Aug 04

Column van augustus gepubliceerd op www.e-learning.nl over de iPad:

Kunnen we, als verstandige mensen die zich richten op de bedrijfskundige of onderwijskundige meerwaarde van ICT-gebruik, alstublieft EVEN stoppen met het praten over de iPad? Kom uit de rij, stop met het maken van filmpjes over uw iPad en vertel niet hoe u de iPad al 2 maanden geleden hebt laten meenemen uit de VS.

Is het teveel gevraagd om te stoppen met het schrijven van blogposts over uw favoriete apps, handige accessoires en het bagatelliseren van het ontbreken van Flash-ondersteuning? Twitter alstublieft niet meer over nieuwe manier waarop u in bed uw favoriete kranten leest.

Niet nieuw, toch nieuws!
Waarom veroorzaakt de iPad zoveel publiciteit? Weet u het? Touchscreens zijn niet nieuw, de Microsoft Surface tafel bent u ongetwijfeld al vaker tegengekomen op onderwijs & ICT beurzen. Ook hebben verschillende fabrikanten al functionele laptops uitgebracht met touchscreens. En Apple liet met de eigen MacBook Air al eerder zien dat een ultraportable computer ook mooi kan zijn. Internetten onderweg kunnen we ook al jaren, o.a. met de kleine en betaalbare netbooks.

iPad is geen computer
Stiekem snap ik, (nog) niet iPad bezitter, het wel! Het is namelijk helemaal geen computer! Het is geen apparaat met een handleiding. Het kan een heleboel dingen niet maar niet iedereen zit op een heleboel dingen te wachten. Een iPad is direct te snappen en je partner, collega of kind van vier jaar hoeft niet te leren hoe het ding werkt. Je pakt het op en hoeft geen 2 minuten te wachten totdat hij is opgestart. Je gaat direct aan de slag en je legt hem weer weg als je klaar bent. Het apparaat is bijna onzichtbaar en dat maakt het verschil. De iPad valt op omdat het niet gaat om de techniek. Het gaat om de inhoud en de taak die je wilt uitvoeren. Gebruikers komen direct op de plek van bestemming. Je zoekt geen startknop en 5 andere menu-opties: je zoekt foto’s, informatie op een website of wil even mailen. Met je vingers zoek je je weg. Leren over de bediening is onnodig.

Raak de kern
Lerenden hebben vaak een hekel aan uitgebreide handleidingen of een training om een leeromgeving te leren gebruiken. Ze willen daar geen tijd aan besteden. En ze hebben groot gelijk. Ze willen leren. Geen gedoe. Met apparaten zoals de iPad kunnen we doordringen tot de kern en de ruis van een ingewikkelde userinteface wegnemen. Door het onzichtbare karakter van de iPad kunnen we direct naar het leren kijken. Het dwingt e-Learning ontwikkelaars eens kritisch te kijken naar de eigen producten. De iPad houdt ons een spiegel voor. Kijkt u er eens in!


(johncarljohnson op Flickr)


(teddyb109 op Flickr)

Tagged with:
Jul 18

In het brede vakgebied e-Learning moeten we misschien wat vaker naar andere vakgebieden of andere industrieën kijken. Om inspiratie op te doen, om afstand te nemen van de dagelijkse gang van zaken, om huidige patronen te doorbreken en om geprikkeld te worden. In deze tweede blogpost van een serie kijk ik naar de manier waarop Ikea consumenten betrekt.

Ikea gebruikt in leersituaties voor personeel regelmatig digital storytelling. Zie mijn vorige blogposts hier en hier. Ze hebben ontdekt dat het zelf maken van content (user-generated content), gecombineerd met een authentieke en persoonlijke insteek, een grote meerwaarde creëert. Een mooi project waarbij Ikea zich richt op consumenten is Design your own life.

Design your own life

Design your own life is een project dat gestart is in 2007 waarbij Ikea gelooft “dat iedereen zijn eigen huis kan inrichten op een manier die het beste bij hem/haar past”. Ieder jaar heeft een andere insteek heeft en biedt Ikea weer extra functionaliteiten. Consumenten kunnen zo trends delen middels inzenden van foto’s (2007), krijgen ‘Designer tools’ in handen om virtueel allerlei plannen te maken (2008) en in 2009 is het mogelijk gemaakt om je eigen Ikea creatie te delen met de rest van Nederland. Dit onder de naam ‘Bekijk Ikea bij een ander’.

Je kunt op deze site een kijkje nemen bij andere klanten van Ikea. Een showroom is natuurlijk 1 manier om een indruk te krijgen maar het spreekt meer aan als je van een andere klant kunt zien hoe de Ikea-spullen in zijn/haar huis staan. Natuurlijk kun je ook je eigen foto’s van je eigen inrichting uploaden naar de Ikea site (maximaal 3). Een filmpje maken, dat op YouTube zetten en vervolgens embedden is ook mogelijk. Elke maand wordt er dan ook nog een winnaar gekozen die een cadeaubon krijgt.

Mogelijkheden (zoeken en delen)

Je kunt bij het zoeken of plaatsen kiezen uit verschillende categorieën zoals Keuken, Woonkamer, Werkplek of Tuin. Bij sommige categorieën zijn er minder dan 100 ingezonden, bij andere categorieën vind je duizenden pagina’s. Verder heb je nog een aantal selectiecriteria meer (zie afbeelding) waar je op kunt filteren. Zeer snel wordt dit filter toegepast en als je op de knop Bekijk nu > klikt dan blader je naar de resultaten toe.

Vervolgens zie je alle gegevens die de andere klant heeft ingevuld, beschrijving, prijs etc. Direct kun je de pagina toevoegen aan je favorieten, kun je de pagina doormailen, uitprinten of een reactie plaatsen en lezen.

Wat is er mooi aan?

Ikea maakt gebruik van het enthousiasme van klanten en de trots op hun eigen inrichting. Zo wordt een massaproduct iets persoonlijks en maken consumenten gratis kwalitatief goede content die een grote marketingwaarde kan hebben. Andere klanten krijgen met behulp van de ‘user generated content’ een beter beeld van de mogelijke toepassingen van Ikeaproducten in ECHTE woon- en werkomgevingen.

De online omgeving werkt goed (filteren, uploaden) en door de Catalogus vormgeving ziet iedere klant zichzelf in de Ikea-catalogus staan. Blijkbaar werkt dit alles (inclusief de mogelijkheden voor commentaar en delen) zo goed dat tienduizenden klanten de moeite doen om een account aan te maken en persoonlijke content te uploaden.

Wat kunnen we ermee in ons vakgebied?

