Jun 30

Rond 2000 heb ik voor het eerst gewerkt met een omgeving waarin je een virtuele klas bedient. Ook wel webinar of e-seminar omgevingen genoemd. Ik kan me WebEx nog herinneren en een product van Xerox (geloof ik) waarbij je met telefoon naar een server in de US moest bellen. Vervolgens zat dat 30 seconden vertraging op. In 2008 schreef ik over de tool DimDim (zie blogpost hierover). Nu ben ik voor een aantal klanten waaronder Fontys dit soort virtuele sessies aan het organiseren dus het was tijd voor een update en het inzichtelijk maken van een aantal tools. Ik heb vergeleken: DimDim, WebEx, GoToTraining en Adobe Connect.

Wanneer gebruik je deze tools?

Vaak worden deze omgevingen gebruikt bij een wat langer opleidingstraject waarbij klassikale sessies wat verder uit elkaar liggen of bij complete trajecten op afstand waarbij je tussendoor synchrone (gelijktijdige) contacten wilt faciliteren. Het aantal deelnemers kan van een paar tot een paar duizend variëren. Vaak duurt een sessie 1 tot 1,5 uur en kun je bij de meeste tools onderstaande functionaliteiten gebruiken:

  • audio en video (wel beperking aantal gelijktijdige gebruikers);
  • hand opsteken middels een icoontje/knop;
  • delen van PowerPoint presentaties of bestanden;
  • delen van een whiteboard (tekeningen maken);
  • websafari (deelnemers meenemen naar verschillende webpagina’s);
  • delen van applicaties op de PC;
  • meerkeuzevragen stellen;
  • de ‘presenter-rechten’ geven aan 1 of meerdere deelnemers (die dan zelf een presentatie kunnen geven bijvoorbeeld);
  • opnemen en embedden van de sessie (naslag).

Als facilitator ben je geneigd om zelf de hele tijd het woord te nemen zodat het een soort college wordt maar de meeste tools zijn ook geschikt om juist de deelnemers iets te laten presenteren. Zo gebruik ik het zelf als facilitator/trainer voor vragenuurtjes, verdiepingssessies maar bijvoorbeeld ook om deelnemers aan elkaar presentaties te laten geven over de projectvoortgang van groepen deelnemers. Ook gebruik ik zelf de tools om snel met klanten wat dingen door te nemen. Het kunnen dus ook hele korte en ad-hoc sessies zijn.

Wat zijn de verschillen?

Tegenwoordig is de kwaliteit wel goed over het algemeen. De functionaliteiten verschillen een klein beetje maar met name zit het verschil in de mogelijkheden om de pagina aan te passen aan je eigen huisstijl, het maximale aantal deelnemers en de kosten die aan het gebruik verbonden zijn. Het is nu wel betaalbaar om deze tools te gebruiken.

Een ander verschil zit in de noodzaak om al dan niet de applicatie te moeten downloaden. Sommige systemen kun je in een webbrowser bedienen, voor andere moet de gebruiker een programma downloaden. Dit kan voor bedrijven en organisaties ook nog wel wat extra implementatietijd en -problemen opleveren.

Welke is het beste?

Er is niet 1 die absoluut de beste is. De keuze hangt af van je eigen wensen en de manier waarop je het in je leerprocessen wilt inzetten. DimDim springt er uit qua gebruikersgemak maar is minder betrouwbaar qua geluid en video (en is als enige als open source software te downloaden), WebEx is een prima tool maar niet de goedkoopste, GoToMeeting is fantastisch qua eenvoud én uitgebreidheid maar is ook flink aan de prijs en kent geen video en Adobe Connect is zeer uitgebreid, goed te betalen maar een beetje ingewikkeld.

Hoewel mijn voorkeur eerst erg bij DimDim lag heb ik (ook in de Proversie) veel performance problemen ondervonden. En als tijdens de sessie steeds het geluid of andere functionaliteit wegvalt is de flow uit het proces. Een applicatie moet betrouwbaar zijn. Mooie van DimDim is wel dat er een gratis gehoste versie te gebruiken is. Als je dit gebruikt in combinatie met bijvoorbeeld Skype heb je gratis een mooie set aan functionaliteit tot je beschikking.

