Feb 03

Vandaag vonden de verdiepende workshops plaats van het Nationale e-learning congres. Ik verzorgde twee workshops (met erg veel plezier) voor mensen met minder en mensen met meer dan 2 jaar e-Learning ervaring. Mooie discussies. De titel van mijn workshop was “e-Learning door de ogen van een kunstenaar”. Ik denk namelijk dat het ontwerpen van e-Learning dan ook geen kunstje is maar een kunst.

We gingen in op het optimaal ontwikkelen van e-Learning door aandacht voor de drijfveren, voor de Plakfactor (hoe blijft mijn informatie echt hangen), het creëren van een leerbeleving, het gebruik van multimedia, digital storytelling en ook Whole brain thinking. Op dit laatste wil ik even ingaan.

Wat is het Whole brain thinking model?

Een aantal jaren geleden heb ik een training gevolgd over het Whole brain thinking model, vanuit Herrmann. Dit model geeft een goed beeld van je denkvoorkeuren en heeft daarnaast nog de slag gemaakt naar de consequenties naar je voorkeuren voor didactische werkvormen.

Door een uitgebreide online vragenlijst (o.a. beschikbaar in het Nederlands) in te vullen ontstaat er goed beeld van je denkvoorkeuren. De uitslag wordt met veel uitleg gepresenteerd maar heel handig is de visualisatie van je denkvoorkeur. Hieronder is mijn uitslag zichtbaar. Ik scoor vooral in het gele en rode kwadrant (C & D). Tijdens de training werd duidelijk dat mensen uit een bepaalde beroepsgroep vaak vergelijkbare voorkeuren hebben. Trainers, ontwerpers en docenten scoren bijvoorbeeld vaker aan de rechterkant (zoals ik) en accountants scoren over het algemeen wat meer aan de linkerkant.

De ontwerper ontwerpt vanuit eigen voorkeuren! Whole Brain Learning

Als we kijken naar de didactische werkvormen die samenhangen met de denkvoorkeuren dan herken ik wel veel van de werkvormen die bij mijn kleuren worden opgesomd. Ik gebruik bijvoorbeeld minder vaak ‘expert resources/citations’ en vaker kleine discussies, ijsbrekers etc. Bij het ontwerpen van e-Learning ben je als ontwerper natuurlijk niet neutraal maar met zo’n test wordt het wel inzichtelijk. Vandaag merkte ook een deelnemer op dat dit wel confronterend is. De uitdaging voor een onderwijsontwikkelaar/leeroplossingenontwikkelaar zit hem in het feit om vormen en activiteiten te gebruiken die een brede doelgroep aanspreken. Dit wil niet zeggen dat je bij een opdracht voor accountants alleen maar ‘blauwe en groene leeractiviteiten’ gebruikt maar het betekent wel dat je variatie aanbrengt in je ontwerp en niet alleen je eigen denkvoorkeuren als basis gebruikt.

Doorbreek je beperkt zicht!

Tijdens de training die ik heb gevolgd kreeg ik veel concrete handreikingen en materialen. Het profiel was zeer uitgebreid en ik kreeg ook een set van kaarten die specifiek te gebruiken zijn bij het ontwerpen van leerconcepten. Op de kaartjes (voor elke kleur een serie) staan tips/vragen en opmerkingen die je kunt meenemen als je ontwerpt. Op die manier heb je een grotere kans dat je ontwerp afwisselender wordt en meer mensen aanspreekt.

Pas geleden heb ik nog geïnformeerd naar de mogelijkheden om me verder te scholen in dit model (European HBDI® Certification Workshop). Ik las dat er een online module was maar helaas wordt deze module alleen verkocht in combinatie met de klassikale training. Voor de liefhebbers: die 4-daagse opleiding vindt plaats in Brussel en kost 4600 euro. Dit vind ik wat teveel van het goede. Dan maar het boek ‘Whole Brain Business Book’ bestellen. Bijvoorbeeld bij Bol.com.

Als je wat meer wil weten over dit model kun je op de site veel resources vinden waaronder ook een video met de uitleg van Ann Herrmann-Nehdi. Zij was ook de persoon die de training verzorgde (en dochter van de onderzoeker die het model heeft ontwikkeld).