We moeten ons realiseren dat niet alleen de content gemaakt door instructional designers waardevol is. Natuurlijk is de officiële Ikea catalogus een productie van professionals. Copywriters hebben prima teksten geschreven en de fotografen hebben mooi werk afgeleverd. Kwalitatief is het hoogstaand. De beleving van de klant over de producten van Ikea en de relatie van de klant met Ikea wordt beïnvloed door de extra, door andere klanten gemaakte content. Binnen e-Learning kunnen we de content (ervaringen, beeldmateriaal, voorbeelden, casusssen, …) van werknemers/studenten/lerenden een plaats geven naast de door e-Learning professionals gemaakte inhoud. Duidelijk herkenbaar en misschien met een iets andere functie en een andere waarde. Zo verhoog je de betrokkenheid van de lerenden, geef je mensen een stem en krijg je relevante content in een persoonlijke context gratis aangeleverd!

Wat kan jouw organisatie met dit idee?

Jul 11

Op sommige momenten is het goed om terug te kijken. Vandaag heb ik mijn 10.000ste  twitterbericht geschreven en is het tijd om de waarde die Twitter heeft voor mij te duiden. Zowel op persoonlijk als professioneel vlak. Ook de positie die Twitter inneemt in de e-Learning wereld belicht ik.

Hoe gebruik ik twitter?

Ruim twee jaar geleden ben ik gestart met Twitter. Ik had Erwin Blom (@erwblo) uitgenodigd om bij Stoas te komen vertellen over social media. Hoewel ik sceptisch was heeft Erwin me door zijn praktische, authentieke en prikkelende verhaal overtuigd om het ook eens te proberen. Ik merkte direct dat je Twitter moeilijk uit kunt leggen (hoewel CommonCraft een goede poging waagt). De dynamiek en waarde wordt pas duidelijk als je een tijdje bezig bent en flink wat mensen volgt en gevolgd wordt. Momenteel volg ik zelf 622 mensen en 836 mensen volgen mij. Natuurlijk lees ik niet alle berichten van deze mensen maar pik er af en toe wat dingen uit. Alle reacties lees ik wel en ook alle DM’s (persoonlijke berichten die niet openbaar zijn).

Ik gebruik Twitter vooral via het programma Echofon. Een simpele maar handige manier om berichten te versturen en te lezen. Echofon heeft een prima iPhone app en een fijne add-on voor FireFox. De iPhone app heeft pushberichten dus als iemand mij een antwoord stuurt of een persoonlijk bericht dan hoor ik een signaal. Voordat ik mijn iPhone had maakte ik veel minder gebruik van Twitter omdat je dan aan je computer bent gebonden en het bijna-synchrone karakter vraagt om snelle reacties.

Als ik kijk naar onderstaande grafiek (dank aan de site TweetStats) dan zie ik dat het weekend iets minder Twitteractiviteit laat zien, de maandag scoort het hoogste. Dit is de dag dat ik (officieel) niet aan het werk ben.

Als ik kijk naar de momenten waarop ik Twitter dan ligt de nadruk op de avond. Dit is het moment dat ik vaak wat vakliteratuur lees of me online wat aan het verdiepen ben. Tijdens de ‘officiële’ werkuren ben ik wat minder actief.

Verder gebruik ik nog een paar applicaties en diensten die een relatie hebben met Twitter. Zo gebruik ik TweetDeck als ik bij congressen zit om specifieke aanwezigen eenvoudig te volgen en om alle tweets van dat congres te verzamelen. Als ik onderweg foto’s maak die ik wil integreren in mijn tweets dan gebruik ik Mobypicture. Je maakt een foto, typt een bericht en dit resulteert in zowel de upload naar de Mobypicture pagina als een tweet met de link hiernaar toe. Als ik muziek afspeel bij Blip.fm kan ik ook dat nummer rondtwitteren.

Persoonlijk of professioneel?

Bij de mensen die ik volg zitten puur zakelijke contacten die ervoor kiezen om alleen over hun vakgebied te twitteren en er zitten mensen bij die ook of vooral over persoonlijke zaken berichten. Ik vind het interessant om de mens achter de professional te zien. De meeste mensen die ik volg hebben te maken met onderwijs, e-Learning of nieuwe media. Daar ligt ook mijn primaire doel. Hoewel ik ook over persoonlijke dingen af en toe twitter, vind ik het prettiger en relevanter om over e-Learning, nieuwe media of fotograferen te twitteren. Als iets me teveel persoonlijk raakt of bezighoudt dan deel ik dit niet via twitter. Daar is het te massaal voor.

Wat win ik ermee?

Dit is de hamvraag. Wat win ik met Twitter?

  • Met Twitter ben ik in staat om mijn vakgebied goed bij te houden. Samen met mijn RSS-feeds van edublogs en tijdschriften en boeken vormt twitter een manier om dit effectief te doen. Twitter begint hierin steeds belangrijker te worden.
  • Met Twitter en met mijn blog ben ik zichtbaar  voor de markt. De meeste commerciële opdrachten krijg ik tot mijn verrassing via of dankzij deze twee kanalen.
  • Met behulp van Twitter bouw ik een ander netwerk op dan via de niet-digitale manieren. Het contact kan snel persoonlijk worden en het is een eenvoudige manier om contacten te onderhouden. Vaak resulteert een zakelijke Twittercommunicatie in fysieke afspraken of converseer je verder middels de telefoon.
  • Twitter (en met name directe, niet openbare berichten) hebben voor een deel mijn e-mail verkeer vervangen. Sneller, bondiger en handig.
  • De 140 karakters dwingen je om na te denken over de kern van een boodschap. Het is een uitdaging om een blogpost, website of artikel in 140 karakters te typeren.

Wat ik het meest waardevol vind is de bereidheid van anderen om je te helpen. Dit doet me denken aan de mensen die je in 1995 op het web tegenkwam. Een paar voorbeelden:

  • Contract
    Toen ik eens meldde dat ik twijfelde over de juridische status van een contract dat ik kreeg voorgelegd, reageerde een Tweep (iemand die twittert) en bood aan om door haar partner het contract te laten nakijken. Dit zorgde ervoor dat ik met haar aanwijzingen tot een beter contract kon komen.
  • Fotograferen
    Nog niet zolang geleden ben ik met passie begonnen aan het fotograferen. Via Twitter kreeg ik vele waardevolle adviezen (op maat!) over het kopen van een camera en een tijd later voor het kopen van een goede lens. Gerichte vragen werden snel beantwoord door experts op dit gebied.
  • Grafisch vormgevers nodig
    Voor een klant zocht ik grafisch vormgevers die aan een e-Learning module konden werken. Niet alleen kreeg ik een reactie van ZZP’ers die interesse hadden maar zeker zoveel mensen kwamen met een naam uit hun netwerk waar ze positieve ervaringen mee hadden.
  • Vraag om online enquêtetool
    Voor SeniorWeb zocht ik een goede online tool om enquêtes af te nemen. Op zaterdagochtend had ik (rond 7.30 uur) een vraag gesteld. Binnen een uur had ik zeker 5-7 bruikbare tools van de mensen uit mijn netwerk.