Nog meer opties?

Ja, bovenstaande applicaties zijn de applicaties waarmee ik zelf ervaring mee heb opgedaan de afgelopen jaren. Er zijn er nog veel meer die soms afwijken qua functionaliteit maar wel interessant kunnen zijn als je met meerdere mensen online wilt overleggen. Wat alternatieven:

  • Skype
    1 op 1 met video en schermdeling. Gratis. Bij Skype kun je tot 25 mensen in een conference call zitten waarbij alleen audio gebruikt wordt.
  • FlashMeeting
    In 2007 schreef ik over deze tool. Ontwikkeld door de Open University in de UK en prima geschikt voor verschillende audio- en videobronnen. Gratis te gebruiken voor bepaalde groepen mensen. Zie de website voor de huidige mogelijkheden.
  • ooVoo
    Relatief nieuwe tool waarmee je met meerdere mensen een videochat kunt uitvoeren. 1 op 1 is gratis, voor meer mensen kan per maand of per keer betaald worden. Je betaalt per gebruiker, zie de site.

Gewoon beginnen?

Bij alle tools kun je een proefaccount aanvragen. Hieronder de info daarover:

  • DimDim
    Gratis account voor onbepaalde tijd. Een proefversie van Proversie is mogelijk na telefonisch contact. Zie de site.
  • GoToTraining
    Proefaccount voor 30 dagen voor 25 gebruikers. Ook mogelijkheid om GoToMeeting uit te proberen met hetzelfde account. Je moet wel je creditcardinformatie invoeren. Zie site.
  • WebEx
    Proefaccount voor 14 dagen voor 25 gebruikers. Zie site.
  • Adobe Connect
    Proefaccount voor 30 dagen voor verschillende tools die erin verwerkt zijn. Je hebt je gratis Adobe account nodig of kunt dit aanvragen. Zie de site.

Document met overzicht

Een vergelijking op hoofdpunten vind je in dit Overzicht webinars (PDF, 127 KB).

Mocht je zelf nog alternatieven hebben of je ervaring over een van deze producten willen delen: reacties zijn van harte welkom!

Tagged with:
Jun 16

Vorige week heb ik samen met Rob Houben voor een kleine groep van het DaCapo College een tweedaagse studiedag georganiseerd over ICT en leren. Basisgedachte is dat de deelnemers de beweging naar een zinvol gebruik van ICT binnen leersituaties inzetten en als ambassadeurs met hun collega’s zoeken naar waardevol gebruik. Uitgangspunt is om docenten en leerlingen te laten leren m.b.v. ICT. Belangrijk is dat docenten en leerlingen bestaande tools en content gaan gebruiken. Er is namelijk zoveel goeds te vinden. Je hoeft niet alles zelf te maken vanaf scratch.

Hergebruik van materiaal

De eerste dag hebben we gekeken naar verkrijgbare online tools én naar verkrijgbare content. Belangrijk daarbij is dat je goed let op de rechten van het (leer)materiaal dat je tegenkomt. Als iemand iets heeft gemaakt liggen de rechten (in veel landen waaronder Nederland) bij die persoon en mag je als docent niet zomaar het materiaal gebruiken. Maar gelukkig kan het ook anders, zie het filmpje over Copyright & Creative Commons:

Dit is belangrijk als je zelf (leer)materiaal maakt. Je kiest zelf dat je wel onder bepaalde condities je werk wilt delen. Je werk is wel beschermd maar biedt ook veel mogelijkheden. Op die manier deel je kennis. Volgens mij schieten we er allemaal iets mee op. Op veel sites zoals Flickr kun je als maker aangeven dat je je foto’s onder Creative Commons licentie publiceert.