Presentatie workshop vandaag

Bij deze de presentatie zoals ik die vandaag gebruikt heb. Ik ben erg benieuwd wat de deelnemers vonden van de workshop. Ik vind het toch wel spannend omdat het voor mij wel heel persoonlijk is. De onderwerpen en ideeën zijn zaken waar ik echt in geloof.

De mindmaps waarbij deelnemers de ingrediënten in kaart brachten die ervoor zorgde dat een leerervaring (die een persoonlijke indruk had gemaakt) bleef hangen vind je hier en hier.

Opmerking: zie ook het mooie verslag van Wilfred Rubens over deze workshop!

12 Responses to “Whole brain thinking en e-Learning”

  1. Maurice says:

    Hoi Marcel,

    Leuk en interessant artikel. Toen ik nog op de marketing werkte heb ik regelmatig sessies hierover gehad bij communicatiebureau Synergie (Utrecht). Het grappige is denk ik wel, hoe vakgerichter een leerling bezig is, hoe meer je de leermiddelen in een bepaald kwadrant kan plaatsen. Hoe generalistischer de leerling (uit basisonderwijs, VO), hoe meer het leermiddel alle vier de aspecten bevatten. Vaak wordt dit volgens mij al onbewust gedaan.

    • Hoi Maurice,

      Gaaf! Je gebruikte toen ook echt dit HBDI-model? Er zijn ook nog vergelijkbare modellen. Ik kan me overigens zeer goed voorstellen dat juist ook voor marketing dit hele goede inzichten kan bieden voor de invulling van de boodschap. In mijn training hebben we ook autoadvertenties bekeken en daar zie je er goed terug wat de denkvoorkeuren waren van de makers. Verschil bijvoorbeeld in opsomming van feitjes of juist de nadruk op de menselijke, persoonlijke kant en de beleving.

      Leuk dat je zo de link legt naar het generalistische karakter van de lesstof. Zo had ik het nog niet bekeken. Ik denk dat een basisschoolleerkracht ook al een rijkere palet aan didactische werkvormen gebruikt dan de gemiddelde docent op het VO of HO. Maar misschien doe ik hiermee de docenten tekort.

      Hartelijke groeten, Marcel

      • Maurice says:

        Voor basisonderwijs is dit model wel te gebruiken maar niet eenvoudig toe te passen. Alle vier de aspecten moeten erin zitten. Bijvoorbeeld (even generalistisch gedacht) voor de vrouwelijke leerkracht veel gebruik van beeldmateriaal (bijvoorbeeld blije kinderen), voor de directeur een financieel tabel (hoeveel kost de methode me bij aanschaf en de komende jaren) en voor de ICT-coördinator bits en bytes in de vorm van grafieken. Als je dit als aparte doelgroepen zou beschouwen kan je dezelfde boodschap in verschillende verpakkingen communiceren.

        • Volgens mij zit de kunst in het aanspreken van alle voorkeuren in 1 product. Ik zie zelf minder heil in het aanbieden van gedifferentieerde producten (als dat tenminste is wat je bedoelt met ‘verschillende verpakkingen’) omdat dat al vlug niet meer te betalen is. Een combinatie van verschillende elementen in 1 product maakt dat het breder aanspreekt zonder veel extra ontwikkelkosten.

          Het blijft een kunst, dat educatief ontwerpen! 😉 Maar dat hoef ik jou niet te vertellen.

          Hartelijke groeten, Marcel

  2. Marcel, dank voor je blog post en voor je workshop gisteren. Prima afwisseling van werkvormen, mooie slides, goede inhoud. Ik zal er summier over bloggen. Want deze bijdrage zegt al genoeg.

    • Hoi Wilfred,

      Dank je wel voor je bijdrage gisteren aan mijn workshop. Leuk dat je erbij was. Er zaten nog meer bekenden in de zaal en dat geeft toch wel extra charme aan het geheel.

      Fijn dat je met plezier terugkijkt op de workshop. Doet me goed!

      Hartelijke groeten, Marcel

  3. Dag Marcel,

    Met plezier gelezen. Goed artikel, jammer dat ik je presentatie gemist heb. Ook ik zit zelf ook in het C en D kwadrant. En het valt me op dat veel mensen die bezig zijn met de ontwikkeling van toepassingen op het gebied van technologie ondersteund leren vooral in die twee kwadranten denken.