Bovenstaande vragen had ik natuurlijk ook via Google kunnen oplossen. Het verschil tussen Google en Twitter zit hem in 2 dingen: (1) Twitter bestaat uit mensen die ik ken en vertrouw. (2) Twitter praat terug en geeft context. Als ik op “Online enquêtetool” had gezocht met een zoekmachine had ik veel treffers gevonden. Met Twitter kreeg ik maar een paar treffers maar ik kon wel vragen aan de mensen waarom ze een tool waardeerden. En ze kende mijn situatie, ze snapte de context van mijn vraag. Zelf help ik ook regelmatig mensen verder en wordt het contact vervolgd per telefoon of met een fysieke bijeenkomst.

Verandert Twitter het leren?

Twitter heeft voor mij absoluut het leren verandert. Voor vele andere, frequente gebruikers, ook. In 2008 publiceerde ik in het blad Develop een artikel over de invloed van technologie op het leren (download de PDF). Mijn stelling was dat technologie vooral het informele leren sterk beïnvloedt. Hierin speelt Twitter een grote rol. De snelheid, het gemak en het bereik maken dat communicatie en het informele leren echt verandert. Tools als Twitter slagen erin om grenzen van organisaties te slechten. Je deelt informatie met andere professionals en dit gaat verder dan de professionals in je naaste fysieke werkomgeving. Dit zorgt voor bredere inzichten.

Twitter in het bedrijfleven?

Je kunt Twitter (of beter gezegd Microbloggen) volgens mij op 3 manieren inzetten:

  1. Met een bedrijftwitteraccount
    Moeilijk om een algemeen organisatie-account van goede kwaliteit te laten zijn. Zo’n bedrijfsaccount heeft vaak een erg lage frequentie van posten. Vaak is het account anoniem (je kent alleen de bedrijfsnaam) en is er veel sprake van eenrichtingsverkeer. Een bedrijf schrijft berichten. Soms volgen ze zelfs niemand of worden persberichten automatisch geplaatst op Twitter.
  2. Met individuele accounts van professionals
    De werknemers Twitteren op persoonlijke titel met de nadruk op hun professionele activiteiten. Dit zorgt voor authentieke, persoonlijke berichtgeving. De organisatie heeft dan geen grip op de berichten. Dit kan ook tegen de organisatieboodschappen ingaan en zo een tegengesteld effect veroorzaken.
  3. Met interne tool
    Binnen Noordhoff Uitgevers en binnen Stoas heb ik erg positieve ervaringen met Yammer. Met deze microblogging tool kun je berichten delen met enkel de mensen van je eigen organisatie of speciale groepen maken met bijvoorbeeld je toeleveranciers of grote klanten. Een erg prettige manier om snel van elkaars projecten op de hoogte te zijn, relevante informatie te delen of vragen te stellen. Als je meer zoekt dan het microbloggen dan  is een tool als Elgg heel goed te gebruiken.

En natuurlijk is het slim om automatisch te zoeken of iemand iets twittert over jouw project of organisatie. Zo kun je snel reageren als er wordt geklaagd of als iemand een mooie tip voor je heeft. Zo heeft de marketingmanager van MindMeister al een paar keer contact met me gezocht (zie mijn eerdere blogpost).

Wat is voor jou de waarde van Twitter?

Iedere tweep wil ik heel erg bedanken voor de inspiratie. Speciale dank naar een aantal voor mij speciale tweeps in willekeurige volgorde: @DieterM, @ranver, @Dagnespresso, @wrubens, @erwblo, @Helikon, @Bilsen, @siavogel, @mariekemove, @peterdevisser, @jvondermans, @mediafritswijs, @jeroencl, @PeterMcAllister, @robvdhoed, @mathiepe, @Sas2112, en natuurlijk last but not least @CarlaMondig en @florinablokland!

Tagged with:
Jun 30

Rond 2000 heb ik voor het eerst gewerkt met een omgeving waarin je een virtuele klas bedient. Ook wel webinar of e-seminar omgevingen genoemd. Ik kan me WebEx nog herinneren en een product van Xerox (geloof ik) waarbij je met telefoon naar een server in de US moest bellen. Vervolgens zat dat 30 seconden vertraging op. In 2008 schreef ik over de tool DimDim (zie blogpost hierover). Nu ben ik voor een aantal klanten waaronder Fontys dit soort virtuele sessies aan het organiseren dus het was tijd voor een update en het inzichtelijk maken van een aantal tools. Ik heb vergeleken: DimDim, WebEx, GoToTraining en Adobe Connect.

Wanneer gebruik je deze tools?

Vaak worden deze omgevingen gebruikt bij een wat langer opleidingstraject waarbij klassikale sessies wat verder uit elkaar liggen of bij complete trajecten op afstand waarbij je tussendoor synchrone (gelijktijdige) contacten wilt faciliteren. Het aantal deelnemers kan van een paar tot een paar duizend variëren. Vaak duurt een sessie 1 tot 1,5 uur en kun je bij de meeste tools onderstaande functionaliteiten gebruiken:

  • audio en video (wel beperking aantal gelijktijdige gebruikers);
  • hand opsteken middels een icoontje/knop;
  • delen van PowerPoint presentaties of bestanden;
  • delen van een whiteboard (tekeningen maken);
  • websafari (deelnemers meenemen naar verschillende webpagina’s);
  • delen van applicaties op de PC;
  • meerkeuzevragen stellen;
  • de ‘presenter-rechten’ geven aan 1 of meerdere deelnemers (die dan zelf een presentatie kunnen geven bijvoorbeeld);
  • opnemen en embedden van de sessie (naslag).

Als facilitator ben je geneigd om zelf de hele tijd het woord te nemen zodat het een soort college wordt maar de meeste tools zijn ook geschikt om juist de deelnemers iets te laten presenteren. Zo gebruik ik het zelf als facilitator/trainer voor vragenuurtjes, verdiepingssessies maar bijvoorbeeld ook om deelnemers aan elkaar presentaties te laten geven over de projectvoortgang van groepen deelnemers. Ook gebruik ik zelf de tools om snel met klanten wat dingen door te nemen. Het kunnen dus ook hele korte en ad-hoc sessies zijn.

Wat zijn de verschillen?

