Nov 02

Sportieve start

De jetlag zorgde ervoor dat sommige Nederlandse deelnemers zondagmorgen al om 6.00 uur ‘s morgens een rondje in de sportzaal en zwembad erop hadden zitten. Na een ontbijt was de eerste sessie om 8.00 uur. Alfred Remmits heet de grote groep welkom en Nick van Dam (CLO van McKinsey en oprichter e-Learing for kids) neemt het woord om uit te leggen waarom Learning 2015 anders is dan andere conferenties. Hij noemt o.a. de gevarieerde aanpak en de zorg waarmee het programma wordt samengesteld. Je beleeft Learning erg intensief als deelnemer. Dat is ook mijn ervaring.

Performance First

bobBob Mosher (van APPLY Synergies) begint op een enthousiaste toon zijn verhaal. Hij schetst een situatie die iedereen kent. Onze klanten/lerenden vragen vaak om oplossing die ze zelf al bedacht hebben: x dagen training of een e-Learning module. Laten we stoppen met het beantwoorden van de vraag op die manier. Training kan waardevol en bruikbaar zijn maar het is niet automatisch de beste oplossing voor alle situaties. Bob geeft aan dat het belangrijk is om te ontwerpen vanuit performance en niet vanuit de content alleen.

De tools en formats zijn niet het startpunt maar volgen op de kern van de vraag. Wij ontwerpers zullen kritischer moeten kijken naar onze rol en welke waarde we leveren. Dat kan alleen als we diep in de vraag kijken.

Belangrijk volgens Elliott Masie

Elliott heeft in 30 minuten de belangrijkste ontwikkelingen binnen ons vakgebied geschetst. Volgens Elliott willen onze lerenden van nu:

  • niet iets leren wat ze al weten;
  • uitdaging binnen leren;
  • zelf invloed uitoefenen;
  • geen student zijn maar “high performance being”.

Elliott geeft aan dat onze lerenden betere ontwerpers zijn dan wij. Als voorbeeld noemt hij dat hij in China een key-note verzorgde en er 7 minuten voor de start achterkwam dat de organisatie vergeten was om een vertaler te regelen. Een dame uit het publiek kwam met de suggestie om een Wechat kanaal te gebruiken waarbij het publiek van 1000 mensen samen het verhaal van Masie vertaalden.

Vervolgens vertelt Elliott nog meer verhalen, over het feit dat we mensen weinig toelaten om fouten te laten maken, zeker binnen e-Learning. Altijd hobbelt iemand succesvol door een e-Learning module. Er is weinig uitdaging binnen de meeste e-Learning oplossingen. Het is nodig om op een nieuwe manier naar leren te kijken. Een mogelijke oplossing ziet Masie in het betrekken/inschakelen van mensen buiten leren. Die dus geen opleidingskundige/onderwijskundige etc. zijn. Misschien moeten we Learning zien als een fase in een carrière en niet als een carrière. Met andere woorden: geen learning professionals meer maar professionals die zich (tijdelijk) met learning bezig houden.

masie620

Drie thema’s zijn op dit moment de moeite waard om aandacht aan te besteden:

  1. User experience. De ervaring en beleving van de lerende staat centraal. We moeten denken als een bedrijf zoals Apple. Technologie is dienend/volgend/faciliterend.
  2. Simulatie. We leren door te proberen. De mogelijkheden hiervoor moeten worden geboden. Zoals Elliott het zegt: “We have to fail our way to success”.
  3. Machine Learning. Hiermee doelt hij niet op big data maar op systemen die ons in het leerproces slim ondersteunen. Zoals Amazon of Netflix ons ondersteunen. Zo zou een app bijvoorbeeld performance support kunnen bieden.

iBeacon experiment

Bij de inschrijving kon je deelnemen aan een experiment met iBeacons. Een device dat signalen kan uitzenden dat je met een smartphone kun opvangen. Hierbij ontving je een kleine clip waar je profiel met tags (onderwerpen die je interessant vindt) bevat. Als je dichtbij mensen loopt dan knippert de lampjes als iemand dezelfde interesse heeft. Vervolgens kun je via de app zien wie dit is en wat er in het profiel staat. En je kunt direct contact opnemen. Elliott vroeg ons om het experiment mee uit te voeren. En zo samen te bepalen wat dit soort technologie kan betekenen voor leren.

ibeacons620

Met een aantal Nederlanders hebben we aan dit experiment meegedaan. Technisch ging er wat mis omdat je een paar keer opnieuw moest inloggen, dat was nogal omslachtig. Het nut lijkt beperkt, de lichtjes knipperden onophoudelijk (zodat je niet wist met wie je het beste contact kon opnemen). Ook werden mensen met dezelfde interesses die naast je zaten niet gevonden. Maar het is beter om hier snel achter te komen dan eerst te investeren. Het zet mij ook aan het denken hoe het dan wél zou kunnen werken en in welke context.

Dat is het aardige van Learning 2015: leren door verbindingen te leggen en te beleven en te experimenteren. Een mooi uitgangspunt dat veel mensen activeert!

Tagged with:
Sep 15

Welke videocamera en welke andere zaken heb je nodig als je zelf voor e-Learning wil gaan filmen? In deze blogpost zet ik de keuzes die je kunt maken op een rijtje. Er zijn nogal wat verschillende mogelijkheden die allemaal voor- en nadelen hebben. Ik bespreek nu enkel de hardware en niet de software die gebruikt kan worden.

Wat kun je kopen en wat heb je in het begin nodig?

Met video kun je het zo gek maken als je wilt, de meest aparte accessoires van uiteenlopende materialen zijn voorhanden. Afhankelijk van de soort filmpjes die je wil maken, maar ook van de context waarin je filmt (in een studio, buiten, in een fabriek, in de operatiezaal, op kantoor) en afhankelijk van het leerdoel en de toepassing maak je keuzes. Als basis zou ik denken aan:

  • Goede videocamera
  • Één of meerdere types microfoon
  • Statief

Als noodzakelijke extra’s zou ik een extra batterij en extra geheugenkaartjes willen noemen. En een goede tas, koffer of rugzak om alles op een veilige manier te vervoeren.

Optioneel, afhankelijk van je wensen, kun je denken aan bijvoorbeeld extra licht (studiolampen), een schouderstatief, een slider, en een green screen.

Kiezen voor goed geluid

Lerenden die video bij een e-Learning product kijken beoordelen de kwaliteit…..op het geluid! Een fout bij de belichting, de cameravoering of de witbalans is te vergeven maar bij onverstaanbare audio of een ruis haken kijkers af. Geluid is het belangrijkste en we beginnen de keuze voor een camera dan ook bij de keuze van geluid.

Er zijn verschillende types microfoons. Een ander onderscheid is de aansluiting van de microfoon op de camera. Er zijn twee belangrijke aansluitingen:

  • Een XLR-aansluiting (zie Wikipedia). Dit is een aansluiting die je ook tegenkomt in bijvoorbeeld zangtelefoons.
  • Een 3,5 mm jack aansluiting  (zie Wikipedia). Dit is een aansluiting die je ook tegenkomt bij je smartphone of hoofdtelefoon.
Twee veelgebruikte audio-aansluitingen.

