Oct 26

Direct om 8.00 uur werd door het format ‘Learning Lab’ direct iedereen geactiveerd. Deze sessie ging over het toepassen van Design Thinking bij het ontwerpen van innovatieve leerervaringen.

Elke sessie heeft een specifiek format waar de Masie organisatie zeer goed op let. Zo kun je kiezen voor het format ’39 ideas’ waar je brainstormt over een thema. Het format ‘Learning Stories’ is delen van een innovatie en het format ‘Learning Lab’ geeft deelnemers veel tijd om actief mee te doen. Het is echt een workshop. Tijdens dit event kies je dus niet enkel een onderwerp maar je kiest ook de didactische werkvorm die je aanspreekt.

Design Thinking: (inter)actie!

Twee dames van Accenture namen ons mee in een aantal stappen in het Design Thinking proces. Ze starten met mededeling dat er natuurlijk verschillende methodieken zijn (o.a. IDEO, zie ook hun speciale Design Thinking for Educators).

Na een korte uitleg zijn we in groepen per tafel aan het werk gegaan. De hoofdvraag is hoe we Learning 2016 beter kunnen maken. De volgende 4 stappen hebben we gezet gedurende een uur:

  1. Interview met lerenden. Hier was één persoon de interviewer, één persoon de geïnterviewde en de anderen schreven opmerkingen op briefjes. Drie soorten briefjes: positief, negatief, kansen. In deze stap moesten we achterhalen wat de lerende wil.
  2. Oplossingen maken en clusteren. Alle geeltjes werden opgeplakt. Vervolgens bedacht iedereen individueel oplossingen om ‘de lerende’ te helpen. Deze oplossingen werden geclusterd door de groep.
  3. Schetsen prototype. Nadat de groep de beste oplossing had gekozen, werd er op papier een prototype geschetst. Dit hoefde niet mooi te zijn maar moest het concept uitlegbaar en tastbaar maken.
  4. Presenteren en feedback geven. Twee tafels kwamen samen en na een korte presentatie van het prototype gaf de groep suggesties om het prototype beter te maken.

3_design

Een goed opgezette workshop waarbij duidelijk werd dat met een werkwijze als deze in hele korte tijd een mooi resultaat bereikt kan worden. Het zet mij aan om nog vaker Design Thinking methodieken in te zetten.

Experience API

Al jaren is er aandacht voor Tin Can API of Experience API. Iemand van OPM HR solutions (zie hun blog), een orgaan van de Amerikaanse overheid, gaf een inkijkje hoe zij het gebruiken. En met name gaf hij uitleg over een database waarin alle data wordt opgeslagen, de zogenaamde Learning Record Store (LRS).

Paar opmerkingen:

  • Learning Record Store (LRS) is een apart systeem maar kan wel gekoppeld worden aan een leeromgeving. Het is belangrijk om dit los te zien want met de data wil je ook andere dingen doen.
  • data komt van vele verschillende bronnen: vanuit een leeromgeving, van buiten de leeromgeving, vanuit HR systemen, etc.
  • interessant om job performance te combineren met learning data.
  • beveiliging en privacy zijn vanaf het begin erg belangrijk geweest.
  • de informatie is van de organisatie maar de lerenden mogen een kopie meenemen.

Je kunt overigens een LRS uitproberen via de ADL site. ADL is ook de organisatie achter Scorm.

3_lrs

Voor mijn gevoel is niet het verzamelen van data een probleem maar eerder het eigenaarschap en het effect dat het heeft. Als lerende moet ik een zinvol dashboard tot mijn beschikking hebben die mij inzichten verschaft. Zolang dat er niet is kunnen we verzamelen wat we willen maar blijft de waarde voor de lerende redelijk beperkt.

340 dagen in de ruimte

3_scottEen topspreker was astronaut Scott Kelly. Dit jaar teruggekeerd na 340 dagen in de ruimte. Interessant gegeven. Scott heeft ook nog een tweelingbroer en ze hebben de twee broers vergeleken om te kijken welk fysiek of ander effect zo’n lang ruimtebezoek heeft op een mens. Dat bleek nu in ieder geval niet meetbaar.

Hij gaf een inkijkje in de manier waarop je leeft en leert in zo’n periode in de ruimte. Ze leren een heleboel vaardigheden want ze moeten verschillende rollen combineren; van wetenschapper, monteur, tandarts tot elektriciën. In zijn vrije tijd maakte hij foto’s, schreef wat of keek films als Star Wars of Gravity. Tegenwoordig kun je wel contact hebben met het thuisfront. Mail wordt direct bezorgd en zelfs bellen is geen probleem. Hij vertelde het verhaal dat zijn dochter van 22 jaar hem belde met een urgente boodschap: ze logeerde ergens en voelde zich alleen.

Ten slotte mocht George Takei nog wat vragen. Die vroeg of Scott ook naar Star Trek had gekeken vroeger en die bevestigde dit. Er ontstond een surrealistisch gesprek tussen de twee ‘ruimtereizigers’.