Tegenwoordig is de kwaliteit wel goed over het algemeen. De functionaliteiten verschillen een klein beetje maar met name zit het verschil in de mogelijkheden om de pagina aan te passen aan je eigen huisstijl, het maximale aantal deelnemers en de kosten die aan het gebruik verbonden zijn. Het is nu wel betaalbaar om deze tools te gebruiken.

Een ander verschil zit in de noodzaak om al dan niet de applicatie te moeten downloaden. Sommige systemen kun je in een webbrowser bedienen, voor andere moet de gebruiker een programma downloaden. Dit kan voor bedrijven en organisaties ook nog wel wat extra implementatietijd en -problemen opleveren.

Welke is het beste?

Er is niet 1 die absoluut de beste is. De keuze hangt af van je eigen wensen en de manier waarop je het in je leerprocessen wilt inzetten. DimDim springt er uit qua gebruikersgemak maar is minder betrouwbaar qua geluid en video (en is als enige als open source software te downloaden), WebEx is een prima tool maar niet de goedkoopste, GoToMeeting is fantastisch qua eenvoud én uitgebreidheid maar is ook flink aan de prijs en kent geen video en Adobe Connect is zeer uitgebreid, goed te betalen maar een beetje ingewikkeld.

Hoewel mijn voorkeur eerst erg bij DimDim lag heb ik (ook in de Proversie) veel performance problemen ondervonden. En als tijdens de sessie steeds het geluid of andere functionaliteit wegvalt is de flow uit het proces. Een applicatie moet betrouwbaar zijn. Mooie van DimDim is wel dat er een gratis gehoste versie te gebruiken is. Als je dit gebruikt in combinatie met bijvoorbeeld Skype heb je gratis een mooie set aan functionaliteit tot je beschikking.

Nog meer opties?

Ja, bovenstaande applicaties zijn de applicaties waarmee ik zelf ervaring mee heb opgedaan de afgelopen jaren. Er zijn er nog veel meer die soms afwijken qua functionaliteit maar wel interessant kunnen zijn als je met meerdere mensen online wilt overleggen. Wat alternatieven:

  • Skype
    1 op 1 met video en schermdeling. Gratis. Bij Skype kun je tot 25 mensen in een conference call zitten waarbij alleen audio gebruikt wordt.
  • FlashMeeting
    In 2007 schreef ik over deze tool. Ontwikkeld door de Open University in de UK en prima geschikt voor verschillende audio- en videobronnen. Gratis te gebruiken voor bepaalde groepen mensen. Zie de website voor de huidige mogelijkheden.
  • ooVoo
    Relatief nieuwe tool waarmee je met meerdere mensen een videochat kunt uitvoeren. 1 op 1 is gratis, voor meer mensen kan per maand of per keer betaald worden. Je betaalt per gebruiker, zie de site.

Gewoon beginnen?

Bij alle tools kun je een proefaccount aanvragen. Hieronder de info daarover:

  • DimDim
    Gratis account voor onbepaalde tijd. Een proefversie van Proversie is mogelijk na telefonisch contact. Zie de site.
  • GoToTraining
    Proefaccount voor 30 dagen voor 25 gebruikers. Ook mogelijkheid om GoToMeeting uit te proberen met hetzelfde account. Je moet wel je creditcardinformatie invoeren. Zie site.
  • WebEx
    Proefaccount voor 14 dagen voor 25 gebruikers. Zie site.
  • Adobe Connect
    Proefaccount voor 30 dagen voor verschillende tools die erin verwerkt zijn. Je hebt je gratis Adobe account nodig of kunt dit aanvragen. Zie de site.

Document met overzicht

Een vergelijking op hoofdpunten vind je in dit Overzicht webinars (PDF, 127 KB).

Mocht je zelf nog alternatieven hebben of je ervaring over een van deze producten willen delen: reacties zijn van harte welkom!

Tagged with:
Jun 16

Vorige week heb ik samen met Rob Houben voor een kleine groep van het DaCapo College een tweedaagse studiedag georganiseerd over ICT en leren. Basisgedachte is dat de deelnemers de beweging naar een zinvol gebruik van ICT binnen leersituaties inzetten en als ambassadeurs met hun collega’s zoeken naar waardevol gebruik. Uitgangspunt is om docenten en leerlingen te laten leren m.b.v. ICT. Belangrijk is dat docenten en leerlingen bestaande tools en content gaan gebruiken. Er is namelijk zoveel goeds te vinden. Je hoeft niet alles zelf te maken vanaf scratch.

Hergebruik van materiaal

De eerste dag hebben we gekeken naar verkrijgbare online tools én naar verkrijgbare content. Belangrijk daarbij is dat je goed let op de rechten van het (leer)materiaal dat je tegenkomt. Als iemand iets heeft gemaakt liggen de rechten (in veel landen waaronder Nederland) bij die persoon en mag je als docent niet zomaar het materiaal gebruiken. Maar gelukkig kan het ook anders, zie het filmpje over Copyright & Creative Commons:

Dit is belangrijk als je zelf (leer)materiaal maakt. Je kiest zelf dat je wel onder bepaalde condities je werk wilt delen. Je werk is wel beschermd maar biedt ook veel mogelijkheden. Op die manier deel je kennis. Volgens mij schieten we er allemaal iets mee op. Op veel sites zoals Flickr kun je als maker aangeven dat je je foto’s onder Creative Commons licentie publiceert.

Zelf Creative Commons licentie uitkiezen

Als je gelooft dat delen voor iedereen wat oplevert kun je het materiaal wat jij maakt (e-Learning modules, teksten, foto’s, video’s, muziek, etc.) publiceren onder een Creative Commons licentie. Op de Nederlandse site van Creative Commons kun je op een eenvoudige manier een licentie kiezen. Je maakt een paar keuzes (welke licentie wil je precies en welke knop wil je) en je kunt direct een stukje HTML-code genereren dat je vervolgens weer op o.a. een website kunt zetten.

Als je de HTML-code plakt op je website wordt er een knop zichtbaar die verwijst naar de gekozen licentie. Een bezoeker klikt op de knop en hij weet direct hoe jij de rechten geregeld hebt. Bij mij zie je op dit blog deze knop staan:

Creative Commons License

Zelf Creative Commons materiaal gebruiken!

Als je zelf op zoek bent naar bruikbaar materiaal (voor lesmateriaal, presentaties etc.) dan kun je bijvoorbeeld op een site als Flickr zoeken naar materiaal dat onder een bepaalde CC-licentie is uitgebracht. Niet alle sites bieden helaas deze mogelijkheid. Sterker nog, een site als Vimeo waar ik een betaald account heb, kent niet de mogelijkheid om duidelijk te maken dat de door jou gemaakte video’s onder een CC-licentie moeten worden uitgebracht. Het is mij onduidelijk waar de rechten liggen op je materiaal!