Twee veelgebruikte audio-aansluitingen.

De XLR-aansluiting geeft je de hoogste kwaliteit audio. Met dat type heb je minder storingen en bijna alle professionele microfoons hebben ook die XLR-aansluiting. Als je dus gaat voor goede video begin je met microfoons met XLR-aansluiting én dus een videocamera die ook deze aansluiting heeft. Daar zit het verschil tussen de videocamera waarmee je vakantiebeelden schiet en de prosumer camera waarmee je kwalitatief goed beeld en geluid opneemt.

Kies je voor kwalitatief geluid, dan kies je voor een XLR-aansluiting en kom je uit bij een duurder type videocamera dat ook zo’n aansluiting heeft. 

Bij een consumentencamera kun je vaak wel een externe microfoon met 3,5 mm aansluiting gebruiken. Voor elk type camera geldt dat de ingebouwde microfoon NOOIT voldoende kwaliteit oplevert. Ook bij een videocamera van € 5.000 levert de ingebouwde microfoon geen acceptabele kwaliteit. Let er op dat je in ieder geval een externe microfoon kunt aansluiten!

  • Consumentencamera.

    Consumentencamera.

    Een consumenten video-camera vind je onder de € 1.000. Veel camera’s hebben de 3,5 mm audio-aansluiting. Voorbeelden hiervan zijn de Sony HDR-PJ810E, de JVC GZ-EX515BEU of de Canon LEGRIA HF G25. Deze camera’s hebben een groot gebruikersgemak. Je kunt er direct mee filmen en alle instellingen worden automatisch zo goed mogelijk gezet. Meestal heb je wat minder mogelijkheden om handmatig in te stellen. De controle over de instellingen is beperkt, bij moeilijke omstandigheden zoals een donkere trainingsruimte kan dit slechtere resultaten opleveren.

  • Prosumer camera.

    Prosumer camera.

    Een prosumer video-camera (of semi-professionele camera) met de mogelijkheid om een XLR microfoon aan te sluiten vind je vanaf € 1.500 en gaan tot € 6.000 en meer. Om de kwaliteit dan nog naar een hoger niveau te brengen zijn weer veel hogere investeringen (en competenties) nodig. Voorbeelden van zo’n camera zijn de Sony FDR-AX1E, de JVC GY-LS300CHE of de Canon XF200. Deze camera’s kun je ook handmatig helemaal instellen zoals je dat wilt. Je hebt overigens ook een automatische stand voor een groot gemak.

Voorbeeld camera met verwisselbare lens.

Een speciale variant van de laatste categorie is de video-camera waarmee je losse lenzen kunt gebruiken. De eerder genoemde camera’s hebben allemaal een vaste zoomlens. Dit is handig en praktisch. Camera’s met losse lenzen geven een wat filmischer beeld met bijvoorbeeld een grote scherpte-diepte werking (stuk van beeld bijvoorbeeld de achtergrond is dan vaag/onscherp). Een voorbeeld hiervan is de Canon C100 Mark II. Dit zijn overigens vaak dezelfde lenzen die je ook met je spiegelreflex fotocamera gebruikt.

Welk type microfoon is nodig?

Voor elke situatie is er een bepaald type microfoon het best geschikt. Je neemt bijna altijd met twee microfoons tegelijk het geluid op. De drie relevantste microfoontypes bespreek ik hier. De genoemde voorbeelden zijn voorzien van XLR aansluitingen maar je kunt ook als je camera hier niet mee uit de voeten kan varianten vinden met een 3,5 mm aansluiting of met een verloopplug gaan werken.

  1. Richtmicrofoon op een boompole/hengel gemaakt.

    Richtmicrofoon op een boompole/hengel gemaakt.

    De richtmicrofoon. Deze microfoon klem je vaak in een speciale klem bovenop je camera. Hij kan het geluid van vooral de voorkant opnemen en kan ook nog heel wat meters overbruggen. Deze microfoon is geschikt als je een gesprek in een groep vastlegt waarbij veel verschillende mensen spreken. Ook bij het vastleggen van een training of college kun je deze microfoon gebruiken, hierbij mag de afstand niet te groot zijn. Een richtmicrofoon kan ook worden gebruikt op een boompole/hengel zodat je gericht tussen een paar gesprekspartners het geluid kan opnemen.

  2. Dasspeld microfoon

    Dasspeld microfoon

    De dasspeld microfoon. Hiermee klem je de microfoon op de kleding van de persoon die je filmt. Alleen de stem van die persoon wordt opgenomen. Het omgevingsgeluid is nauwelijks of niet hoorbaar. Deze microfoon is geschikt bij een interview met één of twee mensen of als iemand aan het woord is in een erg rumoerige omgeving zoals een congres. Vaak is het mooi als je het combineert met een andere microfoon omdat er geen omgevingsgeluid wordt opgenomen.

  3. Reporter microfoon

    Reporter microfoon

    De reporter microfoon. Dit is een microfoon die je in je hand houdt. Je ziet deze microfoon bijvoorbeeld bij interviews waarbij iemand een microfoon onder de neus geduwd krijgt. Je kunt meerdere personen bevragen op een snelle manier. Je kunt dit ook doen met een richtmicrofoon maar het geluid is bij de reporter microfoon wat beter en hij is handiger te hanteren. De microfoon pakt nog een beetje het omgevingsgeluid.

Microfoon met of zonder draad?

Draadloze dasspeld microfoon

Draadloze dasspeld microfoon

De meeste microfoons zijn met draad. Voordeel hiervan is dat de kans op storingen klein is, de kabel snel vervangen kan worden als ‘ie kapot is en microfoons met draad zijn veel beter te betalen. Voor een goede microfoon (van elk hierboven genoemde type) betaal je ongeveer € 200 – € 250. Als je een draadloze versie hebt van hetzelfde merk betaal je fors extra voor de zenders die je nodig hebt. Een voorbeeld van een dasspeld microfoon met zender is deze set van Sennheiser.

De kwaliteit hiervan is goed en ook de batterijen houden het erg lang uit. De ene zender maak je vast aan de broekriem, de andere ontvanger bevestig je aan je camera. Vervolgens sluit je dit weer aan met een XLR-aansluiting.

Een spiegelreflexcamera met videofunctionaliteit of een echte videocamera?

Spiegelreflexcamera met prima videomogelijkheden.

Spiegelreflexcamera met prima videomogelijkheden.

