Sep 09

Leerstijlen zijn niet onomstreden. Toch worden ze binnen het onderwijs en in mindere mate binnen het bedrijfsleven en overheid veelvuldig gebruikt. Ook binnen e-Learning. Wie heeft er niet gehoord van lerenden die vooral auditief zijn ingesteld, een dromer zijn of met name kinesthetisch leren? Maar wat is nu de waarde en betekenis van Kolb, meervoudige intelligentie, whole brain thinking en vele andere modellen voor e-Learning?

Manier van inzetten leerstijlen

Wikipedia geeft als definitie:

Leerstijlen zijn redelijk eenvoudig in kaart te brengen. Bijna alle leerstijlentesten bestaan uit meerkeuzevragen waarna automatisch een bepaald profiel wordt gecreëerd. Een lerende wordt ingedeeld en gelabeld.  Vaak bestaat het profiel uit verschillende kenmerken en heb je sterke voorkeuren voor een bepaalde leerstijl of een combinatie van leerstijlen. Opvallend vaak worden de voorkeuren gevisualiseerd in een kwadrant.

Leerstijlen(tests) kunnen op meerdere manieren worden ingezet. Veel gebruikte manieren:

  • Om lerenden inzicht te geven in de eigen voorkeuren. De lerenden kan daar in het kader van leren leren gebruik van maken. Zo wordt het een soort meta studietool. Studietips zijn dan afgestemd op de manier waarop de lerende leert.
  • Om groepen lerenden in te delen en vervolgens gedifferentieerd les te geven. De gebruikte multimediavormen en didactische werkvormen zijn dan afgestemd op de voorkeuren en stijlen van dat specifieke groepje lerenden.
  • Om lesmateriaal gedifferentieerd aan te bieden aan een lerende met een bepaald profiel of stijl. Op die manier verloopt het leerproces effectiever en efficiënter.

Leerstijlen zijn in te delen in verschillende categorieën. Met Dr. Nadira Saab (van de Universiteit Leiden, zie profiel) heb ik jaren geleden een mooi project gedaan waarin leerstijlen een belangrijke rol speelden. Nadira verdeelde de leerstijlen onder in de volgende categorieën (met voorbeelden):

    • Zintuiglijke leerstijlpreferentie
      • DVC survey
    • Leerstijl gekoppeld aan motivatie
      • Apters’ MSP
    • Leerpreferenties
      • Kolb LSI (erg bekend en veelgebruikt)
      • Honey & Mumford LSQ (erg bekend en veelgebruikt)
      • Herrmann HBDI
      • Riding CSA
    • Leerstrategieën
      • Vermunt ILS

Onderzoek over leerstijlen

Er worden zeer veel verschillende leerstijlmodellen/testen aangeboden maar hoe kan een goede keuze worden gemaakt? Het blijkt dat er nogal wat ondeugelijke leerstijlentesten worden gebruikt. Leerstijlentesten die niet valide of betrouwbaar zijn of die bijvoorbeeld helemaal geen voorspellend vermogen hebben. Dan spendeer je dus tijd en geld in een meetinstrument terwijl je met de uitkomsten niets kunt, of zelfs een negatief effect krijgt.

Vanuit het ‘Learning and Skills Research Centre‘ hebben 4 wetenschappers (Frank Coffield, David Moseley, Elaine Hall & Kathryn Ecclestone) op kritische wijze literatuur omtrent leerstijlen onderzocht. Vervolgens worden 13 meest gebruikte modellen uitgebreid beschreven. Niet veel modellen komen ongeschonden uit de review en de implicaties van dit onderzoek reiken ver. Het onderzoeksrapport ‘Learning styles and pedagogy in post-16 learning, A systematic and critical review‘ (pdf, 182 pagina’s, 1,3 MB) is gratis te downloaden. Het bevat een hele eenduidige en heldere uitleg van de modellen en reikt criteria aan voor een vergelijk.

Als u onderstaande tabel even groot ‘opklikt’ kunt u zien dat de meeste testen maar matig scoren.

 

Leerstijlen voor de e-Learning ontwerper

Als e-Learning ontwerper kunnen we de leerstijlen goed gebruiken. Want ik heb (als e-Learning ontwerper) een blinde vlek en u waarschijnlijk ook. De afgelopen 15 jaar heb ik zelf als onderwijskundig e-Learning specialist veel e-Learning content gemaakt en ook heb ik veel ontwikkelteams binnen bedrijven en organisaties begeleid. Zelf en bij andere zie ik een groot probleem: je eigen voorkeuren en ervaringen worden vaste ingrediënten in het didactisch concept/content. Uw (en ook mijn) voorkeuren hoeven niet per se het beste leerrendement op te leveren. En ook kan het botsen met de voorkeuren van uw lerenden. En juist daarin kunnen leerstijlen een rol spelen.

