ik vertel veel en vaak in korte teksten wat ik meemaak, wat me opvalt, wat ik leuk vind, wat me kwaad maakt. En natuurlijk is het voor mij belangrijk om dankzij Twitter contact te houden met mensen die ik aardig of boeiend
vind.

2. Wat heeft Twitter met leren te maken? Leer jij er iets van en zo ja wat en op welke manier?

Voor mij is Twitter communicatie, kennis en creativiteit. Ik leer veel van anderen doordat ze kennis en ideeën met me delen. Daarbij is het door de optelsom van mensen een grote verzameling van deskundigheid. Welke vraag ik ook stel: ik krijg waardevol antwoord.

3. Op welke manier heeft deze technologie je beïnvloed als professional?

Het heeft me enorm geïnspireerd. Het is mooi om dankzij Twitter altijd en overal creatieve en enthousiaste mensen bij de hand te hebben. Want ik Twitter zowel per computer als per mobiel.

4. Past Twitteren bij een bepaald soort mensen of een bepaalde houding?

Er zijn mensen die Twitter te open en openbaar vinden. Voor die mensen is er goed nieuws: er bestaan ook systemen waarmee je de kracht van Twitter kunt gebruiken in een gesloten omgeving; zodat alleen de mensen van wie jij het wilt lezen wat je schrijft.

5. Hoe zou Twitter kunnen worden ingezet bij het leren (in organisaties en onderwijs)?

Als Twitter voor mij waardevol is als manier van kennisdeling en creativiteit kan het dat ook in het onderwijs zijn. Waarom geen Twitterkanaal per klas of vak of project? Een manier om altijd en overal contact te kunnen hebben over de onderwerpen die je bezighouden! Een plek om vragen te stellen, antwoorden te krijgen, invallen te droppen, ideeën op te doen.

Maar zoals gezegd: het gaat mij niet om Twitter, het gaat om de essentie van Twitter: die kan ook door andere techniek geleverd worden.

Erwin, bedankt voor de medewerking! Denk jij dat Twitter relevant kan zijn voor leren? Heb je zelf goede of slechte ervaringen? Geef een reactie!

Uitleg Twitter door Common Craft:

Tagged with:
Sep 14

Er is een nieuwe online applicatie die wel eens heel bruikbaar kan zijn binnen leersituaties: Flowgram. Met deze applicatie kunt u informatiebronnen combineren, annoteren en delen en maakt u er als het ware een ketting van. Maar het is geen passief filmpje, op ieder moment kan de gebruiker bijvoorbeeld bladeren in de webpagina die getoond wordt.

Wat kun je er mee?
Als maker kun je:

  • bronnen achter elkaar plaatsen;
  • als bronnen kunnen sites, office-documenten, rss-feeds, foto’s en nieuwe pagina’s gebruikt worden;
  • bij elke bron audio inspreken;
  • multimedia elementen bij de bronnen zetten;
  • transities tussen bronnen instellen;
  • publiceren (kunt ook privé houden);
  • embedden in een blog.

Werkt het?
Ja, het werkt goed. Het is eenvoudig in gebruik (wel even een account aanmaken) en het uploaden van bestanden gaat erg snel. De audio voegt echt iets toe en het is fijn dat je ervoor kunt kiezen om het niet openbaar te maken. Het embedden in een blog werkt ook goed.

Zie voor een voorbeeld hieronder. Klik op de play-knop en vergroot het scherm (Pijl met Launch) zodat u het goed kunt zien.

Kijk ook eens op de website van Flowgram voor betere voorbeelden en probeer het zelf.

Dank aan Jane Hart (zie haar blog) voor de tip!

Tagged with:
preload preload preload