Zelf Creative Commons licentie uitkiezen

Als je gelooft dat delen voor iedereen wat oplevert kun je het materiaal wat jij maakt (e-Learning modules, teksten, foto’s, video’s, muziek, etc.) publiceren onder een Creative Commons licentie. Op de Nederlandse site van Creative Commons kun je op een eenvoudige manier een licentie kiezen. Je maakt een paar keuzes (welke licentie wil je precies en welke knop wil je) en je kunt direct een stukje HTML-code genereren dat je vervolgens weer op o.a. een website kunt zetten.

Als je de HTML-code plakt op je website wordt er een knop zichtbaar die verwijst naar de gekozen licentie. Een bezoeker klikt op de knop en hij weet direct hoe jij de rechten geregeld hebt. Bij mij zie je op dit blog deze knop staan:

Creative Commons License

Zelf Creative Commons materiaal gebruiken!

Als je zelf op zoek bent naar bruikbaar materiaal (voor lesmateriaal, presentaties etc.) dan kun je bijvoorbeeld op een site als Flickr zoeken naar materiaal dat onder een bepaalde CC-licentie is uitgebracht. Niet alle sites bieden helaas deze mogelijkheid. Sterker nog, een site als Vimeo waar ik een betaald account heb, kent niet de mogelijkheid om duidelijk te maken dat de door jou gemaakte video’s onder een CC-licentie moeten worden uitgebracht. Het is mij onduidelijk waar de rechten liggen op je materiaal!

Tweede interessante optie is om te kijken op de Creative Commons website waar werk vanuit verschillende sites te vinden is. Via een duidelijke zoekmachine kun je bij werk van verschillende sites uitkomen. Pas heb ik op deze manier zelf een liedje gezocht dat ik vervolgens in een videofilm heb verwerkt.

Creative Commons steunen?

Als je net als ik deze filosofie van delen een warm hart toedraagt is het goed om al het materiaal wat je maakt beschikbaar te stellen via een CC-licentie. Maar je kunt ook financieel de non-profit Creative Commons organisatie steunen door lid te worden van het Creative Commons Network. Dit kan vanaf 75$ per jaar. Lid worden of 25$ doneren doe je hier. Je kunt dan ook nog een paar dingen krijgen zoals een shirtje. ;-) Daarnaast krijg je een pagina waarnaar je kunt linken vanaf je blog of website. Deze pagina is dan ook toegankelijk via een CC-Network knop.

Een prachtige uitleg en voorbeeld is overigens A Remix Manifesto, een film over nieuwe wereld van het delen. Prikkelend!

O ja, nog een mooi project: Open Educational Resources (OER), hier is de CC-licentie gekoppeld aan leermateriaal. Zoek en vind. Hun slogan is iets moois om mee af te sluiten:

Wat vind jij van het delen van je materiaal? Doe je dit of kies je er bewust niet voor?

Tagged with:
Feb 13

“Waarom zou mijn school moeten gaan werken met Apple-computers?”. Deze terechte vraag is mij deze week erg vaak gesteld op het congres Onderwijs & ICT. Op 10 en 11 februari vond dit congres plaats en ik stond voor de eerste keer op de Apple-stand als Apple Distinguished Educator. Erg leuk om te doen, vooral omdat de meeste gesprekken over onderwijs gingen en niet over techniek. Maar laat ik nu eerst de vraag beantwoorden.

Wat is uw onderwijskundige visie?

Apple heeft een duidelijke visie op het onderwijs. Deze visie moet aansluiten op de visie op het onderwijs en leren van u en uw team. De visie die o.a. te lezen is op de Nederlandse onderwijssite van Apple en natuurlijk op de blog Helikon van Fons van den Berg. Heel interessant is ook de diepgaande visie waarbij 6 principes de kern vormen: ACOT2 (Engelstalige Apple site).