Tweede interessante optie is om te kijken op de Creative Commons website waar werk vanuit verschillende sites te vinden is. Via een duidelijke zoekmachine kun je bij werk van verschillende sites uitkomen. Pas heb ik op deze manier zelf een liedje gezocht dat ik vervolgens in een videofilm heb verwerkt.

Creative Commons steunen?

Als je net als ik deze filosofie van delen een warm hart toedraagt is het goed om al het materiaal wat je maakt beschikbaar te stellen via een CC-licentie. Maar je kunt ook financieel de non-profit Creative Commons organisatie steunen door lid te worden van het Creative Commons Network. Dit kan vanaf 75$ per jaar. Lid worden of 25$ doneren doe je hier. Je kunt dan ook nog een paar dingen krijgen zoals een shirtje. ;-) Daarnaast krijg je een pagina waarnaar je kunt linken vanaf je blog of website. Deze pagina is dan ook toegankelijk via een CC-Network knop.

Een prachtige uitleg en voorbeeld is overigens A Remix Manifesto, een film over nieuwe wereld van het delen. Prikkelend!

O ja, nog een mooi project: Open Educational Resources (OER), hier is de CC-licentie gekoppeld aan leermateriaal. Zoek en vind. Hun slogan is iets moois om mee af te sluiten:

Wat vind jij van het delen van je materiaal? Doe je dit of kies je er bewust niet voor?

Tagged with:
Apr 11

In het brede vakgebied e-Learning moeten we misschien wat vaker naar andere vakgebieden of andere industrieën kijken. Om inspiratie op te doen, om afstand te nemen van de dagelijkse gang van zaken, om huidige patronen te doorbreken en om geprikkeld te worden. In deze eerste blogpost van een serie kijk ik naar de manier waarop vraag en aanbod in de accommodaties voor congressen, workshops en trainingen op elkaar worden afgestemd. Dit doe ik aan de hand van de website Meetingspot.nl.

Wat doet Meetingspot.nl?

Zoals eigenlijk al in de tekst hierboven staat: mensen die een ruimte zoeken kunnen hun vraag bekend maken en mensen die zelf een accommodatie aanbieden kunnen snel in contact komen met de zoekenden en een aanbod doen. Voor de aanbieders kost deze dienst geld (49,95 euro excl. btw), voor de mensen die naar een ruimte op zoek zijn is de dienst geheel gratis. Als vrager/zoeker geef je met een aantal keuzes aan wat je precies zoekt en waar de accommodatie aan moet voldoen. Daarnaast kun je in een tekstveld beschrijven wat je zoekt. Niet onbelangrijk: je geeft ook aan tot wanneer je eventuele offertes wil ontvangen. Aanbieders sturen via de site een offerte die dan netjes in PDF-vorm in je mailbox komt. Je maakt een gratis account aan en je kunt op de site ook nog altijd de aanbiedingen globaal zien en meer informatie over de locatie krijgen (inclusief foto’s etc.).

Zelf heb ik mijn zoekopdracht een kleine week opengezet. In die week heb ik 8 offertes ontvangen (redelijk eenvoudig maar bruikbaar van opzet). Er zat er maar 1 bij die niet relevant was (ik zocht ruimtes in regio Eindhoven/’s-Hertogenbosch en de aanbieder kwam met een hotel met de naam Eindhoven maar nog niet een klein beetje in de buurt van Brabant). Met 3 locaties ben ik verder in contact getreden. De uiteindelijke keuze moet ik nog maken. Het was een snelle en prettige manier om specifieke informatie te vergaren.

Drie minpuntjes:

  1. Door de beknoptheid van de offertes zijn er soms dingen onduidelijk. Soms was zelfs onduidelijk of de geoffreerde prijs inclusief of exclusief btw was.
  2. De omslachtige manier waarop je contact kunt opnemen met de aanbieder. Nu kon ik mailen maar niet replyen op een mail. Ook via de website verwacht ik de mogelijkheid om een snelle vraag te stellen waarbij voor de aanbieder de context helder blijft. Nu moest ik naar een mailadres gaan mailen en de door hen gezonden offerte weer als bijlage toevoegen. Zeker als je veel offertes ontvangt kan dit tijdrovend en foutgevoelig zijn.
  3. Via de website kan ik niet meer de gedetailleerde offerte inzien, enkel het totaalbedrag. Dit is jammer want dit zorgt ervoor dat de website niet meer het centrale punt is voor mij. Er is dan geen echte reden meer om terug te gaan naar de site. Voor mij is het lastig omdat ik naar de gemailde PDF’s moet gaan. Daarbij hebben de mails ook een algemeen onderwerp waardoor het verwarrend wordt.

Wat is er mooi aan?

Het gaf mij de mogelijkheid om binnen een korte, zelf te definiëren periode, gerichte aanbiedingen te verkrijgen. Deze aanbiedingen waren op maat gemaakt en werden overzichtelijk gepresenteerd op de website en ik ontving ook nog eens de offertes per mail. Op deze manier kom je op nieuwe ideeën. Lang niet alle locaties waren bij mij bekend. Je kunt voldoende variabelen opgeven (inclusief wat vagere kenmerken zoals ‘stijl’) die zorgen voor een relevante match.

Wat kunnen we hiermee in ons vakgebied?

Het concept van een marktplaats waar vraag en aanbod bij elkaar komen vind ik interessant. Niet voor complexe vragen (een webbased training, een simulatie of een implementatie van een systeem) want dan wordt de match nooit goed gemaakt. Voor het beantwoorden van complexe vragen is een echt contact en afstemming noodzakelijk. Anders krijg je net zulke ellende als bij aanbestedingstrajecten. Dit kost de aanbieder en vrager teveel tijd en energie.

Maar we kunnen het bijvoorbeeld wel doen bij wat beter te hanteren vragen rondom thema’s als:

  • korte training over e-Learning;
  • workshop over e-Learning;
  • presentatie over e-Learning;
  • gastcollege over e-Learning;
  • analyse huidige e-Learning content;
  • schrijven van artikel/blogpost/review product/…;

Als mogelijke variabelen die een vrager kan invullen: stijl, doelgroep, voorkennis, duur, dag en tijd, budget, onderwerpen, locatie, doel, etc.

Gezien vanuit de aanbieders lijkt me dit met name voor ZZP’ers interessant. Wat denkt u ervan? Kan een Meetingspot voor e-Learning gaan werken? En zo ja; hoe en waarmee?

Tagged with:
Mar 17

Op woensdag 10 maart vond aan het einde van de eerste IPON-dag weer de TeachMeet plaats. Een mooie bijeenkomst waar mensen hun passie delen tijdens de borrel of de 2 of 7 minuten durende presentaties. Deze keer heb ik de gelegenheid gebruikt om iets te delen rondom de makers/uitgevers van e-Learning.