Veel mensen hebben al een hele goede spiegelreflex fotocamera, hier zit bij de types vanaf 2008 ook een videofunctie op. Het beeld (ook de video) van zo’n camera is heel erg goed. Je hebt prachtige scherpte-diepte verschillen en de kleuren etc. zijn ook vaak mooi. Het beeld is vaak mooier dan bij de gemiddelde videocamera. Met de verwisselbare lenzen kun je veel verschillende effecten hebben. Toch zitten er ook nadelen aan het filmen met een spiegelreflexcamera die het ingewikkelder maken voor jou als filmer. Het is moeilijker, minder gebruiksvriendelijk en omslachtiger om het goede resultaat te krijgen. De nadelen van filmen met een spiegelreflex camera:

  • Externe mic op spiegelreflex camera

    Externe mic op spiegelreflex camera

    Geluid
    De ingebouwde microfoon is nog slechter dan die van een videocamera. Niet bruikbaar. Bij een spiegelreflexcamera kun je geen XLR microfoon aansluiten. Een oplossing is de audio extern opnemen met bijvoorbeeld deze recorder. Dit is wel puzzelen bij de montage want dan moet je de audio synchroon krijgen met de video. Daarom klappen ze bij films met zo’n bord 😉  Een andere oplossing is het gebruiken van een externe microfoon die je met een 3,5 mm plug aansluit. Veel spiegelreflexcamera’s hebben hiervoor de mogelijkheid. Helaas is het vaak moeilijk om het geluid aan te passen. Bij een videocamera kun je bijvoorbeeld eenvoudig het volume aanpassen in de camera. Bij een fotocamera is dit zelden mogelijk. Ook kun je op een fotocamera niet visueel de geluidkwaliteit beoordelen. Bij een videocamera wel en zie je onder andere aan de meters of het geluid te hard is. Als het geluid te hard wordt opgenomen kun je dit ook niet meer corrigeren tijdens de montage.

  • Scherpstellen
    Bij het maken van een foto stel je scherp en je klikt. Bij het filmen van een beweging moet de camera heel vaak opnieuw scherp stellen. Dit is bij de meeste spiegelreflexcamera’s een traag, luidruchtig en niet al te handige bezigheid. Je ziet dit ook terug in het resultaat, in de film zie je dat de camera ‘zoekt’ om het object scherp te krijgen. Sommige camera’s zijn daar beter in dan andere, zo is deze Canon 70D voor een spiegelreflexcamera goed in het scherpstellen tijdens het filmen. Het blijft echter minder gebruiksvriendelijk dan bij een camera die gemaakt is om te filmen.
  • Opnametijd
    Spiegelreflexcamera’s hebben een ingebouwde limiet aan opnametijd. Bij de meeste camera’s is dit 29 minuten. Na 29 minuten vindt er een herstart plaats. Hierna kun je wederom een periode van 29 minuten opnemen. Dit is geen probleem als je alleen korte filmpjes maakt of de spiegelreflexcamera als tweede camera gebruikt maar als je bijvoorbeeld een hele les opneemt of een muziekconcert filmt dan kan het vervelend zijn.

Een ander voordeel van filmen met een spiegelreflexcamera is de vorm: je hebt een kleine camera die je gemakkelijk meeneemt. Deze camera’s zijn echter nooit zonder hulpstukken te gebruiken. Je neemt dus altijd een statief mee, een extra microfoon of opnamedevice, extra batterijen, etc. zodat je stiekem toch dit voordeel teniet doet.

Een statief geeft een goede basis

Driebenig statief met videokop.

Driebenig statief met videokop.

Een statief heb je als filmer heel hard nodig. Het meest gebruikte statief is een statief met 3 uitschuifbare poten. Pas op dat je het statief niet als sluitpost ziet en reken erop dat je tussen de € 300 en € 700 kwijt bent aan een goed statief. Met een slecht statief krijg je niet alleen slechtere beelden (schokkerig als je de camera bijvoorbeeld van links naar rechts beweegt) maar ook loop je de kans dat je kostbare camera valt.

Je kunt een statief kopen van een gangbaar materiaal zoals aluminium of van een licht en duurder materiaal zoals carbon. Dit heeft vooral met het gewicht te maken. Als je alleen in de klas filmt is het gewicht van je statief onbelangrijk maar als je veel op reis gaat dan kan het aantrekkelijk zijn om te kiezen voor een carbon statief. Je kiest dan ook een statief dat het kleinst is in ingeschoven toestand. Het draagvermogen van een statief geeft aan hoeveel gewicht je statief kan dragen. Een videocamera met eventueel aparte lenzen, een microfoon, etc. kan al vlug tussen de 1,5 en 4 kg wegen. Weeg even hoeveel je camera met alles erop en eraan weegt voordat je een statief koopt. Een bijzondere variant is het eenbeenstatief. Dat geeft weer andere mogelijkheden.

Een belangrijk deel van het statief is de kop. Dit is de bovenkant waar je de camera aan vastmaakt. Je schroeft een plaat vast aan je camera en vervolgens schuif of klik je de camera met die plaat vast in het statief. Soms zit bij de aanschaf van een statief al een kop erbij, soms moet je de kop er apart bijkopen. Er zijn twee veelvoorkomende uitvoeringen van een statiefkop:

  • Een balhoofd.

    Een balhoofd.

    Balhoofd

    Dit is een kop die veel wordt gebruikt voor fotografie. Het is een kleine statiefkop die door de bal met een hendel snel in alle richtingen is te bewegen. Voor fotografie is dit ideaal want je zet de camera snel vast en neemt de foto. Bij filmen laat je echter de camera niet altijd stil staan maar zult ook tijdens het filmen met de camera horizontaal of verticaal bewegen. Dit is met een balhoofd niet mogelijk omdat je dan alle kanten opgaat. Ook zijn balhoofden vaak wat kleiner en fragieler waardoor de soms zware videocamera moeilijk stabiel vast blijft zetten. Ze zijn meestal goed betaalbaar.

  • Videokop

    Videokop.

    Videokop.

    Een andere soort is de videokop. Deze kop is een stuk groter en heeft een lange en brede plaat die je aan de camera bevestigt en vervolgens in het statief schuift. Deze kop is speciaal gemaakt voor filmen. Dit is een zogenaamde fluid head. De beweging van links naar rechts of van boven naar beneden gaat heel geleidelijk en zonder schokken. De kwaliteit van een videokop zit hem vaak in de vloeiende beweging die je kunt maken. Hoe zwaarder en groter de kop, hoe vloeiender vaak de beweging. Een videokop kun je zowel verticaal als horizontaal vastzetten. Een waterpas zit er soms op zodat je daarmee je camera horizontaal kunt zetten.

Aanvullende tools

Je filmuitrusting kan groeien met je wensen, competenties en ervaring. Er is een groot aantal zaken te koop die specifieke resultaten mogelijk maken. Een kleine greep ter inspiratie:

  • Een green screen met statief.

    Een green screen met statief.

    Green screen
    Met een groen scherm kun je (net als de vroegere weermannen/vrouwen) een deel van het gefilmde beeld vervangen door iets anders. Dit kan een foto zijn, een animatie, een schermfilmpje, etc. Je filmt iemand voor het groene of blauwe scherm en in je montagesoftware vervang je alles wat groen is door iets anders. Je plakt er als het ware een achtergrond in. Het enige waar je op moet letten is dat je geen groene kleding aandoet. Een groen scherm kun je van stof of papier hebben, in rollen of in een gemakkelijk opvouwbare versie die je op locatie neerzet. Een green screen hang je op of zet je op speciale statieven.

  • Schouderstatief.

    Schouderstatief.