Een activist en Star Trek bemanning

George Takei kreeg op een later moment nog de tijd om uitgebreid zijn verhaal te vertellen (zie ook zijn Engelstalig wikipedia lemma). Een hele boeiende persoonlijkheid die in zijn leven heel wat strijd geleverd heeft. Behalve acteur is hij vooral ook activist. Eerst kwam hij op voor Japanse Amerikanen die na de aanval op Pearl Harbor in gevangenenkampen werden gestopt. Omdat ze er anders uitzagen. Daarna voor kwam hij na lange tijd op voor de emancipatie van homo’s. Tijdens zijn verhaal kon je een speld horen vallen. Storytelling op zijn best. Mooie afsluiter van een intensieve maar mooie en leerzame dag!

3_george

Tagged with:
May 02

Vorige week was Fabrizio Cardinali op bezoek bij Stoas. Fabrizio is CEO van Guinti Labs en voorzitter van de ELIG. Hij was in Nederland voor een Stoas seminar over content management. Mijn collega Rens stelde hem wat vragen, ik filmde. Een verder videoverslag van het seminar (van mijn hand) volgt nog.

De vragen die we stelde aan Fabrizio Cardinali:

  1. What is your vision on nearby and future developments within the e-Learning field?
  2. How do you look at the trend of so-called ‘Rapid e-Learning’?
  3. Why should or shouldn’t you invest in learning content management?
  4. Can you give some examples when you advise not to use an LCMS?
  5. What is your opinion on open source and open source as a software development company?
  6. Implementing a solution like learn eXact Enterprise, is that extensive and complex process?

LCMS nuttig?

Ik vond het interview en het seminar erg interessant. Ik werd aan de ene kant kritischer op systemen als een Learning Content Management Systeem (LCMS), aan de andere kant vond ik het een inhoudelijk sterk verhaal met een goede onderbouwing en een levendige visie. Zie voor een introductie op een LCMS het Wikipedia artikel.

Mijn gevoel (en ook mijn ervaring) vertelt me dat de implementatie van een LCMS een erge complexe en omvangrijke operatie is die maar voor een klein deel van de e-Learning ontwikkelteams en organisaties relevant is. Een LCMS is een interessante en waardevolle optie als:

  • je als organisatie grote hoeveelheden e-Learning ontwikkelt;
  • je erg veel updates uitvoert;
  • je werkt met een grote groep ontwikkelaars;
  • je e-Learning content is opgedeeld in relatief kleine eenheden (discussie rondom RLO, zie ook dit artikel uit 2002);
  • je een grote mate van herbruikbaarheid van kleine eenheden van dit materiaal nastreeft en echt wil realiseren;
  • je de content in grote mate wil personaliseren (op groepsniveau of individueel niveau).

Met name dat laatste vind ik heel waardevol. Met een LCMS ben je goed in staat om te differentiëren op taal, voorkennis, multimediavorm, stijl, vormgeving op elk gewenst niveau. En om het dan nog krachtiger te maken kun je dit nog uitbreiden met een persoonlijk leerpad waarbij je aan de hand van voorkennis en competenties kleine leereenheden uitserveert naar de lerenden die precies passen bij zijn/haar leervraag. Hier kun je absoluut winst behalen, op alle fronten (rendement, financieel, ontwikkeltijd, onderhoud).

LCMS niet nuttig?

Zelf geloof ik veel minder in 2 voordelen die vaak genoemd worden bij een LCMS: herbruikbaarheid en multichannel uitleveren. Dat laatste betekent dat je inhoud bijvoorbeeld uitlevert op papier, op een computerscherm en via mobiele telefoons. Ik denk dat je vanuit didactisch oogpunt erg verschillend materiaal moet maken en dat je het ontwerp per device op hun specifieke kwaliteiten en kenmerken moet baseren. Ik geloof niet zo dat je met een systeem met 1 druk op de knop zoiets goed kunt doen. Brengt me bij mijn tweede punt; herbruikbaarheid. Theoretisch gezien is herbruikbaarheid mooi: minder kosten, veel consistentie. In 2000 heb ik al eens meegedaan met een Europees R&D project waar herbruikbaarheid belangrijk was. In de praktijk bleek dit moeilijk: goed metadateren kost veel tijd en kunde, vaak was het goedkoper om een leerobject opnieuw te maken. Mensen vonden het ook moeilijk om materiaal van een andere 1-op-1 te hergebruiken. Eigen materiaal maken had vaak de voorkeur.

Een essentiëler probleem vind ik liggen in de basisgedachte van een LCMS: de content wordt gemaakt door een groep experts/ontwikkelaars. Er is weinig ruimte voor ontwikkelingen zoals informeel leren en user generated content. Het zou mooi zijn als een LCMS bijvoorbeeld ook faciliteert dat de inhoud kan worden aangevuld door de gebruikers. Ik geloof niet dat content alleen gemaakt wordt door ontwikkelaars, zie ook mijn eerdere blogpost. Wat vinden jullie?