Wie maakt e-Learning?

Volgens mij moeten veel onderwijsontwerpers, instructional designers of hoe je ze ook noemt snel een meer bescheiden plaats innemen. ‘We’ denken dat wij de wijsheid in pacht hebben en hoewel we natuurlijk goede analyses uitvoeren, onze doelgroep goed kennen en mensen uit de doelgroep betrekken tijdens het ontwerp- en ontwikkelproces gaan we vaak ervan uit dat WIJ de content maken. De lerende consumeert dan onze interactieve e-Learning module. Maar hoe interactief we het ook maken (quiz, cases, games), het echte maakwerk is dan al door de instructional designer gedaan. Ik vind dat we de lerende in een actieve rol moeten plaatsen. Door het maken van content leer je dieper. Het effect is langduriger. Als je bijvoorbeeld lerenden zelf quizvragen (en antwoorden) laat maken, leren ze veel meer dan wanneer je ze een perfect gemaakte quiz voorschotelt. Voor mij zijn er 3 zinvolle groepen makers van e-Learning:

  • e-Learning ontwerpers/ontwikkelaars (instructional designers, onderwijskundigen,…);
  • docenten, leerkrachten en trainers;
  • leerlingen, studenten, lerenden.

Alleen maar User Generated Content?

In initiatieven zoals Wikiwijs geloof ik niet. Ten eerste denk ik niet dat iedere goede docent of leerkracht een goede e-Learning ontwerper is. Ten tweede denk ik dat de community te gesloten is (geloof meer in MERLOT-achtige leermiddelenbanken) en ten derde denk ik dat weinig tot geen leerkrachten en docenten de tijd, kennis of zin hebben om steeds maar weer met weinig eenduidig lesmateriaal te gaan arrangeren. Materiaal in een site als Wikiwijs is dan leuk om af en toe erbij te pakken maar zal (in ieder geval in het basisonderwijs) nooit een echte concurrent gaan worden van de leermiddelen van een uitgeverij.

Maar laten we niet deze discussie te zwart/wit voeren. De Groep Educatieve Uitgeverijen wijst in een reactie op Wikiwijs al dat een rol vanuit de uitgeverijen bij initiatieven als Wikiwijs wenselijk is. Mij lijkt inderdaad dat de content van uitgeverijen of e-Learning ontwikkelaars prima gecombineerd kan worden met content die door onderwijsgevenden of lerenden wordt gemaakt.

Zo is het bij Dr. Digi (de digibordmethode van Noordhoff Uitgevers voor het basisonderwijs) niet alleen mogelijk om de content van Noordhoff te gebruiken maar op elke pagina is het mogelijk om als leerkracht zelf content toe te voegen. Volgende stap kan zijn dat je deze materialen met anderen kunt delen en dat ook leerlingen materiaal kunnen toevoegen.

Leren is niet alleen content!

Leren is beleven en we doen lerenden dan ook te kort door ze alleen als consumenten van leermateriaal te beschouwen. Leren is geen helemaal uitgestippelde reis maar meer een pad dat ook enige ruimte moet scheppen. Als onderwijskundig ontwerpers moeten we open staan voor wat de lerende meemaakt. En de betrokkenheid kunnen we snel verhogen door lerenden actief en producerend te laten leren. Ze wordt het leermateriaal dat van henzelf is. Niet alleen van een uitgeverij of zelfs niet alleen van de docent. Je bent als lerende zelf eigenaar van het leren. Laten we leeractiviteiten/leerervaringen ontwerpen, of nog beter: laten we leerbelevingen ontwerpen. Het materiaal kan dan deels door ontwerpers/ontwikkelaars en deels door lerenden worden gemaakt.

Samen produceren = dubbel resultaat

Ik heb de volle overtuiging dat het samen produceren van leermateriaal zorgt voor betere leerervaringen, lagere productiekosten, hoger rendement en een grotere betrokkenheid van lerenden en onderwijsgevers. 1 + 1 is hier wel meer dan 3!

Dus beste ontwikkelaars: kom van jullie troon af. Waardeer de lerenden meer en geef ze de ruimte om mee te ontwikkelen. Jullie zijn geen contentontwikkelaars maar leerervaringontwikkelaars! Dat is de kern van jullie activiteit. Sites als Livemocha hebben dit goed begrepen en waarderen de input en aanvullingen van lerenden (gebruikers maken op deze site o.a. zelf aanvullende oefeningen).

Jullie zijn nu aan zet!

Tagged with:
Nov 25

Leren senioren (> 55 jaar) anders online dan jongeren? Dat is een vraag die ik me gedurende de afgelopen maanden regelmatig stelde. Nu kan ik die vraag beantwoorden nadat ik aan een groep van bijna 30 SeniorWeb cursisten een online training over didactiek heb verzorgd. Samen met Jan Diepenbroek (co-auteur van een boekje dat we hebben geschreven over Lesgeven aan senioren) heb ik de training opgezet en gegeven. Dit is overigens ook voor Jan en mij vrijwilligerswerk.

Achtergrond en doel van de online training

De deelnemers aan de training werken allemaal als vrijwilliger voor SeniorWeb in de rol van docent. SeniorWeb legt uit:

SeniorWeb wil iedereen de mogelijkheden van de computer en internet zelf laten ervaren. Uitgangspunt is dat dit voor én door ouderen gebeurt.

Er werken 2700 docenten voor SeniorWeb. Niet allemaal hebben ze een didactische achtergrond. Dat was voor Jan en mij 10 jaar geleden reden om didactische trainingen te gaan verzorgen om de docenten didactisch bij te spijkeren zodat ze met nog meer plezier konden lesgeven en dat de kwaliteit van de cursussen omhoog ging. Inmiddels hebben we al heel wat ‘train-the-trainer’ sessies verzorgd. Het waren intensieve, klassikale trainingen waarbij ook vaardigheden werden ingeoefend. Vooral het uitwisselen van ervaringen tussen cursisten was belangrijk. Iedereen werd zich bewuster van het eigen lesgeven.

Met de online training wilde we het mogelijk maken voor een grotere groep om meer grip te krijgen op het didactische proces.

Opzet online training

Er namen bijna 30 mensen deel aan de training. Bijna allemaal hadden ze al ervaring met het lesgeven aan senioren. De training bestond voor het grootste deel uit online activiteiten. Het traject startte op zaterdag 26 september 2009 met een startbijeenkomst. Op deze dag maakte we kennis met elkaar, werd de opzet van de training besproken en werd ook kennisgemaakt met de Moodle leeromgeving. Daarna volgde 5 blokken (doorlooptijd per blok was 1 of 2 weken) met online activiteiten en het traject werd afgesloten met een slotbijeenkomst op zaterdag 21 november. In deze bijeenkomst werd over coaching gepraat, werd uitgebreid geëvalueerd en werden persoonlijke actieplannen opgesteld.