    Schouderstatief
    Een bijzonder statief voor zowel een spiegelreflex- als videocamera. Je klikt ook hier een plaat op je camera. Een schouderstatief stelt je in staat om redelijk stabiel te filmen vanuit de hand. Dit is erg prettig als je vaak de camera verplaatst, dit is met een gewoon statief tijdrovend omdat je dat statief steeds waterpas moet zetten en uit moet klappen. Het schouderstatief zorgt ervoor dat je de camera gedurende langere tijd stabiel kunt vasthouden zonder erg moe te worden. Om je te ontlasten is het mogelijk om een contragewicht aan je schouderkant te hangen. Het gewicht van de camera aan de voorkant wordt dan gecompenseerd.

  • Twee studiolampen.

    Twee studiolampen.

    Extra licht
    Soms is het licht als je binnen filmt niet voldoende en voegt je camera ruis toe om het geheel nog zichtbaar te maken. Hoe goedkoper de camera, hoe meer licht je vaak nodig hebt voor een goed beeld. Dan is het belangrijk om studiolampen erbij te plaatsen waardoor je een mooi uitgelicht geheel krijgt. Voor sommige toepassingen is het essentieel om extra te belichten. Bij bijvoorbeeld een green screen moet je extra belichten met twee of drie studiolampen anders krijg je geen egale kleur groen en wordt dat deel niet 100% transparant.

Wat heb ik zelf?

Het mooie aan nu videocamera’s etc. kopen is dat voor relatief klein budget een hoge kwaliteit apparatuur te krijgen is waarmee je fantastische resultaten kunt bereiken. Video is een manier om goede content op een snelle manier te maken.

Ikzelf werk heel graag met onderstaande apparatuur dus als je daarover nog specifieke vragen hebt dan kan ik ze waarschijnlijk beantwoorden.

Over al deze spullen ben ik uitermate tevreden. Ze maken niet de kwaliteit maar bepalen wel het gemak en het plezier.

Mocht je nog vragen of aanvullingen hebben: ze zijn van harte welkom in de reacties. Ik ben benieuwd naar jouw keuzes.

Tagged with:
Sep 04

Aan Gamification kleven soms te rooskleurige verwachtingen. Als ontwerper en hoofddocent van het interne Rabobank leertraject ‘Innoveren in alles wat we doen’ had ik de kans om gamification toe te passen in een nieuwe uitvoering. Hierbij was sprake van een wereldwijde primeur: open source gamification platform mambo werd geïntegreerd met open source leeromgeving Moodle.

Nieuw element bij opleiding ‘Innoveren in alles wat we doen

BadgeInnovereninalleswatwedoenIn een eerdere blogpost beschreef ik het ontwerp en het leerproces van dit Rabobank leertraject over innovatie. Als ontwerper en hoofddocent wil ik ook innoveren bij elke nieuwe uitvoering. Tijdens het voorbereiden van deze uitvoering kwam ik in contact met Maarten Molenaar (zie LinkedIn profiel). Maarten was tot vorige maand ‘Lead Gamification & Service Design’ binnen de Rabobank en zocht een project om een nieuw gamification platform uit te testen. Dit leertraject bood een mooi kans. Ik merkte al direct dat de optimistische maar ook kritische invalshoek van Maarten paste bij de kritische blik die ik heb op gamification (zie uitleg over gamification op Wikipedia). Volgens mij werkt gamification niet als de methodiek als ‘trucje’ ingezet wordt om saaie processen op te leuken en mensen enkel extrinsiek te prikkelen en te motiveren. Voor mijn gevoel ligt er wel een kans bij een goed ontwerp met gevoel voor de doelgroep en (leer)doelen.

Didactisch ontwerp op hoofdlijnen

Zoals gezegd heb ik eerder uitgebreid beschreven hoe we dit leertraject ontworpen hebben. Voor nu is het volgende belangrijk:

  • Deelnemers hebben een diverse achtergrond en werkveld binnen de Rabobank (IT, HR, etc.).
  • Iedere deelnemer brengt een eigen idee in en werkt dit idee gedurende het hele traject uit. Uiteindelijk wordt een pitch verzorgd.
  • Leerproces is blend van online/offline/F2F, individueel leren/samen werken, synchrone en asynchrone activiteiten, digitale en papieren bronnen, etc.
  • Deelnemers bepalen zelf op welke manier ze leren, de opdrachten en deliverables staan wel vast. Producten die deelnemers bijvoorbeeld opleveren zijn een ingevuld Business Model Canvas, een pitch, een MVP (soort prototype, zie Wikipedia). Deze resultaten worden ook gedeeld en hierbij is peer-feedback een vast onderdeel van het leerproces.
  • Deelnemers zijn niet enkel lerenden maar ze delen allemaal ook hun kennis over een zelf te kiezen innovatie-onderwerp door een presentatie, webinar, coachingsessie etc.

Op hoofdlijnen ziet het ontwerp er zo uit:

innoveren

Er zijn 4 bijeenkomsten geweest:

  • een dagdeel een kick-off met kennismaking en eerste activiteiten;
  • een dagdeel pitches waarin deelnemers hun innovatie presenteren aan een jury;
  • twee 24-uurssessies waarin deelnemers intensief leren aan de hand van concrete opdrachten.

Gebruikte systemen

Als online leeromgeving gebruikten we een redelijk standaard ingerichte Moodle-omgeving. Hierin werd heel intensief gewerkt, ook op de momenten dat we fysiek bij elkaar waren. En we organiseerden webinars waarbij Adobe Connect gebruikt werd. Tussen deze systemen was geen koppeling aanwezig.

Voor de gamificationfunctionaliteit hebben we gebruik gemaakt van het open source gamification platform Mambo. Dit systeem werd via API’s versmolten met de leeromgeving. De functionaliteiten van Mambo werden via widgets beschikbaar gesteld binnen Moodle. Gebruikers hebben niet in het Mambo systeem gewerkt. Communicatie tussen Moodle en Mambo was onzichtbaar. Vanuit Moodle werd bijvoorbeeld in Mambo geregistreerd als iemand een opdracht had afgerond en vanuit Mambo werden dan extra punten toegekend of veranderde iemands positie in de ranking. In Mambo stonden de game regels en de monitoring, in Moodle stonden de activiteiten van de lerenden en data.

moodle_mambo

Gamification Design proces bepaalt het succes

Het ontwerp moet niet starten bij de technische en functionele mogelijkheden van de systemen. Natuurlijk hebben we in een vroeg stadium virtueel overlegd over dit experiment. Arnout Vree van Avetica zorgde voor de technische en functionele integratie in de door Avetica gehoste omgeving, de directeur van Mambo heeft alles uitgelegd aan ons en het platform beschikbaar gesteld, Maarten Molenaar van de Rabobank heeft ons meegenomen in het ontwerpproces en heeft met Arnout samen allerlei zaken in Mambo geregeld. Als ontwerper en hoofddocent heb ik meegedacht in het hele proces en ik heb de hele Moodle omgeving ingericht.

We hebben als team de onderstaande 6 stappen van Werbach gevolgd om tot een goed resultaat te komen:

stappen

Gamification Design model van Kevin Werbach

Bij de eerste stap waren de doelstellingen o.a.:

  • Gebruikers betrekken bij het leerproces (ook buiten de F2F momenten om).
  • Interactie tussen deelnemers in de Moodle omgeving stimuleren.
  • Technische en functionele mogelijkheden van het Mambo platform toetsen.