Nawoord/aanpassing:

Job heeft in de comments de onderstaande opmerking gemaakt. Ik denk dat de opmerking relevant is en wil graag hier in de post nog een reactie geven. Job zei:

Ben het niet helemaal eens met je bezwaar tegen multichannel. Ik denk ook niet dat het zinvol is om 1-op-1 content die ontwikkeld is voor pc over te zetten naar mobiel. Wel denk ik dat bepaalde assets herbruikbaar zijn (bijvoorbeeld video). Een goede assetslibrary kan dan handig zijn.

Hij heeft gelijk. In mijn post heb ik het wat zwart/wit omschreven. Ik geloof niet in de ‘Publish to all’ functionaliteit waarbij je geen hernieuwd ontwerp maakt. Wel geloof ik in het hergebruik van assets (kleinste herbruikbare eenheden; video, afbeeldingen etc.) zoals video. Als je die maakt met het idee van toepassing op meerdere platforms dan heb je daar wel degelijk herbruikbaarheid te pakken. Dit zelfde geldt wellicht voor een deel van de graphics. Voor tekst zie ik dat veel minder gebeuren. Wel vind ik dat je ontwerp dieper moet gaan dan het simpelweg beschikbaar stellen van dezelfde cursus. Zie ook eerdere blogpost over mobiele Moodle toepassing. Voor een dynamisch en controleerbaar hergebruik zoals Job beschreef is dan de inzet van een systeem zoals een LCMS wel onontbeerlijk.

Foto-impressie van het seminar:

Video-impressie van het seminar:

Tagged with:
Jan 07

Al jaren wordt de term SCORM gebruikt in vele gesprekken over contentontwikkeling. Gisteren verzorgde ik weer een avond over e-Learning Tools in het kader van de post HBO-opleiding e-Learning van Fontys. Ik pleit ervoor om niet blind te varen en heel kritisch te kijken of SCORM wel relevant is voor je organisatie.

Wat is SCORM?

De officiële site van ADL, de organisatie achter SCORM zegt:

SCORM is a collection of standards and specifications adapted from multiple sources to provide a comprehensive suite of e-learning capabilities that enable interoperability, accessibility and reusability of Web-based learning content.

De lijst met veelgestelde vragen helpt je al wat verder. In de gratis WBT over e-Learning tools vind je ook uitleg. Kort gezegd regelt SCORM de communicatie tussen de content en een omgeving die de content uitlevert, bijvoorbeeld een leeromgeving. Door gebruik te maken van de SCORM specificaties kun je bijvoorbeeld de toetsuitslag van een lerende opslaan in de leeromgeving. Ook is het eenvoudiger om van systeem te wisselen en toch nog je materiaal goed te kunnen afspelen in een nieuwe omgeving (als die ook dezelfde versie van SCORM ondersteunt).

scorm

Waarom SCORM?

De standaard zorgt ervoor dat je enigszins de garantie hebt dat content afgespeeld en begrepen wordt door je leeromgeving en je kunt de content uitwisselen. Als je een andere ELO gaat gebruiken dan zou je in principe je content uit je oude ELO kunnen halen en het zonder aanpassing in je nieuwe ELO moeten kunnen gebruiken. Het bijhouden van het leerproces kan ook prima met SCORM.

Probleem met SCORM

Er zijn er velen, de belangrijkste:

  • het zijn specificaties die nog niet volledig uitontwikkeld zijn;
  • fabrikanten beloven veel maar interpreteren SCORM soms net anders, dit zorgt voor een niet complete uitwisseling van gegevens en soms is zelfs het afspelen een probleem;
  • SCORM-compliancy kan op vele niveaus. Als een partij dus roept dat de content SCORM compliant is dan kan het toch moeilijk zijn om de gegevens uit te wisselen op de manier en het niveau die jij wilt;
  • de term wordt veel gebruikt als een gerustellend iets, als een soort kwaliteitsstempel. Het zegt echter niets over de kwaliteit van het materiaal;
  • soms zit SCORM een optimale leerervaring in de weg. In sommige ELO’s (ook de grotere) worden SCORM-pakketten lelijker en onhandiger afgespeeld dan bijvoorbeeld HTML bestanden.

Advies

Het is belangrijk om te bedenken waarom je voor SCORM kiest. Wat wil je precies doen met je content? Gaat het om de mogelijkheid om content uit te wisselen, gaat het om het bijhouden van gegevens van leerprocessen? En wat wil je dan bijhouden? Ik heb er geregeld voor gekozen om content te maken die niet SCORM-compliant is. Omdat het niet nodig was en omdat SCORM ook beperkingen met zich meebrengt.

Ben ook heel kritisch naar aanbieders van content en systemen. Beloftes komen niet altijd uit. Vraag om bewijs: laat het maar zien hoe het werkt!

Tenslotte kun je content testen met de testtool van ADL.

SCORM hoeft niet weg van mij mag ook geen automatisme zijn om altijd maar SCORM te gebruiken. Think before you SCORM!

Tagged with:
preload preload preload