De online lesblokken bestonden uit 4 soorten activiteiten:

  1. Teaser [mensen werden geprikkeld om over onderwerpen na te denken].
  2. Zelfstudie [hier werd een WBT aangeboden en het boek gebruikt].
  3. Verwerkingsopdracht [de lesstof werd actief verwerkt; producerend leren].
  4. Reflectie [terugblik op eigen leerproces].

De onderwerpen varieerden per blok. Je moet denken aan ‘leren van volwassenen’, ‘lesvoorbereiden’, ‘didactische hulpmiddelen’, ‘controle op het leerproces’ en conflicthantering’.

sw_moodleMoodle werd gebruikt als online leeromgeving

Wat zijn de ervaringen?

Er heeft een uitgebreide evaluatie plaatsgevonden, op verschillende manieren. In deze mindmap vind je de opmerkingen van de deelnemers. Samen met onze eigen reflectie was dit bruikbare feedback. De belangrijkste punten:

  • De bijeenkomsten werden als waardevol beschouwd. Men leerde elkaar kennen en er vond verdieping plaats. Een extra bijeenkomst in een lokaal werd genoemd als wenselijk.
  • De cursisten verwachten snelle en uitgebreide reacties van trainers. Dit viel tegen.
  • Het duurde even voordat alle deelnemers goed met Moodle om wisten te gaan. Zonder voorkennis was het een redelijk complexe interface.
  • Gebruik van video (zowel bekijken als zelf produceren) werd als positief ervaren.
  • Combinatie online leren met gebruik van boek was goed: hierdoor werd de praktische vertaalslag gemaakt.
  • De structuur en inhoud van de training waren niet optimaal duidelijk. De verwachtingen waren ook onduidelijk.
  • Technisch waren er wat problemen die gerelateerd waren aan de PC (bv afspelen video).

Wat zijn de verschillen?

Er is een aantal verschillen. Het belangrijkste verschil was de algemene verwachting van de rollen van cursisten en de rol van docenten. Onze training was opgezet vanuit een sociaal constructivistisch model. Hierbij was de rol van ons als trainer een coachende rol. Vooral het producerend leren en het samenleren was belangrijk. Sommige cursisten hadden moeite met deze rolverdeling en zagen liever een trainer die bijvoorbeeld alle forumbijdrages samenvatte. De docent als expert die zegt wat goed en fout is. Wij vonden juist de frictie interessant en leerzaam en hielden bij discussies wat meer afstand. Het is belangrijk om duidelijk te zijn hierover.

Tweede verschil vond ik toch het begrip van de manieren van communiceren en het concept van een leeromgeving. Er werd bijvoorbeeld minder snel gesnapt wat nu precies de kenmerken van een forum zijn (de inhoud wordt openbaar). Functionaliteiten als chat werden minder relevant gevonden. Het was ook iets moeilijker om kennis uit te wisselen. Dit gaat wat minder natuurlijk dan bij iets jongere volwassenen. De technische kennis was ook wat beperkter. Dit laatste had ik niet voorzien omdat het hier om deelnemers ging die zelf ICT-cursussen geven.

Klein derde verschil was de taal. Engelse worden werden als moeilijk en ongewenst ervaren. Dit blijkt in een ‘online training‘ toch nog vaker voor te komen dan we denken. Ook moeilijkere woorden werden niet gewaardeerd. Zelfs woorden als ‘didactiek’ en ‘coaching’ werden hieronder verstaan.  Bij jongeren speelt dit een vele kleinere of geen rol.

Dankzij de bruikbare feedback van de cursisten gaan we nu een slag maken om de online training beter te maken. In het voorjaar van 2010 wordt de verbeterde online didactische training verzorgd. Als je meer wilt weten of tips hebt: laat het me weten!

Met dank aan Stoas voor het kosteloos beschikbaar stellen van de Moodle omgeving via www.moodlewinkel.nl.

De fotoshow van de slotbijeenkomst vind je op Flickr.

Tagged with:
Jul 23

Er is al veel onderzoek gedaan naar de eventuele leereffecten van multimedia. 15 jaar geleden heb ik zelf een afstudeeronderzoek uitgevoerd naar de educatieve meerwaarde van het gebruik van animaties. De effecten kunnen op vele manieren worden bekeken.

Fantastische bron om veel te leren over het effect en gebruik van multimedia is de ‘The Encyclopedia of Educational Technology‘. Dit is een site met veel achtergrondinformatie en ook veel voorbeelden rondom e-Learning. Hierbij is veel te vinden over de inzet van multimedia.

Zelf leggen ze de site uit:

The Encyclopedia of Educational Technology (EET) is a collection of short multimedia articles on a variety of topics related to the fields of instructional design and education and training. The primary audiences for the EET are students and novice to intermediate practitioners in these fields, who need a brief overview as a starting point to further research on specific topics. Authors are graduate students, professors, and others who contribute voluntarily. Articles are short and use multimedia to enrich learning rather than merely decorate the pages.

Emotie, verhalen en onthouden

Tijdens presentaties over het educatief gebruik van multimedia gebruik ik vaak inzichten en voorbeelden die hieruit komen. Een prachtig artikel (vind ik) gaat over emotie, onthouden en verhalen. Op het einde wordt besproken op welke manier we met behulp van multimedia drama kunnen toevoegen aan een verhaal. Op deze manier wordt het leerrendement verhoogd omdat er een veel indringendere beleving ontstaat.

Als voorbeeld nemen ze een verhaal over de Tsunami en bieden dat in 3 varianten aan:

story

Drie varianten

Bij de eerste variant wordt de informatie alleen met behulp van de tekst aangeboden, in de tweede variant zie je dat foto’s worden gebruikt in combinatie met de tekst. Dit zorgt al voor een heel ander gevoel en maakt dat het verhaal aansprekender wordt en dat het beter blijft plakken. In de derde variant zie je een mix van tekst, afbeeldingen, achtergrondmuziek, stem en video.

Oordeel zelf en bezoek het artikel en klik door (onderaan de pagina) naar de 3 varianten.