Bij de tweede stap bepaalden we het gewenste gedrag van de innovator in een werksituatie. Dit werd direct vertaald naar gewenst gedrag in het leertraject.

De derde stap bestond uit motivatie onderzoek. Wat drijft en stimuleert de deelnemer aan de opleiding? Hiervoor hebben we gekeken naar evaluaties en ervaringen van eerdere uitvoeringen van dit leertraject en bij deze stap hebben we met een aantal Rabobank mensen flink gebrainstormd. Ook hebben we gekeken wat het leren stoort en belemmert binnen dit traject.

In de vierde stap hebben we hele lange lijsten gemaakt met alle leeractiviteiten. De activiteiten waren zo klein mogelijk gedefinieerd en op dit niveau konden de activiteiten gescoord worden. De leeractiviteiten werden zowel in Mambo als in Moodle verwerkt.

Bij de vijfde stap selecteerden we de game elementen. Hier heb je het over zaken als de punten, levels, achievements, badges en leaderboards en de relatie met de leeractiviteiten uit stap 4.

Bij stap zes hebben we het geheel geïmplementeerd. We hebben de activiteiten opgevoerd in Moodle, de technische koppeling gerealiseerd tussen Mambo en Moodle, grafische elementen ontworpen en uitleg verzorgd aan deelnemers.

Hoe zag het er uit in Moodle?

In Moodle zag je als gebruiker de specifieke onderdelen die uit Mambo kwamen:

De hoofdpagina in Moodle

De hoofdpagina in Moodle

  1. Gebruikers konden de gamification profielpagina bekeken (HTML pagina in Moodle) met daarin een overzicht met alle achievements. Dit waren dan alle levels, missies en zaken die je bereikt had. Dit geeft een goed overzicht van de voortgang.
  2. points

    Je ziet welke opdrachten je kunt maken en hoeveel punten je daarvoor krijgt.

    Bij het (HTML) blok werd je huidige level getoond. Als je met je muis erover heen bewoog kon je doorklikken naar de zaken die je al hebt gehaald of die je nog moest doen. Dit is dan weer de profielpagina van 1. Als je wilt weten hoe je punten kunt halen zie je dit venster verschijnen –>

  3. In de Innovation Leaders zag je wie op dat moment de meeste punten hadden verdiend. Achter de profielfoto, naam en de behaalde punten zie je ook nog een ronde foto van een innovator staan. Bij elk level hoorde een andere wereldberoemde innovator.

Gamification werkt voor de deelnemers! Maar….

Het belangrijkste resultaat voor ons was het merkbare effect bij deelnemers. Sommigen gaven aan dat ze extra gemotiveerd waren door de gamification elementen. Anderen waren zichtbaar bezig met de punten en opdrachten. Het werkte. Wel is het verschil en effect niet wereldschokkend. Je kunt met de gamificationprocessen niemand betrokken krijgen die helemaal niet betrokken is. Wel kun je mensen extra prikkelen. Naast alle activerende werkvormen is dit een extra didactisch gereedschap dat je als docent kunt gebruiken.

Een ander belangrijk voordeel zag ik in het overzicht van het leerproces voor de lerenden. Moodle wordt naar mijn mening al snel een warboel met ontzettend veel leeractiviteiten en  bronnen. Door de Mambo overzichten was het precies duidelijk welke activiteiten al afgerond waren en wat er nog moest gebeuren om weer een stap verder te komen.

Belangrijk voor mij als ontwerper en hoofddocent is de aandacht die je aan gamification moet besteden. Tijdens het ontwerpproces moet je erg goed nadenken over de situatie en motivatie van de deelnemers en de businessdoelen die je met het leertraject wilt bereiken. Dit is een belangrijk voordeel. In het leertraject heb ik vervolgens vaak aandacht besteed aan de gamification processen. Zo liet ik tijdens de 24-uurssessie zien wie er bovenaan stond en wat ze konden doen om dit te veranderen. Hierdoor werd het 1 geheel en werkte het echt als prikkeling.

Ik ben heel blij met het proces en het resultaat. Arnout van Avetica heeft prima alles technisch werkend gemaakt, Maarten zorgde voor de juiste ontwerpbeslissingen en het platform (Moodle+Mambo) werkte voor mij als docent en voor de deelnemers foutloos.

Zou gamification ook voor jou of jouw lerenden kunnen werken? Reacties zijn van harte welkom!

Wil je nog meer weten?

Op maandag 31 augustus hebben we voor Ned-Moove een webinar verzorgd over dit leertraject. Je kunt de opname hier terugkijken:

Tagged with:
Jun 28

De Fontys post hbo-opleiding e-Learning 2012-2013 is onlangs afgerond. Een aantal van de werkstukken worden na de zomervakantie gedeeld. Behalve een papieren certificaat van Fontys hebben de geslaagde deelnemers een Open Badge ontvangen. In deze blogpost leg ik hier iets meer over uit.

Over het open source initiatief Open Badges van Mozilla schreef ik al eerder een blogpost. Ik denk dat deze ontwikkeling samen met Tin Can onze manier waarop we met e-Learning omgaan echt verandert.

Moodle 2.5 biedt Open Badge functionaliteit

BadgeFontys2013Sinds versie 2.5 kan Moodle zowel Open Badges ‘uitgeven/toekennen’ als een verzamelplek vormen voor badges die buiten Moodle worden toegekend aan deelnemers. Deze badges kan iedere gebruiker ook downloaden en op een andere plek neerzetten zoals backpack van Mozilla. Aan de grafische badges zit ook de metadata vast zoals de naam van de toekenner en de criteria waaraan de ontvanger heeft voldaan.

De stappen voor het maken, toekennen en ontvangen van een open badge worden hieronder toegelicht. Ik heb het via Moodle gedaan maar als je een open badge via een ander platform uitlevert is het principe hetzelfde.

1. Maken van een open badge

Het maken van een badge kan met ieder grafisch pakket. Ik heb het gedaan via een gratis te gebruiken website voor het maken van badges, zie Openbadges.me. Je hebt verschillende grafische elementen tot je beschikking die je kunt aanpassen. Daarna download je het grafische bestand.

_OB2_620

Schermafdruk Openbadges.me om een grafische badge te maken.

2. Opnemen van een open badge in Moodle

Binnen Moodle upload je de open badges en vult de details in. Je vult o.a. in:

  • Naam
  • Omschrijving (vaak van de leeractiviteit)
  • Naam van uitgever
  • Mail van uitgever
  • Houdbaarheidsdatum (badges kunnen verlopen op bepaalde datum of x dagen na uitreiking)
  • Criteria uitgifte (wie mag het uitgeven en als je geautomatiseerd uitlevert dan geef je op waaraan moet worden voldaan)
  • Bericht dat naar de ontvangers wordt gestuurd

_ob3_620

Plek in Moodle waar je alle metadata invult en de criteria waaraan moet worden voldaan om de badge te verdienen.