Als uw school gelooft in het (sociaal) constructivisme dan komt Apple snel in beeld. Kinderen, jongeren en volwassenen leren krachtiger als ze het geleerde actief verwerken. Iets zelf maken zorgt voor groter begrip en betere verankering. Met Apple’s is het kinderlijk eenvoudig om leerlingen of studenten zelf leermateriaal te laten maken. De standaard en gratis aanwezige softwarebundel iLife biedt mogelijkheden om eenvoudig leermateriaal te maken: podcasts, fotoshows, fotoboeken, video, muziek, interactieve webpagina’s en DVD’s. Leerlingen publiceren dit materiaal met een klik op hun eigen website, op YouTube of op DVD.

Apple is wel duur!

Ja, een nieuwe MacBook of iMac is in aanschaf duurder dan een PC uit de supermarkt. Thuis kan de aankoopprijs dan ook een reden zijn om niet met een Apple te gaan werken. Voor scholen ligt het anders omdat de aanschafprijs maar een beperkt deel van de totale kosten uitmaken. De zogenaamde Total Cost of Ownership (zie uitleg op Wikipedia) neemt alle kosten mee. Dus ook voor bijvoorbeeld het onderhoud. En daar zit bewezen verschil in, Macs zorgen voor veel minder kopzorgen en vergen veel minder onderhoud. Ook Nederlandse scholen zien dat de IT-kosten afnemen op het moment dat er met Apple gewerkt wordt. Dit zijn redelijk eenvoudige rekensommetjes. Overigens heeft een leerling/student met de iPod Touch, de iPhone of de iPad ook een krachtige computer in handen die tegen een lage prijs perfect binnen het onderwijs is in te zetten!

Apple is toch alleen aanwezig in het Amerikaanse onderwijs?

Natuurlijk speelt Apple op de Amerikaanse onderwijsmarkt een hele grote rol, van het basisonderwijs tot universitair onderwijs. Maar ook in Nederland worden de voordelen van het werken met Apple computers in het onderwijs steeds duidelijker. De ADE’s zijn al druk bezig in het Nederlands onderwijs om scholen op een goede manier ICT en leren te combineren en te faciliteren middels Macs. Fons schreef al dat er een aantal voorbeelden te vinden is op de Nederlandse Apple site. Bekijk eens het verhaal van het Alberdingk Thijm College in Hilversum en het Zuyderzee College in Emmeloord. Op dat laatste college heb ik zelf ook workshops verzorgd over iWeb en Moodle en het was indrukwekkend om te zien hoe alle leerlingen en docenten met de laptops hun onderwijs verrijken. Wilt u nog meer voorbeelden horen? Neem dan met mij of een andere ADE-er (zoals Fons) contact op.

Waarom geen Apple?

De eerlijkheid gebiedt me ook te zeggen dat er goede redenen zijn om NIET met Apple aan de slag te gaan op scholen. Ten eerste moet zoals gezegd de overtuiging zijn dat producerende lerenden niet lastig zijn maar dat dit belangrijk is in het leerproces. Gelooft u hier niet in dan biedt de Mac weinig didactische meerwaarde.

Een ander praktisch probleem kan optreden bij het gebruik van educatief digitaal materiaal van uitgevers. Alle leeromgevingen zijn prima te gebruiken op Macs maar voor sommige leercontent geldt dit niet. Uitgeverijen lopen niet bepaald voorop en gaan lang niet uit van algemeen geaccepteerde standaarden. Zo is het mogelijk dat digitale leermiddelen op CD-rom worden uitgeleverd en alleen te gebruiken zijn op een Windows 2000 computer met Internet Explorer 6.0. Bij deze een oproep aan alle uitgeverijen om hun materiaal echt toegankelijk te maken! Niet alleen levert dit soort beperkingen voor Mac gebruikers problemen op maar ook voor lerenden met beperkingen. Overigens is het prima mogelijk om ook op een Apple computer Windows te gebruiken. Volgens een eerder onderzoek van o.a. Computable bleek al in 2007 dat MacBooks de beste Windows laptops zijn ;-)

Dus wanneer gaat u eens kijken of u Apple een plaats kan geven binnen uw school? Om te wennen kan dit natuurlijk prima in combinatie met Windows PC’s. O ja, en Microsoft heeft een prima versie van Office voor de Mac. Neem ook een hap!