Tagged with:
Jul 09

De Apple iPhone is meer dan een leuke gadget. Door de gebruiksvriendelijkheid en mogelijkheden biedt deze telefoon kansen om mobiel leren (of de app_storeoudere term m-learning) voor een grotere groep in het bedrijfsleven en onderwijs waardevol te maken. Zowel in formele leersituaties als in informele leersituaties kan de iPhone een aanvullende rol spelen. (Het mooie is overigens dat bij de iPod Touch veel van de mogelijkheden terugkomen voor vele lagere kosten, dus voor scholen biedt dit een mooi alternatief). De iPhone duwt ook concurrenten naar een hoger plan. Als het resultaat is dat mobiele telefoons waardevolle leergereedschappen worden dan hebben we voor iedere leerling en lerende een draagbare ELO.

Laten we eens kijken naar een aantal veelbelovende applicaties die in leersituaties kunnen worden ingezet. Sommige apps zijn niet specifiek ontwikkeld met een educatief doel maar hebben wel potentie.

  1. Evernote (gratis)
    Dit is een app waar al veel over gesproken is, en terecht. Overigens ook beschikbaar op PC en Windows Mobile. Je kunt foto’s nemen, teksten schrijven, screenshots maken en die toevoegen aan een eigen space. Je verzamelt allerlei bruikbare info en kunt deze gemakkelijk doorzoeken. Het wow-moment komt als je ontdekt dat teksten op een foto (van bijvoorbeeld teksten op een whiteboard) kunt doorzoeken. Bekijk de uitleg van Erwin Blom. Geen edu-app maar binnen scholen zeer goed geschikt om informatie te beheren.
  2. Shazam (gratis) & Midomi (3,99 euro)
    Twee voorbeelden van apps die goed zijn in het automatisch herkennen van muziek. Je laat je telefoon 30 seconden naar een liedje luisteren (uit de luidspreker of zelf gezongen) en het nummer wordt herkend, je kunt direct het e.e.a. erover opzoeken en het direct kopen. Werkt erg goed. Als je liedjes kunt herkennen moet het ook mogelijk zijn om andere dingen te herkennen. Vogelgeluiden, woorden, rammeltjes van je auto….en kan direct passende informatie aanbieden.
  3. SnapTell (gratis)
    Een variant op voorgaande apps is SnapTell. Je maakt een foto van een CD- of DVD doosje of de voorkant van een boek en direct wordt in een gigantische database naar de muziek of boek gezocht. Ook hier krijg je na een geslaagde herkenning de mogelijkheid om boeken op te zoeken op wikipedia, direct te bestellen etc. Laat die studieboeken, handboeken etc. maar verschijnen in de database!
  4. Wrts (gratis)
    Het aloude woorden stampen in een nieuw digitaal jasje (door Digitale School). Maak je eigen briefjes met woorden en doe dit op de computer of op je telefoon. Niet erg vernieuwend maar wel praktisch en handig.
  5. Tjilp! (2,39 euro, Lite versie is gratis)
    Een Nederlandse app waarbij je vogelgeluiden leert. Veelvoorkomende vogels kun je zien en kun je beluisteren. Natuurlijk kun je direct achtergrondinformatie zoeken vanuit Wikipedia. Niet alleen kan dit als naslag gebruikt worden maar ook kun je een kwis doen waarbij je steeds moet raden welke vogel bij welk geluid hoort. Een combinatie met apps als Shazam zou helemaal mooi zijn!
  6. TED (gratis)
    De TED (Technology/Entertainment/Design)-bijeenkomsten zijn altijd prikkelend en omvatten een breed scala aan onderwerpen rondom design, creativiteit en innovatie. Sinds jaren zijn de video’s gratis te bekijken. Ruim 300 video’s en 170 audioshows zijn via de app eenvoudig en snel toegankelijk gemaakt.
  7. BrainChal (3,99 euro, Lite versie is gratis)
    Deze app is een van de vele gratis apps om je geheugen te trainen met verschillende soorten mini-games. Er zit redelijk wat variatie in en de voortgang wordt netjes bijgehouden.
  8. StudyCards (7,99 euro)
    Iedereen heeft tijdens een studie wel eens kaartjes gemaakt waarbij de vraag aan 1 kant stond en het antwoord aan de andere kant. Dat is simpelweg wat deze app doet. Je maakt je eigen set aan kaarten, stelt al je wilt allerlei dingen in (manier van presenteren etc.) en overhoort jezelf.
  9. iTie (gratis)
    Hoewel de tijd voorbij is dat ik elke dag een stropdas omdeed, komt het nog wel eens voor dat er een gelegenheid is. Dan is het handig als je eenvoudig even kunt nakijken welke variant (Halve Windsor, Onasis, dubbele…) op welke manier gemaakt moest worden. Met iTie worden deze verschillende technieken simpel in verschillende stappen met eenvoudige tekeningen uitgelegd.
  10. Teleac Spaans (gratis)
    Niet alleen Spaans maar een aantal andere talen zijn ook beschikbaar gesteld door Teleac. Zelf heb ik Chinees en Spaans gebruikt. Een heel aantal uitdrukkingen zijn toegankelijk gemaakt via categorieën. Je klikt een zin aan en hij wordt uitgesproken. De voor jou relevante kun je middels een favorite-actie apart groeperen en snel toegankelijk maken.
  11. iTranslate (Lite is gratis)
    Ook dit is handig als je een taal aan het leren bent. Je kunt zelf (voor 5 talen) zinnen intypen. Deze zinnen worden dan vertaald en direct uitgesproken. Hoewel dit een ‘computerstem’ is, is het resultaat goed en helder. De zinnen kun je opslaan. Op deze manier maak je je eigen woordenboek dat handig kan zijn op reis. Al reizend groeit je boekje. Helaas is het niet mogelijk om Nederlands te gebruiken. Een combi met Shazam functionaliteit zou helemaal mooi zijn: iemand spreekt een zin uit en een app vertaalt dit.
  12. Love Art (gratis)
    Gemaakt door de National Gallery in Londen. Bevat vele kunstwerken die op verschillende manieren toegankelijk zijn gemaakt. Per schilder kun je stukken bekijken die dan ook nog eens voorzien zijn van een duidelijke en aantrekkelijke uitleg (via een stem). Ook kun je via allerlei facetten het werk van een kunstenaar begrijpen (bijvoorbeeld via woorden als passion).

One more thing….

Mensen die me volgen kennen mijn liefde voor de Mac en mijn passie voor innovatie, creativiteit en leren. Dit is nu samengekomen in de toekenning van de ADE-status vanuit Apple. ADE staat voor Apple Distinguished Educator en met veel energie en zin zal ik me in dit kleine netwerk van professionals begeven om Apple’s onderwijsfilosofie toe te passen op scholen en binnen andere leeromgevingen. Speciaal bedankje voor dé Mac-man Fons van de Berg. Ik hoop het onderwijs op deze manier weer extra te kunnen ondersteunen en inspireren.

ade


Tagged with:
preload preload preload