3. Toekennen van open badge aan deelnemers

Deelnemers kun je koppelen aan badges op een gautomatiseerde manier binnen Moodle of handmatig. Je kunt geautomatiseerd een badge toekennen door aan te geven dat deelnemers een badge ontvangen als ze een activiteit of een cursus voltooien. Handmatig kan ook, dan voeg je uit de deelnemers van een cursus de mensen toe die de badge moeten ontvangen.

4. Deelnemers ontvangen de open badge

Deelnemers ontvangen een mail zodra de open badges is toegekend. Ze kunnen vanuit de mail doorklikken en de badge is ook direct zichtbaar binnen de Moodle leeromgeving.

_ob1_620

Mail die deelnemer ontvangt met de open badge.

5. Bekijken van de open badge

_ob4_150Binnen de Moodle omgeving kun je een blok aanmaken waardoor deelnemers direct op de cursuspagina al hun laatste open badges zien. Het blok kun je minimaal configureren maar natuurlijk neerzetten waar je wil. Als je doorklikt op de badge vanuit het blok of vanuit een link in de e-mail dan zie je de pagina met metadata. Op die plek kan een deelnemer ook de badge downloaden. Niet alleen het grafische bestand wordt dan gedownload maar ook de bijbehorende metadata. Dit bestand kan weer worden neergezet op andere plekken waaronder Mozilla Backpack.

_ob5_620

Weergave details van open badge in Moodle

6. Uploaden van open badge in Mozilla Backpack

Als deelnemers niet alleen hun badge willen tonen in hun leeromgeving maar ook op een andere plek dan kan de badge daar geupload worden. Hiervoor maak je een gratis account aan bij Mozilla Backpack. Vervolgens upload je de open badge en alle metadata etc. wordt getoond. Een bezoeker kan doorklikken en ziet dan alle gegevens als jij de badge deelt.

_ob6_620

Open badges is geupload in Mozilla backpack en kan worden gedeeld 

 

Tagged with:
Feb 09

_________burn.pngEr was een tijd dat je onderwijs genoot en dat je daarna bij een baas ging werken en niet meer met je ontwikkeling bezig was. Althans niet buiten de paar trainingen en opleidingen door die je van je baas ontving gedurende je loopbaan.

Kennis en vaardigheid bederven snel

Nu zie we dat dit niet meer het geval is. De professional van nu (ongeacht het niveau van werk) heeft te maken met een snel veranderend vakgebied. De inhoud, regelgeving, organisatie, businessmodellen: niets blijft lang hetzelfde.

Prof. Dr. Andries de Grip (zie zijn publicaties) geeft aan dat de halfwaardetijd van kennis van een geschoolde medewerker was:

  • 1940: 12 jaar
  • 1970: 7 jaar
  • 2010: 3 jaar

Halfwaardetijd van diploma’s?

Met het behalen van een diploma van een onderwijsinstelling laat je niet alleen zien dat je kennis hebt opgedaan maar ook je vaardigheden en houding zijn ook opgewaardeerd. Maar toch….een diploma is onvoldoende om gedurende je loopbaan te laten zien wat je kunt.

Alternatieven

Jaren geleden waren er al initiatieven om je kennis en kunde inzichtelijk te maken. In de vorm van portfolio’s werd het eigenaarschap van ontwikkeling en inzicht erin bij de professional neergelegd. Binnen e-Learning zag je projecten ontstaan zoals e-Portfolio van Kennisnet.

Kennisnet definieert e-Portfolio:

“Een e-portfolio, of elektronisch portfolio, is een verzameling van doelgericht bij elkaar gebrachte elektronische gegevens en documenten (bestanden), die worden beheerd door het lerende/werkende individu.”

Systemen zoals het open source portfolio Mahara werden steeds vaker gebruikt. Zelfs een koppeling tussen leeromgevingen en e-Portfolio was vaak mogelijk. Zo kon een lerende een activiteit die binnen de leeromgeving was vastgelegd exporteren naar zijn/haar portfolio. Mahara kent bijvoorbeeld een goede integratie met open source leeromgeving Moodle: Mahoodle.

Implementaties van e-Portfolio vond en vind ik nog wel een pittige zaak. Je vraagt best veel van de professional. Die maakt steeds een afweging of hij iets wil opnemen in zijn portfolio. En hoe groot of hoe klein mag of moet dit zijn. Soms is dit moeilijk te beoordelen.

Open badges

__openbadge2_1Een hele nieuwe ontwikkeling vormen initiatieven zoals Open Badges. Een badge is een grafisch icoon zoals je die ook ziet bij games of social media sites. Het geeft aan dat je iets bereikt hebt.

Een Open Badges is echter iets meer dan dat. Een Open Badges heeft metadata die aangeeft waar, waarvoor, wanneer etc. de badges is uitgegeven. Mozilla heeft een project opgestart dat Open Badges heet, zie de Mozilla Open Badges website. Er zijn nog enkele initiatieven meer maar dit is de belangrijkste.

Wat kun je met Open Badges?

Een Open Badge kun je zien als een erkenning van verworven kennis of vaardigheden. Een organisatie kan de Open Badges uitgeven. Bijvoorbeeld MIT gebruikt Open Badges als studenten een cursus hebben afgerond. Op die manier kun je een verzameling badges zien als een reisverslag van formele leertrajecten. Dat kan ook een MOOC zijn of een lezing die je bijwoont. Of een coach in je organisatie die je een badge uitreikt voor een geslaagde proeve van bekwaamheid.

Bij Mozilla verzamel je de badges in een badge backpack en vervolgens kun je ze delen.

Hieronder staat een duidelijke grafische uitleg:

openbadges

Kansen en bedreigingen

Ik denk dat in een complexe en snel veranderende wereld het verdienen van Open Badges waardevol kan zijn om een indicatie te geven van wat je hebt bereikt. Het is een mooie aanvulling van je CV en andere uitingen van je professionele ontwikkeling zoals een blog of presentaties op SlideShare.

De grootste bedreiging is dat een organisatie een badge te vlug uitreikt. Hoewel de metadata laat zien wat het waard is zijn er nu al onderwijsinstellingen die een Open Badges uitreiken op een congres als iemand 10 tweets heeft verstuurd. Op die manier ondergraven we het concept.

Ook is het eenvoudiger om binnen formele leersituaties met Open Badges om te gaan. Het hele informele leren is moeilijker om inzichtelijk te maken op deze manier.

Maar Open Badges hebben veel potentie en kunnen geïntegreerd worden met websites, LinkedIn of Facebook profielen maar ook met leeromgevingen en e-Portfolio systemen. Het vraagt om een andere manier van denken.

Kunt u wat met Open Badges binnen uw organisatie?

Tagged with:
Dec 22

Mozilla Popcorn Maker

_popcorn1Mozilla heeft een online open source tool uitgebracht om extra informatie aan te brengen in video’s. Mozilla is de organisatie bekend van de open source browser FireFox. Zelf zeggen ze over Popcorn Maker:

Popcorn Maker makes it easy to enhance, remix and share web video. Use your web browser to combine video and audio with content from the rest of the web — from text, links and maps to pictures and live feeds.

Anders gezegd: je kunt standaard webfunctionaliteit toevoegen aan je video. Dit wordt dan in een extra laag bovenop de video geplaatst. Dat kan een artikel uit Wikipedia zijn, een popup met tekst, een Google map of een link.