Tagged with:
Jan 07

In edublogland is Wilfred Rubens een grootheid, datzelfde geldt voor Erwin Blom als het gaat om nieuwe (en social) media. Als je dan de beide blogveteranen samen treft dan stel je vlug wat vragen over bloggen en Twitteren. Bekijk het videogesprek om antwoorden te vinden van beide heren op onderstaande vragen:

  1. Wat is het moment dat jullie gaan stoppen met bloggen?
  2. Leggen jullie een link tussen jullie blogs en Twitter (verzamel je reacties bij de een en vermeld je die bij de ander)?
  3. Hoeveel % van je blogbezoek komt via een link op Twitter?
  4. Heeft het nu nog nut om te gaan starten met bloggen?
  5. Blog je persoonlijk of vanuit het werk?
  6. Bij welke berichten krijg je veel reacties?
  7. Welke blogger of Twitteraar moet iedereen volgen (tip)?

Voor de iPhone/iPod Touch gebruikers hier de YouTube video. En de directe link op Vimeo. Ook hieronder te zien:


Tagged with:
Jul 02

De Fontys post hbo-opleiding e-Learning is een van de weinige langere opleidingen die rondom e-Learning worden verzorgd. Al sinds 2002 ben ik fontysvrij intensief betrokken bij de opzet en uitvoering van de opleiding en geef ik o.a. als docent les aan een groep van tussen de 12 en 18 mensen die de e-Learning diepte in duiken. Het is altijd erg leuk en motiverend om met deze groep mensen een leertraject van zo’n 8 maanden in te gaan. De gemêleerde groep bestaat uit mensen uit het reguliere onderwijs, uit bedrijven en uit overheidsorganisaties.

Mensen
Met mede edu-bloggers als Wilfred Rubens en Pierre Gorissen verzorg ik avonden over onderwerpen zoals Onderwijskundige keuzes rondom inzet multimedia, gamebased learning, implementatie-aspecten, social software, e-Learning tools, het ontwikkelen van digitaal lesmateriaal en het gebruik van video in leersituaties. Het brede scale aan onderwerpen en thema’s komt aan bod.

Elementen opleiding
De opleiding bestaat uit verschillende soorten activiteiten. Er zijn:

  • presentaties/workshops die worden geleid door experts uit het veld;
  • zelfstudieopdrachten;
  • projecten die in groepjes wordt uitgevoerd.

Dit laatste onderdeel is belangrijk. Het project leidt tot diverse mogelijke eindresultaten. Sommige groepen leveren aan het eind een rapport, een ontwerp voor een concept, een uitgewerkt digitaal product of een implementatieplan op. Als het maar past bij de vraag vanuit je organisatie.

Eindproducten
Een aantal weken geleden is de hele groep erin geslaagd om succesvol de opleiding af te ronden. Het niveau was dit jaar goed en ook opvallend consistent. Sommige van de producten zijn specifiek gekoppeld aan een bestaande organisatie of bevatten informatie die wat vertrouwelijk is maar een aantal projectgroepen vond het goed om de materialen breder beschikbaar te stellen (bedankt hiervoor!). Kijk er eens in en waarschijnlijk vind je nog bruikbare en relevante informatie!

Elke deelnemer wil ik van harte bedanken voor de prikkelende leermomenten die jullie ook voor en met mij hebben gecreëerd!

tekenen
Het tekenen van het certificaat!

Tagged with:
Apr 17

Vorige  en deze week vonden er bijeenkomsten plaats van SURFfoundation over de ‘Digitale leer- en werkomgeving van de toekomst‘. Samen met een Shell medewerker (die ik toevallig kende van een Moodle implementatie bij Shell) was ik toch wel het buitenbeentje. De andere aanwezigen waren allemaal werkzaam in het hoger en wetenschappelijk onderwijs.