U kunt leerstijlenmodellen inzetten zodat u tijdens het ontwerpen ook voldoende elementen integreert die buiten uw voorkeuren liggen. In de volgende alinea leg ik dit uit aan de hand van het Whole brain thinking model.

Voorbeeld whole brain thinking model

In 2007 heb ik een training gevolgd rondom Whole brain thinking model van Herrmann (de site van Herrmann). Zie hiervoor ook mijn Engelstalige blogpost. Ook naar dit model wordt in het bovengenoemde onderzoeksrapport nauwkeurig gekeken. De conclusie is:

Bij deze test wordt een uitgebreide set aan meerkeuzevragen afgenomen (overigens in het Nederlands) en krijg je daarna een zeer uitgebreid profiel. Het Whole Brain Thinking Model kent 4 kwadranten en je scoort vaak op meerdere kwadranten. Uit mijn test kwam het onderstaande beeld:

Bij elk van de kwadranten horen dan ook andere soorten denkactiviteiten en leeractiviteiten. Ik herken dat absoluut als ik naar mijn eigen profiel kijk, in de volgende afbeelding heb ik voorbeelden van didactische werkvormen/voorkeuren in de kwadranten geplaatst:

 

Als de varianten in e-Learning didactiek/werkvormen worden afgezet tegen de kwadranten dan ontstaat een staalkaart aan voorbeelden zoals in de volgende afbeelding:

 

 

We kregen bij de training erg veel materiaal mee om verdere inzichten te verkrijgen. Een heel praktisch hulpmiddel om beter te ontwerpen vond ik de set van kaartjes met daarop activiteiten uit de vier kwadranten. Ik scoor erg in het rode en gele kwadrant en daarom maken activiteiten in de 2 andere kwadranten niet vaak deel uit van mijn ontwerp. Als ik nu blauwe en groene kaartjes pak en daar wat activiteiten van inzet zorg ik voor een gevarieerder ontwerp. Een paar van de kaartjes vindt u in onderstaande afbeelding:

Conclusie

Hoewel veel leerstijlentesten bedroevend matig scoren in het onderzoek zijn ze toch erg bruikbaar. Misschien moet u wat voorzichtig zijn met het inzetten bij lerenden. Vooral als lerenden dan alleen maar didactische werkvormen en materialen krijgen aangeboden die aansluiten op enkel hun voorkeuren. Daarmee doet u lerenden tekort (want in mijn geval kan het geen kwaad om ook mijn niet-voorkeurs kwadranten te ontwikkelen) en maakt u door de gedifferentieerde aanpak het ontwerp- en ontwikkelproces wel erg complex en duur.

Voor u als e-Learning ontwerper is het erg handig om u bewust te zijn van uw blinde vlek en op die manier uzelf te prikkelen om een gevarieerdere aanpak te kiezen waarbij u een grotere groep lerenden aanspreekt. Dit komt het leren zeer ten goede en maakt het voor u ook veel leuker en uitdagender.

Erg benieuwd ben ik naar uw ervaringen of ideeën rondom het gebruik van leerstijlen! Hoe gebruikt u ze, of waarom gebruikt u ze niet?

Tagged with:
Feb 03

Vandaag vonden de verdiepende workshops plaats van het Nationale e-learning congres. Ik verzorgde twee workshops (met erg veel plezier) voor mensen met minder en mensen met meer dan 2 jaar e-Learning ervaring. Mooie discussies. De titel van mijn workshop was “e-Learning door de ogen van een kunstenaar”. Ik denk namelijk dat het ontwerpen van e-Learning dan ook geen kunstje is maar een kunst.

We gingen in op het optimaal ontwikkelen van e-Learning door aandacht voor de drijfveren, voor de Plakfactor (hoe blijft mijn informatie echt hangen), het creëren van een leerbeleving, het gebruik van multimedia, digital storytelling en ook Whole brain thinking. Op dit laatste wil ik even ingaan.

Wat is het Whole brain thinking model?

Een aantal jaren geleden heb ik een training gevolgd over het Whole brain thinking model, vanuit Herrmann. Dit model geeft een goed beeld van je denkvoorkeuren en heeft daarnaast nog de slag gemaakt naar de consequenties naar je voorkeuren voor didactische werkvormen.

Door een uitgebreide online vragenlijst (o.a. beschikbaar in het Nederlands) in te vullen ontstaat er goed beeld van je denkvoorkeuren. De uitslag wordt met veel uitleg gepresenteerd maar heel handig is de visualisatie van je denkvoorkeur. Hieronder is mijn uitslag zichtbaar. Ik scoor vooral in het gele en rode kwadrant (C & D). Tijdens de training werd duidelijk dat mensen uit een bepaalde beroepsgroep vaak vergelijkbare voorkeuren hebben. Trainers, ontwerpers en docenten scoren bijvoorbeeld vaker aan de rechterkant (zoals ik) en accountants scoren over het algemeen wat meer aan de linkerkant.