Voorbeeld van verrijkte video

Hoe werkt het?

Je werkt in een online omgeving. Hier kun je gratis inloggen. Vervolgens doorloop je 4 stappen:

  1. Je opent de Popcorn Maker.
  2. Je ‘leest’ een video in met behulp van een link (YouTube, Vimeo, Soundcloud of HTML5)
  3. Je verrijkt de video met behulp van een editor.
  4. Je deelt de video m.b.v. een embed code.

_popcorn2

In stap 2 geef je aan welke video je als basis wil gebruiken.

De editor is een erg duidelijke en eenvoudige omgeving om alle extra’s toe te voegen. Mensen die video bewerken herkennen de verschillende gedeeltes van het scherm. Zo werkt de editor ook met verschillende tracks waarin je de extra informatie kunt plaatsen en waarmee je bijvoorbeeld de lengte van de fragmenten kunt aanpassen.

_popcorn23

In stap 3 voeg je elementen toe aan je video en bewerk je de fragmenten in de editor.

Tenslotte deel je de video door de code te embedden. De verrijkte video draait nog steeds vanuit de bronvideo op Youtube of Vimeo maar de extra laag wordt vanuit Mozilla getoond. De video maak je zichtbaar door de code in je intranet, leeromgeving of blog te plaatsen.

_popcorn4

In stap 4 deel je de video.

Wat hebben we hier aan?

Video wordt binnen e-Learning steeds belangrijker. Als instructiemiddel, als middel om snel krachtige e-Learning te maken, in concepten als flipped classroom en nog veel meer. Initiatieven als dit verrijken video en maken het interactiever. We kennen al sites als Movietrader waar je meerkeuzevragen over je video kunt leggen en we kennen YouTube interactieve video (zie hier voor een educatief voorbeeld) maar Popcorn Maker is een mooie open source toepassing. Dit is pas de eerste versie na de beta en het belooft erg veel. Het rendement van video wordt in e-Learning alleen maar groter als we dit soort extra’s kunnen inzetten.

Probeer het direct zelf: Mozilla Popcorn Maker. Mozilla biedt nog meer mooie toepassingen aan om websites te maken en te remixen. Zie de overzichtsite.

Welke mogelijkheden zie jij om dit soort verrijkte video te gebruiken binnen leren?

Tagged with:
Sep 20

Natuurlijk heb ik ook GIMP op mijn MacBook staan. Deze open source equivalent van PhotoShop biedt voor mij echter te veel functionaliteiten en vraagt teveel tijd om het goed te doorgronden. Als je op zoek bent naar een online editor waarmee je basishandelingen kunt uitvoeren met afbeeldingen dan is PicMonkey een prima alternatief. Beperkt maar krachtig.

PicMonkey is gemaakt door de ontwikkelaars van Picnik, een erg fijne editor. Deze editor is echter in 2010 gekocht door Google en is nu deels overgenomen in Google+. De site Picnik is dit jaar gesloten, zie voor uitleg hierover de site van Picnik. PicMonkey gebruik ik vooral veel als ik een aantal afbeeldingen verwerk in een leeromgeving of blogpost en ik wil ze een consistente look geven. Bijvoorbeeld wil ik dat alle afbeeldingen dezelfde afmetingen hebben en afgeronde hoeken met een schaduw. Dan is PicMonkey de snelste en eenvoudigste tool waarmee ik dit kan doen. Nu nog gratis te gebruiken maar het lijkt erop dat ze hetzelfde fremium model willen gaan invoeren dat Picnik ook had: een grote set aan functionaliteiten kun je gratis gebruiken en voor een beperkt jaarlijks bedrag kun je een rijkere set aan functionaliteiten gebruiken.

In de screencast laat ik een paar van de mogelijkheden zien. Welke tools gebruik je vooral voor dit soort klusjes?

 

Tagged with:
Feb 13

Vanuit het e-Learning Event en de BVLT worden de komende maanden gratis webinars verzorgd rondom verschillende e-Learning thema’s. De webinars die al zijn uitgezonden kunt u ook nog bekijken. Op deze site kan iedereen zich kosteloos inschrijven. Samen met David Dekker van Stoas ben ik op donderdag 9 februari naar de studio in Delft gegaan om een webinar te verzorgen. In deze blogpost vertel ik iets meer over deze manier van broadcasting die weer heel anders is dan de webinaromgevingen zoals Adobe Connect en DimDim (zie voor dit soort tools mijn eerdere blogpost).

Wat werd hier gebruikt?

We waren te gast in de studio van het bedrijf MediaMission op het TU terrein in Delft. Ze werken nauw samen met de TU en verzorgen o.a. bij veel onderwijsinstellingen het opnemen van colleges. Ook tijdens het e-Learning Event verzorgt MediaMission weer de registratie. Ze gebruiken hierbij het systeem Mediasite. Hiermee worden sessie opgenomen maar het zorgt tevens voor het beheer van alle opnames. Het kan o.a. automatisch teksten in presentaties doorzoekbaar maken en het kan gekoppeld worden aan roostersystemen zodat veel metadata over een opgenomen lezing/presentatie/college al direct worden toegevoegd aan het beeldmateriaal.

Wat is anders dan een traditioneel webinarsysteem?

Bij omgevingen zoals Adobe Connect en Webex heb je echt een virtueel klaslokaal met veel interactiemogelijkheden. Als deelnemer kun je je hand opsteken, polls beantwoorden, chatten met anderen, scherm laten zien aan anderen, jezelf laten zien en horen met een webcam etc. Het is een omgeving waarmee je met veel mensen communiceert.

Bij deze omgeving gaat het echt om uitzenden, broadcasting. Dit is een relatie van 1 naar veel. Dit wordt erg professioneel aangepakt met 2 goede, op afstand te richten camera’s, een rijk toegeruste studio met goed licht, prima microfoons en een serieuze begeleiding door 2 mensen. We zonden live uit en hebben eerst proefgedraaid. Er kunnen een paar verschillende players worden gekozen en de stream is ook op allerlei apparaten zoals een smartphone en tablet te bekijken. Als kijker heb je de mogelijkheid om een vraag te stellen (je vult dan een formulier in). Ook kan er worden gewerkt met een poll waarbij je een meerkeuzevraag voorlegt aan de kijkers. Het nadeel is dat er tot 30 seconden vertraging zit tussen de klik en de presentatie van het resultaat. Om die reden heb ik ervoor gekozen om dit niet te gebruiken.

Ik vond het lastiger dan de webinar sessie die ik normaal gesproken veel verzorg. Je hebt weinig mogelijkheden tot interactie en kijkt in zwarte gaten van de camera’s. Ik werk normaal met webcams waardoor ik ook de deelnemers zie en dan is het als presentator gemakkelijker om je verhaal te houden.