Wat was het?
Van 10.00 – 14.00 uur werd een aantal toekomstscenarios geschetst en verkend. Eerst werd wat over het project van SURF uitgelegd. Zelf schreven ze hierover:

In 2008 hebben de SURFfoundation platforms ICT & Onderwijs en ICT & Organisatie in samenwerking met de hogeronderwijsinstellingen gewerkt aan de ontwikkeling van vier toekomstscenario’s voor het hoger onderwijs met als thema ‘De nieuwe leer- en werkomgeving voor studenten en docenten in 2020’. De vier verschillende toekomstscenario’s hebben inspirerende beelden opgeleverd over de toekomst van het hoger onderwijs en de consequenties voor de inrichting van de digitale leer- en werkomgeving

Scenariodenken
Met scenariodenken als methode had ik wel eens gewerkt maar ik vond het erg prikkelend om op deze manier de toekomst te verkennen en een echt gevoel te krijgen over de consequenties. Het is een doortimmerde methode waarvan Herman Kahn de geestelijk vader is. Ook deze didactische vorm is afkomstig uit de militaire wereld. Zie Wikipedia voor meer info over de methode.

Ruim 300 deelnemers hebben de scenario’s al verkend. Je koos nu 1 van de 4 scenario’s die jou aansprak. Vervolgens ging je dit luchthaven_kleinscenario verkennen. Onderwerpen als vrijheid van leren, technologie, standaarden, open content, de rollen in het leerproces en vrijheid van tools kwamen aan bod. De scenarios’s werden heel tastbaar door de 4 krantjes en de 4 videofragmenten.

De 4 scenario’s:

  1. Luchthaven
  2. Warenhuis
  3. Supermarkt
  4. Beurs

Trends
Als duidelijke trends die nu al goed in te schatten zijn werden de volgende punten genoemd:

mm

Kijk vooral even naar de kranten en de video’s op de SURF pagina.

Welk scenario spreekt jou aan? Is dit iets voor je eigen organisatie?

Tagged with:
Feb 28

Bijna 10 jaar verzorg ik als vrijwilliger didactische trainingen voor SeniorWeb. Bij SeniorWeb geven (2300!) vrijwilligers swcomputerlessen aan senioren. Jaarlijks leren zij meer dan 55.000 vijftigplussers omgaan met de computer en internet. Dit gebeurt op 350 locaties verspreid over het hele land.

Hoewel de vrijwilligers een rijke levenservaring hebben zijn er veel die nog een beperkte didactische kennis en ervaring hebben. Het was altijd een feest om de train-the-trainer sessie te verzorgen.

Leren door te doen

Uit dit leuke project ontstond op een gegeven moment ook een boek over didactiek dat door Jan Diepenbroek en mij geschreven is. Probleem blijft dat je met didactische vaardigheden echt moet oefenen en moet vertalen naar je eigen lespraktijk. Een boek lezen is dan niet voldoende. In de training lieten we mensen echt aan de slag gaan. Vaak werden voorbeeldlessen op video gezet en middels allerlei praktijkopdrachten werd de theorie omgezet in praktische vaardigheden.

Bereik was het probleem

Met meer dan 2000 vrijwilligers hebben we echter een logistiek probleem. We kunnen niet met 2 mensen zo’n grote groep bereiken. Er zijn een paar trajecten geweest waarbij we een ‘train-the-trainer-trainer-training’ verzorgde. ;-) Het was de bedoeling dat deze mensen in tweetallen zelf de didactische trainingen gingen verzorgen. Van het sneeuwbaleffect waarop we hadden gehoopt was echter geen sprake.

We hebben nu een alternatief: we gaan ook een online training geven.

Opzet online didactische training

We gaan over een paar weken starten met de training waarbij een start- en slotbijeenkomst wordt gecombineerd met 6 online blokken. In elk blok hebben we verschillende fases en activiteiten. Deze online leeractiviteiten vinden voornamelijk plaats in een Moodle omgeving. Daarnaast gebruiken we webcams, Creative Vado camera’s (voor opnemen proeflessen), MindMeister (online mindmaps) en DimDim (virtuele klas).