    “De ontwerper ontwerpt vanuit zijn eigen voorkeuren” is denk ik houdbaar. Het verklaart voor mij waarom ik de voortdurend nadenk over technologie die informeel leren beter kan ondersteunen dan social media software dat op dit moment doet.

    groetjes,
    Frans Maassen

    • Hallo Frans,

      Dank je voor je reactie. Ik kan me voorstellen dat ook jij aan de rechterkant zit. Hoewel muzikaliteit wellicht ook nog aspecten van structureren, plannen etc. in zich heeft 😉

      Het informeel leren is een hoofdstuk apart. Voor mijn gevoel is dit nog steeds een verborgen schat. Ik weet alleen zelf niet goed wie die schat op moet graven. De aanbieders of de lerenden?

      Als instructional designers/e-Learning professionals/opleidingskundigen hebben we de neiging om het succes van het persoonlijk informeel leren te willen vertalen naar een organisatiecontext. Het gevaar zit er in dat je dan het krachtige informele leren de kracht ontneemt door het te formaliseren.

      Maar misschien moet ik toch eens in het concept EducatieNET kruipen om dit gevoel kwijt te raken.

      Hartelijke groeten, Marcel

  4. Peter v/d R says:

    Hallo Marcel,

    Interessant model en prettige manier om inzicht in te krijgen. Het doet me denken aan de eeuwenoude discussie over of je meer je linker- of rechterdeel van je hersenen gebruikt.
    Daarbij ben ik benieuwd wat je van het volgende artikel vindt:
    http://www.sciencedaily.com/releases/2009/12/091216162356.htm

    Uitgaande van het Whole brain learning model en bovenstaand artikel lijkt de logische conclusie dat je de verschillende vormen moet faciliteren, om de keus aan de gebruiker te laten?

    • Hallo Peter,

      Wat betreft de linker/rechter hersenhelft discussie: toen ik de training bij Herrmann deed, gaven ze aan dat dit wel een erg versimpelde weergave was van de complexe organisatie in de hersenen.

      Dank je wel voor de link naar het artikel. Ik kende het nog niet maar na lezen kan ik me daar best in vinden. Overigens positioneert Herrmann hun test niet als een leerstijlentest maar als een denkstijlentest. Ook Herrmann hamert erop om niet te differentiëren naar stijl maar om de verschillende aanpakken terug te laten komen in je lesmateriaal. Dat lijkt me een erg verstandige keuze.

      Ik geloof niet in het differentiëren van leermateriaal naar leerstijl. Toen ik bij de Open universiteit werkte werd er destijds (1995) ook druk gedacht over leermateriaal op maat. Differentiëren naar voorkennis, functie, leerstijl, ervaring, etc. Dat is zeer moeilijk praktisch uitvoerbaar. Of het nu Kolb is of wat anders. Het probleem is dat:

      1. niet altijd de voorkeur ook de betere resultaten oplevert;
      2. differentiëren naar leerstijl levert een complex en duur ontwikkeltraject op.

      De eerst zag ik ook terug in mijn afstudeeronderzoek. Dit deed ik naar het effect van animaties afgezet tegen statische afbeeldingen. Opvallend was dat juist met beperkte voorkennis het effect van animaties relatief groot was. Als je mensen echter liet kiezen, koos juist de groep met weinig voorkennis (die er dus meer leerrendement door kregen) niet voor deze vorm.

      Ik ga dus helemaal mee met je laatste uitspraak dat we de keus aan de gebruiker moeten laten maar dan wel met een beperkte dubbeling in het leermateriaal/activiteiten.

      Hartelijke groeten, Marcel

  5. Berit van Veen says:

    Hoi Marcel,
    Je vroeg je af wat de deelnemers vonden van je workshop: ik vond het geweldig inspirerend. Je gaf een aantal mooie voorbeelden waaruit ik opmaakte dat ondanks dat mijn team zich bezig houdt met het creeren van korte en technisch simpele e-learning modules er toch meer over na gedacht moet worden hoe we het meer aantrekkelijk kunnen maken voor de gebruiker. Ik hoop je binnenkort te spreken. Groetjes, Berit

    • Hoi Berit,

      Dank je wel voor je reactie! Heel mooi om te lezen wat je ervan vond en ik ben blij dat ik je aan het denken heb gezet en een vleugje inspiratie heb kunnen brengen.

      En ik praat graag eens met jullie verder over een prikkelende workshop/masterclass met jullie ontwikkelteam.

      Hartelijke groeten, Marcel

Leave a Reply

preload preload preload