Conclusie

Zowel het systeem als het bedrijf zorgde ervoor dat ik een hele positieve ervaring had. Er zijn veel enthousiaste reacties gekomen dus de gedegen voorbereiding vanuit MediaMission heeft blijkbaar zijn vruchten afgeworpen. Je zet deze manier van uitzenden in bij een grotere groep waarbij je echt professioneel wil overkomen en de interactie van minder belang is. Door de beperkte interactiemogelijkheden is het minder eenvoudig (didactisch gezien) om zo’n sessie te verzorgen. Het vergt meer van de presentator en de tijd die je een sessie kunt laten duren is ook beperkter. Het is aan te raden om een duopresentatie te houden, dat maakt het geheel een stuk dynamischer.

Zie hieronder de opgenomen sessie, het gaat er in dit webinar over om het rendement van e-Learning zo groot mogelijk te maken. Hierbij is de insteek van David en mij vooral een onderwijskundige. U kunt het schermvullend klikken.

Met veel dank voor de fantastische grafische vormgeving van collega Douwe Harder en de inhoudelijke opzet van Peter Meerman.

 

Tagged with:
May 18

Een mock-up maken (interactieve demo/prototype van je ontwerp) van een iPad of iPod/iPhone app kun je prima doen met online of offline tools op je PC. Een paar van die tools heb ik al eens eerder besproken. Nu bespreek ik een app op de iPad waarmee je een interactieve mock-up kunt maken voor je iPhone of iPad. Er is een aantal apps die dit doen, zo is er iMockups for iPad (zie iTunes) waarmee je zelfs mock-ups van websites kunt maken en Blueprint (zie iTunes). Die laatste app gebruik ik.

Voor het ontwerp van een gewone website gebruik ik liever de online mock-up tools zoals MockFlow omdat het werken met de muis veel preciezer is en omdat het dan eenvoudig is om het ontwerp te delen. Tevens waardeer ik de schermruimte die ik op mijn MacBook Pro heb. Toch wat meer dan op de iPad.

Wat kun je met Blueprint?

Je maakt schermpagina’s aan (keuze uit iPhone of iPad schermformaat, en keuze uit staand of liggend) en die vul je vervolgens met schermelementen zoals navigatiebalken, knoppen, en ook inhoud zoals afbeeldingen of teksten. Vervolgens kun je delen van een scherm actief maken en laten verwijzen naar een volgende pagina. Je kunt veel verschillende soorten acties aan een schermelement koppelen. Zo kun je bijvoorbeeld een knop laten verwijzen naar een volgende pagina. Ook kun je aangeven dat er bij bijvoorbeeld een swipe naar links een nieuwe pagina getoond moet worden. Op het moment dat je het ontwerp wilt testen, speel je het af op je iPad en als ik dan op de knop druk of swipe gaat de app naar een nieuw scherm. Zo simuleer ik de werking van een echte app.

Hoe ziet het eruit?

In bovenstaande schermafdruk is te zien dat ik een liggend iPad scherm heb gemaakt. Ik heb een navigatiebalk onderaan geplaatst en tekst en een afbeelding daarboven. Aan de rechterkant staan alle schermelementen (Controls) die ik in kan zetten. Elk schermelement kan ik nog tot in detail aanpassen (kleur, grootte, gedrag) en zelfs kan ik nieuwe afbeeldingen op knoppen zetten.

Hier is het overzicht te zien van de verschillende pagina’s met daarbij de verbindingen. Een bestaande pagina kun je eenvoudig dupliceren en de links worden daarbij meegenomen.

Hierboven is te zien dat je aan objecten acties (Actions) kunt verbinden. De mogelijkheden zijn erg uitgebreid waardoor de app erg natuurgetrouw afspeelt.

Tenslotte hierboven de zelfde pagina waarbij een object is geselecteerd en het paneel Proporties wordt gebruikt. Je kunt tot op detail elk object qua grafische opmaak aanpassen inclusief alphawaarde (doorzichtigheid).

Plus- en minpunten

Bij het maken van een mock-up tool voor een iPad app zijn de belangrijkste voordelen van een mock-up app op de iPad t.o.v. een mock-up tool op de PC of in je browser:

  1. Je kopieert  eenvoudig screenshots van je iPad naar de app. Dit vind ik soms wel handig omdat je dan niet een hele pagina hoeft te maken. Ik heb dit o.a. gebruikt toen ik in mijn mock-up een agenda nodig had. Die kun je zelf gaan samenstellen uit de voorgedefinieerde objecten of je maakt een screenshot van een standaard agenda en gebruikt die.
  2. Het is erg handig en prettig om direct het resultaat te bekijken op je echte iPad i.p.v. op een gesimuleerde iPad op je laptop. Hiermee krijg je een beter gevoel of een bepaalde volgorde van handelen of indeling op een pagina prettig is.

De pluspunten:

  • snelheid is goed;
  • leercurve is betrekkelijk kort;
  • het tonen van resultaat (inclusief swipe bewegingen en effecten) werkt erg prettig en bootst de echte app goed na;
  • erg veel instelmogelijkheden, vooral grafisch;
  • kunt in grafische lagen werken en deze goed ordenen;
  • plaatsen objecten gaat goed door magnetische hulplijnen;
  • validatieregels voorkomen dat een knop op een plek komt waar dit onmogelijk is in een echte app;
  • dupliceren van een pagina werkt perfect;
  • lite versie is voldoende uitgebreid om een goede indruk te krijgen;
  • export naar PDF werkt goed, gratis viewer is fijn om ontwerp te delen met collega’s en klanten.

De minpunten:

  • door aanraakmethodiek is het moeilijk om objecten precies goed te positioneren, hier mis je het precieze van een muis;
  • een export naar klikbare demo die op web te delen is zou erg welkom zijn. Nu is het lastig met viewer of statische pdf;
  • samenwerking met Dropbox zou handig zijn;
  • er is geen helpfunctie en de uitlegfilmpjes op de site zijn maar matig van kwaliteit;
  • afbeeldingen die je plaatst zijn niet te roteren en alleen met grote stappen te schalen (25%, 50%, 75% etc.) of handmatig maar dat is niet handig met je vinger. Ook bijsnijden gaat niet.

Eindoordeel

Blueprint is een erg bruikbare en krachtige mock-up tool die ik graag gebruik. Natuurlijk zijn er nog wensen maar het doet wat het belooft te doen op een snelle, prettige manier. De mogelijkheden zijn erg uitgebreid terwijl de bediening niet erg complex is. De app is zijn geld voor mij zeker waard (momenteel kost de app 11,99 euro).

 

 

Tagged with:
Jan 02

Opleiding & Ontwikkeling is het vakblad voor HRD-professionals. In het decembernummer is een artikel van mij geplaatst over Moodle. Dit is een introductieartikel en voor iedereen die overweegt om de open source leeromgeving Moodle in te zetten wellicht interessant om te lezen.

De titel is ‘Hoe smaakt Moodle?‘ en in het artikel wordt ingegaan op de vraag wat Moodle is en wat Moodle kan betekenen voor u en uw organisatie. Er worden praktische voorbeelden en een aantal implementatietips gegeven. Er wordt duidelijk besproken wat de kenmerken zijn van open source software en de didactische mogelijkheden komen aan bod.

Download het artikel ‘Hoe smaakt Moodle?’ (PDF, 283 KB), reacties zijn altijd welkom!

Update: Op Moodlefacts.nl is een blogpost over dit artikel verschenen.

Tagged with:
preload preload preload