Ook in deze opzet gaan we dicht tegen de praktijk aanzitten en creëren we een veilige en inspirerende leeromgeving waarbij mensen met en van elkaar leren. Ik ben erg benieuwd of er nog erg specifieke zaken naar voren komen wat betreft e-Learning voor deze groep.

Mocht je nog ideeën hebben over leuke online activiteiten of bronnen over didactiek dan hou ik me van harte aanbevolen!

schema

Tagged with:
Feb 17

Als VIP uitgenodigd worden bij een congres/beurs over e-Learning? Natuurlijk ga je dan! Met 10 mensen gingen we naar ltKarlsruhe om Leartec mee te maken. Dit e-Learning congres werd voor de 17e keer georganiseerd. Ik was er op 3 en 4 februari.

Hieronder zie je een korte video-impressie. Het doel van onze reis was om te kijken of Learntec ook interessant is voor de Nederlandse e-Learning bedrijven.

Korte conclusies over congres/beurs

  • Het congres is professioneel opgezet.
  • Het aantal exposanten op de beursvloer was niet heel groot.
  • Er stonden nu vooral Duitse bedrijven en een beperkt aantal internationale bedrijven zoals Trivantis.
  • De kwaliteit van de presentaties op het seminar was hoog en de inhoud gevarieerd.
  • Het concept is traditioneel (formele sessies).
  • Uitstraling was fris en trendy (vormgeving in hallen etc.)

Zaken doen in Duitsland?

Erg leuk vond ik de sessie over de e-Learning markt in Duitsland door een Duitse dame. De Nederlandse Christiaan de Visser (van ISM eCompany) deelde zijn ervaringen als Nederlands bedrijf in de Duitse markt. Enkele opvallende indrukken over Duitse markt:

  • Het is voor een Nederlands bedrijf belangrijk om een Duitser in te huren. Duitsers doen zaken met Duitsers. Een Duitse partner kan ook (dit heeft ISM gedaan).
  • Duitse bedrijven zoeken naar e-Learning producten die een Duitstalige interface hebben.
  • De Duitse e-Learning markt is wetenschappelijk gedreven (veel initiatieven onstaan vanuit universiteiten) terwijl Nederlandse bedrijven meer commercieel gedreven zijn.
  • Het is slim om je eigen software onder de lokale naam van een Duitse partner uit te brengen.
  • Ik zag weinig internationale merken op de beursvloer. Dit is echt een verschil met Nederland waar de grotere internationale LMS en tools providers een belangrijk marktdeel hebben.
  • Open source was niet zo populair in de ‘serieuze’ bedrijven maar wordt wel op universiteiten gebruikt.

Tagged with:
Feb 07

U&I Learning heeft een aantal leuke online, multimediale nieuwsbrieven uitgebracht rondom e-Learning. In deze ‘e-Learning Academy’ wordt op een leuke en kritische manier in een soort mini-lesjes bepaalde aspecten van e-Learning besproken.

Nu hadden ze mij gevraagd (naar aanleiding van mijn frequente berichten op mijn blog) om een bijdrage te leveren aan de nieuwsbrief die deze keer over digital storytelling gaat. Natuurlijk vind ik dat leuk om te doen en bij een bezoek aan het mooie pand in Eindhoven zijn er wat vragen gesteld. Het was een leuke middag met enthousiaste e-Learning professionals en de video is mooi verwerkt!

Via deze link kom je in de U&I omgeving terecht waar je je gratis kunt registreren. Je kunt dan ook de vorige edities van de nieuwsbrief bekijken, en zeker als je geïnteresseerd bent in het educatieve gebruik van video dan is dit leuk om te bekijken.