De ontwerper ontwerpt vanuit eigen voorkeuren! Whole Brain Learning

Als we kijken naar de didactische werkvormen die samenhangen met de denkvoorkeuren dan herken ik wel veel van de werkvormen die bij mijn kleuren worden opgesomd. Ik gebruik bijvoorbeeld minder vaak ‘expert resources/citations’ en vaker kleine discussies, ijsbrekers etc. Bij het ontwerpen van e-Learning ben je als ontwerper natuurlijk niet neutraal maar met zo’n test wordt het wel inzichtelijk. Vandaag merkte ook een deelnemer op dat dit wel confronterend is. De uitdaging voor een onderwijsontwikkelaar/leeroplossingenontwikkelaar zit hem in het feit om vormen en activiteiten te gebruiken die een brede doelgroep aanspreken. Dit wil niet zeggen dat je bij een opdracht voor accountants alleen maar ‘blauwe en groene leeractiviteiten’ gebruikt maar het betekent wel dat je variatie aanbrengt in je ontwerp en niet alleen je eigen denkvoorkeuren als basis gebruikt.

Doorbreek je beperkt zicht!

Tijdens de training die ik heb gevolgd kreeg ik veel concrete handreikingen en materialen. Het profiel was zeer uitgebreid en ik kreeg ook een set van kaarten die specifiek te gebruiken zijn bij het ontwerpen van leerconcepten. Op de kaartjes (voor elke kleur een serie) staan tips/vragen en opmerkingen die je kunt meenemen als je ontwerpt. Op die manier heb je een grotere kans dat je ontwerp afwisselender wordt en meer mensen aanspreekt.

Pas geleden heb ik nog geïnformeerd naar de mogelijkheden om me verder te scholen in dit model (European HBDI® Certification Workshop). Ik las dat er een online module was maar helaas wordt deze module alleen verkocht in combinatie met de klassikale training. Voor de liefhebbers: die 4-daagse opleiding vindt plaats in Brussel en kost 4600 euro. Dit vind ik wat teveel van het goede. Dan maar het boek ‘Whole Brain Business Book’ bestellen. Bijvoorbeeld bij Bol.com.

Als je wat meer wil weten over dit model kun je op de site veel resources vinden waaronder ook een video met de uitleg van Ann Herrmann-Nehdi. Zij was ook de persoon die de training verzorgde (en dochter van de onderzoeker die het model heeft ontwikkeld).

Presentatie workshop vandaag

Bij deze de presentatie zoals ik die vandaag gebruikt heb. Ik ben erg benieuwd wat de deelnemers vonden van de workshop. Ik vind het toch wel spannend omdat het voor mij wel heel persoonlijk is. De onderwerpen en ideeën zijn zaken waar ik echt in geloof.

De mindmaps waarbij deelnemers de ingrediënten in kaart brachten die ervoor zorgde dat een leerervaring (die een persoonlijke indruk had gemaakt) bleef hangen vind je hier en hier.

Opmerking: zie ook het mooie verslag van Wilfred Rubens over deze workshop!

Tagged with:
Oct 22

Ontwikkelingspsychologe Evelien Crone doet onderzoek naar het brein van de puber. Sinds enkele jaren weten we wat meer over de ontwikkeling van het brein. Crone schreef een boek “Het puberende brein“. Dit levert zeer bruikbare inzichten op voor het onderwijs en relativeert een aantal aannames die we vanuit de onderbuik hebben.

Onvolgroeide cortex
Kern is dat de frontale cortex nog niet optimaal ontwikkeld is. De frontale cortex is verantwoordelijk voor het plannen en het onthouden van informatie. Daarom kunnen pubers moeilijker de gevolgen van hun acties overzien en inschatten. De frontale cortex ontwikkelt zich langzamer dan hun emotionele breinsysteem. Emoties hebben dan ook een grotere invloed en maken het gedrag minder voorspelbaar.

Multitasken is een mythe
Een populair geluid is dat de jeugd zoveel beter kan multitasken. Tegelijkertijd huiswerk maken, 3 MSN-gesprekken voeren, een tijdschrift lezen en naar muziek luisteren; geen probleem voor de moderne Einstein-generatie. Evelien Crone rekent er direct mee af. Ze geeft aan dat de onderzoeksdata dit niet aangeven. Multitasken vereist een heel goed werkgeheugen en dat is juist bij pubers nog sterk in ontwikkeling.

Crone zegt:

Lees het hele artikel “De puber snapt er niks van” (PDF, 224 KB) uit de Volkskrant van 18-10-2008 om meer bruikbare inzichten op te doen.

Tagged with:
preload preload preload