Klein minpuntje waar de dames en heren in Eindhoven toch eens over moeten nadenken: er wordt SilverLight gebruikt en de inhoud is alleen op een Windows machine goed af te spelen en zelfs daar moet je per se IE gebruiken. Aangezien het aantal gebruikers van Internet Explorer rap vermindert zou imho inhoud met meerdere browsers bekeken moeten kunnen worden. Of ben ik nu te kritisch? Of te principieel?

Algemene vraag waar ik ook binnen mijn werk mee te maken heb: hoe belangrijk is het om je e-Learning content multibrowser en multi-OS te ontwikkelen? Iemand een mening?

ela

Tagged with:
Jan 07

Al jaren wordt de term SCORM gebruikt in vele gesprekken over contentontwikkeling. Gisteren verzorgde ik weer een avond over e-Learning Tools in het kader van de post HBO-opleiding e-Learning van Fontys. Ik pleit ervoor om niet blind te varen en heel kritisch te kijken of SCORM wel relevant is voor je organisatie.

Wat is SCORM?

De officiële site van ADL, de organisatie achter SCORM zegt:

SCORM is a collection of standards and specifications adapted from multiple sources to provide a comprehensive suite of e-learning capabilities that enable interoperability, accessibility and reusability of Web-based learning content.

De lijst met veelgestelde vragen helpt je al wat verder. In de gratis WBT over e-Learning tools vind je ook uitleg. Kort gezegd regelt SCORM de communicatie tussen de content en een omgeving die de content uitlevert, bijvoorbeeld een leeromgeving. Door gebruik te maken van de SCORM specificaties kun je bijvoorbeeld de toetsuitslag van een lerende opslaan in de leeromgeving. Ook is het eenvoudiger om van systeem te wisselen en toch nog je materiaal goed te kunnen afspelen in een nieuwe omgeving (als die ook dezelfde versie van SCORM ondersteunt).

scorm

Waarom SCORM?

De standaard zorgt ervoor dat je enigszins de garantie hebt dat content afgespeeld en begrepen wordt door je leeromgeving en je kunt de content uitwisselen. Als je een andere ELO gaat gebruiken dan zou je in principe je content uit je oude ELO kunnen halen en het zonder aanpassing in je nieuwe ELO moeten kunnen gebruiken. Het bijhouden van het leerproces kan ook prima met SCORM.

Probleem met SCORM

Er zijn er velen, de belangrijkste:

  • het zijn specificaties die nog niet volledig uitontwikkeld zijn;
  • fabrikanten beloven veel maar interpreteren SCORM soms net anders, dit zorgt voor een niet complete uitwisseling van gegevens en soms is zelfs het afspelen een probleem;
  • SCORM-compliancy kan op vele niveaus. Als een partij dus roept dat de content SCORM compliant is dan kan het toch moeilijk zijn om de gegevens uit te wisselen op de manier en het niveau die jij wilt;
  • de term wordt veel gebruikt als een gerustellend iets, als een soort kwaliteitsstempel. Het zegt echter niets over de kwaliteit van het materiaal;
  • soms zit SCORM een optimale leerervaring in de weg. In sommige ELO’s (ook de grotere) worden SCORM-pakketten lelijker en onhandiger afgespeeld dan bijvoorbeeld HTML bestanden.

Advies

Het is belangrijk om te bedenken waarom je voor SCORM kiest. Wat wil je precies doen met je content? Gaat het om de mogelijkheid om content uit te wisselen, gaat het om het bijhouden van gegevens van leerprocessen? En wat wil je dan bijhouden? Ik heb er geregeld voor gekozen om content te maken die niet SCORM-compliant is. Omdat het niet nodig was en omdat SCORM ook beperkingen met zich meebrengt.

Ben ook heel kritisch naar aanbieders van content en systemen. Beloftes komen niet altijd uit. Vraag om bewijs: laat het maar zien hoe het werkt!

Tenslotte kun je content testen met de testtool van ADL.

SCORM hoeft niet weg van mij mag ook geen automatisme zijn om altijd maar SCORM te gebruiken. Think before you SCORM!

Tagged with:
preload preload preload